<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T22:06:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK8383</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-2651 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:42:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383 Centrale Raad van Beroep , 15-12-2009 / 08-2651 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering toekennen bijstand met terugwerkende kracht. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. De Raad komt tot hetzelfde oordeel. Voor zover de grief van appellant betrekking heeft op de behandeling van zijn eerdere aanvraag om bijstand van 6 maart 2006 is de Raad met de rechtbank van oordeel dat deze grief bij de beoordeling van het thans in geding zijnde geschil niet (meer) aan de orde kan komen. Hij verwijst naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen. Met betrekking tot het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel overweegt de Raad dat hem noch uit de gedingstukken noch ter zitting is gebleken dat aan appellant een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan dat het alsnog inleveren van de bij brief van 29 maart 2006 gevraagde gegevens dan wel het indienen van een nieuwe aanvraag ertoe zou leiden dat de bijstand met ingang van een eerdere datum dan 8 mei 2006 zou worden toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2009:BK8383:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>08/2651 WWB</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 20 maart 2008, 07/2176 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda (hierna: College)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 15 december 2009</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. R.G. van den Heuvel, advocaat te Gouda, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het College heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van den Heuvel. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. W. Thijssen, werkzaam bij de gemeente Gouda.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <para>1.2. Appellant heeft zich op 13 februari 2006 bij het Centrum voor werk en inkomen (CWI) gemeld. Vervolgens heeft hij op 6 maart 2006 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend. Bij besluit van 20 april 2006 heeft het College de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld, op de grond dat appellant niet binnen de in de brief van 29 maart 2006 genoemde termijn alle voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijke gegevens heeft overgelegd. Appellant heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddel aangewend.</para>
    <para />
    <para>1.3. Op 8 mei 2006 heeft appellant zich wederom bij het CWI gemeld. Vervolgens heeft hij op 10 mei 2006 een aanvraag ingediend om bijstand ingevolge de WWB. Daarbij heeft hij verzocht om toekenning van de bijstand met ingang van 14 februari 2006, welke datum aansluit op de datum van beëindiging van zijn WW-uitkering.</para>
    <para />
    <para>1.4. Bij besluit van 22 juni 2006 heeft het College appellant met ingang van 8 mei 2006 bijstand toegekend. Daarbij is overwogen dat er geen dringende omstandigheden zijn vastgesteld om de bijstand met terugwerkende kracht te verlenen.</para>
    <para />
    <para>1.5. Bij besluit van 12 februari 2007 heeft het College het tegen het besluit van 22 juni 2006 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 12 februari 2007 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant heeft aangevoerd dat de gang van zaken rondom de behandeling van zijn eerdere aanvraag van 6 maart 2006 alsmede de door een medewerker van de CWI op 8 mei 2006 gewekte indruk dat het indienen van een nieuwe aanvraag zou betekenen dat hem met ingang van een eerdere datum bijstand zou worden toegekend, een toekenning van zijn bijstand met terugwerkende kracht tot 6 maart 2006 rechtvaardigt.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. In artikel 44, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen.</para>
    <para />
    <para>4.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad inzake de toepassing van deze bepaling wordt in beginsel geen bijstand verleend over de periode voorafgaand aan de datum waarop de melding bij het CWI heeft plaatsgevonden. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <para>4.3. De toekenning van bijstand van appellant met ingang van 8 mei 2006, de datum waarop hij zich bij het CWI heeft gemeld, is met genoemd uitgangspunt in overeenstemming.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4. De rechtbank heeft het College gevolgd in zijn standpunt dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die toekenning van de bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De Raad komt tot hetzelfde oordeel. Voor zover de grief van appellant betrekking heeft op de behandeling van zijn eerdere aanvraag om bijstand van 6 maart 2006 is de Raad met de rechtbank van oordeel dat deze grief bij de beoordeling van het thans in geding zijnde geschil niet (meer) aan de orde kan komen. Hij verwijst naar hetgeen de rechtbank hieromtrent heeft overwogen. Met betrekking tot het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel overweegt de Raad dat hem noch uit de gedingstukken noch ter zitting is gebleken dat aan appellant een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan dat het alsnog inleveren van de bij brief van </para>
      <para>29 maart 2006 gevraagde gegevens dan wel het indienen van een nieuwe aanvraag ertoe zou leiden dat de bijstand met ingang van een eerdere datum dan 8 mei 2006 zou worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.5. Het College heeft dan ook terecht geweigerd aan de toekenning van bijstand terugwerkende kracht te verlenen. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2009.</para>
    <para />
    <para>(get.) C. van Viegen.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.L.G. Boot.</para>
    <para />
    <para>	</para>
    <para>mm</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>