<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T01:38:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM0271</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-2340 WAJONG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:12:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271 Centrale Raad van Beroep , 31-03-2010 / 09-2340 WAJONG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAJONG-uitkering. Onvoldoende aanknopingspunten om appellante als jeugdgehandicapte te beschouwen. Geen sprake van ernstige psychiatrische ziektebeeld. Geen medische stukken in geding gebracht die tot een andere conclusie leiden. Aangezien het, inhoudelijk gezien, in de AAW en de WAJONG om nagenoeg gelijkluidende bepalingen gaat, leest de Raad het bestreden besluit als een weigering een uitkering met toepassing van de ingetrokken AAW toe te kennen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BM0271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/2340 WAJONG</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 maart 2009, 08/5774 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 31 maart 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2010. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Westendorp. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante, geboren [in] 1971, heeft het Uwv bij aanvraagformulier van 24 december 2007 verzocht om toekenning van een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in verband met psychische klachten, bestaande uit onder meer hyperventilatie en straatvrees.  </para>
    <para />
    <para>1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 19 februari 2008 afwijzend beslist op de aanvraag van appellante. Dit besluit berust op het standpunt van het Uwv dat appellante vanaf 21 mei 1988, de dag waarop zij 17 jaar is geworden, niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. Appellante komt om deze reden per 21 mei 1989 niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering. Bij besluit van 10 juli 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 19 februari 2008 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.1. In beroep is door appellante aangevoerd dat zij reeds geruime tijd - in ieder geval vóór haar zeventiende levensjaar - psychische klachten heeft, waardoor zij arbeidsongeschikt is te achten. Appellante verwijst ter onderbouwing hiervan naar de overgelegde informatie van haar huisarts waaruit naar haar mening geconcludeerd kan worden dat zij reeds vóór 1 februari 1990 klachten had. Uit het huisartsenjournaal blijkt, zo stelt appellante, dat zij op 1 februari 1990 met spoed naar het RIAGG is verwezen vanwege een hyperventilatiesyndroom en straatfobie bij een voorgeschiedenis van seksueel misbruik en dat zij vanwege haar klachten niet naar het spreekuur van de huisarts kon komen in maart en augustus 1989. Appellante heeft verder gesteld dat zij een eetstoornis heeft ontwikkeld, die een langere voorgeschiedenis heeft. Appellante heeft tot slot betoogd dat de verzekeringsartsen ten onrechte hebben nagelaten om medische informatie in te winnen bij de behandelaars die appellante rond de hier in geding zijnde datum hebben behandeld. </para>
    <para />
    <para>2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek door het Uwv onzorgvuldig te achten en heeft onvoldoende aanknopingspunten aanwezig geacht om aan te nemen dat appellante vanaf mei 1988 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. De rechtbank heeft daartoe geoordeeld dat er geen informatie van de behandelend sector voorhanden die er op wijst dat appellante rond haar zeventiende levensjaar duidelijk beperkt was in haar sociaal functioneren door straatvrees en/of hyperventilatie. </para>
    <para />
    <para>3. Appellante bestrijdt in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat zij sedert 21 mei 1988 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. In hoger beroep heeft zij haar in beroep aangevoerde grieven in essentie herhaald. Appellante vermeldt in haar hoger beroepschrift voorts dat er rond haar zestiende en zeventiende levensjaar sprake was van langdurige bedlegerigheid en sociale isolatie. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.1.1. Naar vaste jurisprudentie van de Raad dienen aanspraken van de verzekerde in beginsel te worden beoordeeld naar de regelgeving zoals die van kracht was op de datum of gedurende het tijdvak waarop de aanspraak betrekking heeft. In het onderhavige geval betekent dit dat het Uwv diende te beoordelen of appellante op grond van de bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) zoals deze luidden op 21 mei 1989, als jeugdgehandicapte is te beschouwen.</para>
    <para />
    <para>4.1.2. Ingevolge artikel 6, eerste lid, onder b, van de AAW heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering de verzekerde, die op de dag, waarop hij 17 jaar wordt, arbeidsongeschikt is; zodra hij onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt is geweest, indien hij na afloop van deze periode nog arbeidsongeschikt is. </para>
    <para />
    <para>4.2. De Raad is evenals de rechtbank en op de door haar in de aangevallen uitspraak vermelde overwegingen van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om appellante als jeugdgehandicapte te beschouwen. Blijkens de door de verzekeringsarts afgenomen anamnese heeft appellante ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt in haar leven. Er zijn naar het oordeel van de Raad echter onvoldoende gegevens om aan te nemen dat appellante in de periode van 21 mei 1988 tot 21 mei 1989 als gevolg van ziekte of gebrek relevante beperkingen ondervond voor het verrichten van arbeid. De Raad overweegt daartoe dat de gegevens in het huisartsenjournaal geen betrekking hebben op de periode in geding. Uit die gegevens kan naar het oordeel van de Raad voorts niet met een voldoende mate van zekerheid retrospectief worden afgeleid dat appellante destijds arbeidsongeschikt was. Met betrekking tot hetgeen appellante gesteld heeft over de langdurige bedlegerigheid en sociale isolatie rond haar zestiende en zeventiende jaar onderschrijft de Raad het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn dat deze beschrijving niet gedragen wordt door contact met de behandelend sector. In elk geval kan uit de voorhanden zijnde gedingstukken niet worden opgemaakt dat er ten tijde van de jaren 1988 tot 1989 sprake was van het van de zijde van appellante geschetste ernstige psychiatrische ziektebeeld. Appellante heeft in hoger beroep geen medische stukken in geding gebracht die tot een andere conclusie leiden.</para>
    <para />
    <para>4.3. Uit hetgeen onder 4.1. en 4.2. is overwogen volgt dat het Uwv terecht geweigerd heeft aan appellante een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen. Het Uwv heeft zich daarbij uitsluitend gebaseerd op de bepalingen van de Wajong, zoals deze luidden tot 1 januari 2010. Nu de Wajong eerst met ingang van 1 januari 1998 in werking is getreden had het Uwv de aanvraag - zoals onder 4.1.1. is overwogen - moeten beoordelen aan de hand van de AAW. Aangezien het, inhoudelijk gezien, in beide wetten om nagenoeg gelijkluidende bepalingen gaat, leest de Raad het bestreden besluit als een weigering een uitkering met toepassing van de met ingang van die datum ingetrokken AAW toe te kennen.</para>
    <para />
    <para>4.4. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.P.M. van de Kerkhof, in tegenwoordigheid A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2010.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) C.P.M. van de Kerkhof.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) A.E. van Rooij.</para>
    <para />
    <para>IvR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>