<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T00:32:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL7095</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-3402 MAW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:04:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095 Centrale Raad van Beroep , 25-02-2010 / 08-3402 MAW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handhaving afwijzing verzoek om ontslag met gebruikmaking van het Sociaal Beleidskader Defensie (SBK). De gehandhaafde afwijzing van appellants verzoek om toepassing van het SBK berust op de overweging dat het SBK niet op appellant van toepassing is omdat appellant de hem aangeboden functie van Tacco heeft geaccepteerd. Hij heeft immers, zo wordt gesteld, tegen het besluit van 13 december 2006 waarbij hem die functie is toegekend, geen bezwaar gemaakt. Appellant heeft op goede gronden aangevoerd dat die overweging onjuist is. Van het toekennen of toewijzen van de functie van Tacco is geen sprake geweest. Niet gezegd kan worden dat de brief van 13 december 2006 een definitieve toewijzingsbeslissing bevat en  anders dan gebruikelijk en zoals appellant had mogen verwachten, is een functietoe-wijzingsbeschikking achterwege gebleven. Er wordt in de brief gesproken van de mogelijkheid van aanvaarding van de functie, waarna het SBK niet van toepassing wordt. De Raad deelt niet de visie van de rechtbank dat dit niet aanvaarden uitsluitend door middel van het maken van bezwaar had kunnen plaatsvinden. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd omdat daarbij het beroep van appellant ten onrechte ongegrond is verklaard. Ook het bestreden besluit moet worden vernietigd. Omdat het verzoek van appellant om toepassing van het SBK moet worden gehonoreerd, zal de Raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak voorzien en het verzoek om toepassing van het SBK toewijzen. De staatssecretaris zal ter uitvoering van deze uitspraak het SBK moeten toepassen op appellant. Dat zal tevens met zich meebrengen, nu appellant daarom heeft verzocht, dat over toe te kennen bedragen de wettelijke rente wordt vergoed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2010:BL7095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>08/3402 MAW</para>
    <para>  </para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 mei 2008, 07/8484 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 25 februari 2010</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. O.W. Borgeld, juridisch adviseur bij Borgeld Juridisch Advies. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. T.A. Groenewoud-Kralt, werkzaam bij het ministerie van Defensie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellant, die als LTZ2OC deel uitmaakte van het beroepspersoneel van de Koninklijke marine, was in 2006 geplaatst op de vliegbasis Hato te Curaçao. </para>
      <para>Op 13 december 2006 is hem door de commandant zeestrijdkrachten een brief gestuurd met het onderwerp Afbouw Hato-militair. In de inleiding van die brief is vermeld dat in verband met het in gebruik geven van vliegkamp Hato-militair aan de kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: KWNA&amp;A), de formatie van Hato-militair vanaf 31 december 2006 komt te vervallen. De militaire arbeidsplaatsen, waaronder die van appellant, zijn daarom aangemerkt als zogenoemde code 4 arbeidsplaatsen (de functie vervalt en komt in de nieuwe organisatie niet meer terug). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij die brief is aan appellant voor de, wat genoemd wordt, interim situatie in de opbouw naar het KWNA&amp;A steunpunt Hato, de status toegekend van interne herplaatser. Verder is gesteld: “Voor u wordt in deze interim situatie de functie van Tacco AP04040999 voorzien. Indien u deze functie accepteert, zal het SBK niet op u van toepassing worden.” Dat SBK, het Sociaal Beleidskader Defensie, was in formele zin nog niet van toepassing, omdat de daartoe noodzakelijke bekrachtiging van het zogeheten concept Voorlopig Reorganisatie Plan door de commandant der strijdkrachten nog niet had plaatsgevonden. Op  maart 2007 heeft deze het genoemde plan bekrachtigd.</para>
    <para />
