<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:38:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK3349</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09-480 ANW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:28:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349 Centrale Raad van Beroep , 03-11-2009 / 09-480 ANW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag ingevolge de Anw. Appellant voerde een gezamenlijke huishouding met zijn zuster.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2009:BK3349:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>09/480 ANW </para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 december 2008, 08/2646 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 3 november 2009</para>
    <para />
    <para>I.  PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. M. Raaijmakers, advocaat te Hoofddorp, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2009. Appellant heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. Raaijmakers, voornoemd, terwijl de Svb is verschenen bij gemachtigde, mr. G.J. Oudenes, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en </para>
      <para>omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. De uitkering van appellant ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw) is op </para>
      <para>31 mei 2006 beëindigd, op de grond dat hij een gezamenlijke huishouding voert met </para>
      <para>zijn zuster [naam zuster]. Die beëindiging heeft in hoger beroep stand gehouden bij uitspraak van de Raad van 3 november 2009, nrs. 07/6556 en 07/6602.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. Appellant heeft op 22 november 2006 opnieuw een uitkering ingevolge de Anw </para>
      <para>aangevraagd. Hierop is bij besluit van 3 augustus 2007 afwijzend beslist op de grond dat  </para>
      <para>appellant een gezamenlijke huishouding voert met zijn zuster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4. Het bezwaar tegen het besluit van 22 november 2006 is bij besluit van 23 mei 2008 </para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 23 mei 2008 </para>
      <para>ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen de uitspraak van de rechtbank</para>
      <para>gekeerd, onder herhaling van zijn argumenten waarom hij meent dat van een gezamenlijke huishouding met zijn zuster geen sprake is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1. De Raad verwijst allereerst naar zijn uitspraak van 3 november 2009, voornoemd, waarin is geoordeeld dat appellant op 31 mei 2006 een gezamenlijke huishouding met zijn zuster voerde en dat daarom de beëindiging van de Anw-uitkering op die datum juist is.</para>
    <para />
    <para>4.2. Voor het onderhavige geschil is, gelet op het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de Anw, relevant het antwoord op de vraag of aan die situatie een einde is gekomen binnen zes maanden na 31 mei 2006. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. De Raad beantwoordt die vraag met de rechtbank en op grond van de daartoe door de rechtbank aangegeven feitelijke omstandigheden ontkennend. Hierbij komt nog dat ook de gemachtigde van appellant ter zitting heeft verklaard dat er sinds 31 mei 2006 geen verandering in de woonsituatie van appellant is opgetreden. Dit betekent dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in </para>
      <para>aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en R. Kooper en </para>
      <para>C. van Viegen als leden, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) R.C. Schoemaker.</para>
    <para />
    <para>(get.) B.E. Giesen.</para>
    <para />
    <para>mm</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>