<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T17:56:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BJ8446</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08-3214 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446 Centrale Raad van Beroep , 16-09-2009 / 08-3214 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering verder ziekengeld. Aan het bestreden besluit ligt een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag. De bezwaarverzekeringsarts acht appellante dan ook geschikt voor haar werk als schoonmaakster. De in hoger beroep door appellante overgelegde informatie van de huisarts van 19 maart 2008 geeft de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze conclusie nu deze geen nieuwe medische gezichtspunten bevat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8446:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>08/3214 ZW</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 24 april 2008, 07/6699 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 16 september 2009</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. M.G. Evers, advocaat te Leiden, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.F.G. Hermans. </para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellante was laatstelijk van 9 mei 2005 tot 9 mei 2006 werkzaam als schoonmaakster van kantoorgebouwen. Na van 13 maart 2006 tot 16 oktober 2006 wegens knieklachten ziek geweest te zijn heeft zij zich op 18 april 2007 vanuit een situatie van werkloosheid ziek gemeld met voetklachten; later zijn daar knieklachten bij gekomen. </para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 21 juni 2007 heeft het Uwv appellante medegedeeld dat zij met ingang van 25 juni 2007 geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW) omdat zij toen niet (meer) wegens ziekte of gebrek ongeschikt tot het verrichten van haar arbeid werd geacht. Bij besluit van 20 augustus 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 juni 2007 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. Appellante heeft in hoger beroep tegen die uitspraak aangevoerd dat zij als gevolg van het kruisbandletsel aan haar linker knie niet goed kan lopen, laat staan licht tot middel zwaar werk verrichten zoals het schoonmaken van kantoren. Zij is daarvoor onder behandeling van een fysiotherapeut en heeft in 2007 een kijkoperatie gehad. Zij is van mening dat de rechtbank een deskundige had moeten benoemen. </para>
    <para />
    <para>5. De Raad overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <para>5.1. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken recht op ziekengeld. Onder “zijn arbeid” wordt verstaan het laatstelijk voor de aanvang van de ongeschiktheid feitelijk verrichte werk. In het geval van appellante is dat het werk van schoonmaakster kantoorgebouwen.</para>
    <para />
    <para>5.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek ten grondslag ligt. De Raad overweegt daartoe als volgt. </para>
    <para />
    <para>5.3. De verzekeringsarts heeft appellante op 21 juni 2007 op het spreekuur gezien en onderzocht en heeft daarbij de medische informatie verkregen bij het onderzoek ter gelegenheid van de vorige hersteldmelding op 12 oktober 2006 meegewogen. Daarbij was informatie voorhanden van de reumatoloog R.J. Goedkoop van 19 juni 2006 waarin melding wordt gemaakt van een MRI-scan uit 2006. Daaruit komt naar voren dat sprake is van een partiële voorste kruisbandruptuur aan de linker knie en van een advies van de orthopeed tot het volgen van oefentherapie, een hersteloperatie werd niet nodig geacht. De verzekeringsarts heeft op basis hiervan en op basis van de anamnese van appellante het standpunt ingenomen dat er wat betreft de knieklachten geen wijzigingen zijn opgetreden vergeleken bij de vorige hersteldmelding en dat de voetklachten geen aanleiding geven tot beperkingen bij lopen. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellante vervolgens onderzocht en tevens de uitslag van een nieuwe MRI-scan van 5 juni 2007 beoordeeld en zich op het standpunt gesteld dat de beperkingen van appellante bezien moeten worden in het licht van intensieve belasting, zoals bijvoorbeeld bij sporten voorkomt waarbij sprake is van korte snelle draaiingen. De belasting binnen het werk als schoonmaakster van kantoren is volgens de bezwaarverzekeringsarts echter licht waarbij staan en lopen elkaar afwisselen en waarbij een zeer intensieve belasting van de knieën niet aan de orde is. De bezwaarverzekeringsarts acht appellante dan ook geschikt voor haar werk als schoonmaakster. De in hoger beroep door appellante overgelegde informatie van de huisarts van 19 maart 2008 geeft de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze conclusie nu deze geen nieuwe medische gezichtspunten bevat. </para>
    <para />
    <para>5.4. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para> </para>
    <para>5. Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2009.</para>
    <para />
    <para>(get.) Ch. van Voorst.</para>
    <para />
    <para>(get.) F. Heringa.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>