<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T18:07:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BJ8767</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07-4741 MPW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:15:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767 Centrale Raad van Beroep , 24-09-2009 / 07-4741 MPW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag verhoging militair invaliditeitspensioen. Geen sprake van een toegenomen invaliditeit op grond van de in dienstverband aanvaarde psychische aandoening (PTSS) van appellant. Ook de Raad heeft in de voorhanden zijnde medische gegevens geen aanknopingspunt gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het door de staatssecretaris gevolgde medisch oordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8767:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>07/4741 MPW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 juni 2007, nr. 06/6011 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen: </para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 24 september 2009</para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant is hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2009. Appellant is daar, met voorafgaand bericht, niet verschenen, terwijl de staatssecretaris zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. M.H.J. Geldof van Doorn, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Voor een meer uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.</para>
    <para />
    <para>1.1. Bij besluit van 10 september 2004 is aan appellant, geboren in 1940 en gewezen dienstplichtig militair, ingaande 28 januari 2003 een militair invaliditeitspensioen toegekend, berekend naar een mate van psychische invaliditeit met dienstverband van 20%. Een verzoek van appellant van januari 2005 om zijn invaliditeitspensioen te verhogen is afgewezen bij besluit van 14 juni 2005, welke afwijzing na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 15 juni 2006. Hiertoe is, overeenkomstig door de psychiater P.J.H. Notten - die appellant ook in het kader van diens eerste aanvraag had onderzocht - in januari 2006 uitgebrachte nadere expertise en de adviezen van de verzekeringsarts H.A. van der Kreek, overwogen dat geen sprake is van een toegenomen invaliditeit op grond van de in dienstverband aanvaarde psychische aandoening (PTSS) van appellant.</para>
    <para />
    <para>1.2. Het tegen het besluit van 15 juni 2006 ingestelde beroep heeft de rechtbank bij de nu aangevallen uitspraak ongegrond verklaard, onder overweging - samengevat - dat geen aanleiding bestaat tot twijfel aan de juistheid van de aan de staatssecretaris uitgebrachte medische adviezen, inhoudende dat van een toename van de uit de psychische aandoening van appellant voortvloeiende beperkingen niet is gebleken. </para>
    <para />
    <para>2. De Raad overweegt, gelet op hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, het volgende.</para>
    <para />
    <para>2.1. Ook de Raad heeft in de voorhanden zijnde medische gegevens geen aanknopingspunt gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het door de staatssecretaris gevolgde medisch oordeel. De Raad neemt, evenals de rechtbank, in aanmerking dat de psychiater Notten - ook in zijn nadere reacties op namens appellant overgelegde rapporten van de psychiaters W. Op den Velde en R.V. Schwarz - uitvoerig en overtuigend gemotiveerd heeft aangegeven dat appellant in het leven van alledag slechts lichte beperkingen ondervindt in vergelijking met gezonde leeftijdgenoten. Hierbij is terecht groot belang eraan gehecht dat appellant weliswaar gehinderd wordt door een verlaagde frustratietolerantie, maar niettemin in staat is tot het onderhouden van goede en frequente relaties in de directe familiesfeer (dochter en kleinzoon) en in het zogenoemde veteranencircuit, en dat hij al zijn zaken zelf regelt. Verder blijkt dat appellant veel en graag wandelt en ook deelneemt aan wandelevenementen (Vierdaagse); dat hierbij, zoals gesteld, een zekere interne dwang aanwezig zou zijn blijkt niet uit de expertises van de psychiater Notten en kan bovendien ook worden gezien als, naar algemene bekendheid bij lange afstandswandelaars veel voorkomende prestatiegerichtheid.   </para>
    <para />
    <para>3. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenveroordeling in hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep; </para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en C.G. Kasdorp als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2009.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A. Beuker-Tilstra.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I. Mos.</para>
    <para />
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>