    <para>1.3. Appellant heeft aan zijn [naam eerste officier] medegedeeld dat hij geen gebruik wenste te maken van de hem voorgehouden functie. Hij is na 1 januari 2007 zijn oude werkzaamheden als voorheen blijven vervullen en heeft vanaf maart 2007 tot het door hem op zijn verzoek verleende ontslag de interimfunctie van [naam functie].</para>
    <para />
    <para>1.4. Op 5 april 2007 heeft appellant op een intern verzoekenformulier medegedeeld dat hij geen gebruik maakt van de onder 1.2 genoemde functie van Tacco. Hij verzocht om ontslag met gebruikmaking van het SBK.</para>
    <para />
    <para>1.5. Het verzoek om (dit ontslag met) toepassing van het SBK is op 10 juli 2007 afgewezen. Na bezwaar is die afwijzing gehandhaafd bij het bestreden besluit van 8 oktober 2007.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Naar aanleiding van de standpunten van partijen in hoger beroep overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <para>3.1. De gehandhaafde afwijzing van appellants verzoek om toepassing van het SBK berust op de overweging dat het SBK niet op appellant van toepassing is omdat appellant de hem aangeboden functie van Tacco heeft geaccepteerd. Hij heeft immers, zo wordt gesteld, tegen het besluit van 13 december 2006 waarbij hem die functie is toegekend, geen bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>3.2. Appellant heeft op goede gronden aangevoerd dat die overweging onjuist is. Van het toekennen of toewijzen van de functie van Tacco is geen sprake geweest. Niet gezegd kan worden dat de brief van 13 december 2006 een definitieve toewijzingsbeslissing bevat en  anders dan gebruikelijk en zoals appellant had mogen verwachten, is een functietoe-wijzingsbeschikking achterwege gebleven. Er wordt in de brief gesproken van de mogelijkheid van aanvaarding van de functie, waarna het SBK niet van toepassing wordt. Blijkens de onder 1.3 weergegeven feiten is van het aanvaarden door appellant van de Tacco functie geen sprake geweest. De Raad deelt niet de visie van de rechtbank dat dit niet aanvaarden uitsluitend door middel van het maken van bezwaar had kunnen plaatsvinden.</para>
    <para />
    <para>3.3. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd omdat daarbij het beroep van appellant ten onrechte ongegrond is verklaard. Ook het bestreden besluit moet worden vernietigd. Omdat het verzoek van appellant om toepassing van het SBK moet worden gehonoreerd, zal de Raad met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak voorzien en het verzoek om toepassing van het SBK toewijzen.</para>
    <para />
    <para>3.4. De staatssecretaris zal ter uitvoering van deze uitspraak het SBK moeten toepassen op appellant. Dat zal tevens met zich meebrengen, nu appellant daarom heeft verzocht, dat over toe te kennen bedragen de wettelijke rente wordt vergoed.  </para>
    <para />
    <para>4. De Raad zal, gelet op het tijdig door appellant gedane verzoek om vergoeding van de kosten die hij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, de staatssecretaris met toepassing van de artikelen 8:75 en 7:15 van de Awb in deze kosten veroordelen. Deze worden begroot op € 644,- wegens verleende rechtsbijstand.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De Raad acht verder termen aanwezig de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 644,- wegens in eerste aanleg verleende rechtsbijstand en op € 644,- wegens in hoger beroep verleende rechtsbijstand en € 2,76 aan reiskosten. </para>
      <para>Met de onder 4 en 5 begrote kosten bedragen de te vergoeden kosten in totaal € 1.934,76.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>III. BESLISSING    </para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;</para>
      <para>Wijst het verzoek om toepassing van het SBK toe en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
      <para>Veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 1.934,76;</para>
      <para>Bepaalt dat de staatssecretaris aan appellant het door hem in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 359,- vergoedt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter K. Zeilemaker en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2010.</para>
    <para>					</para>
    <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para>					</para>
    <para>(get.) M.C.T.M. Sonderegger.</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>