<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T07:03:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BH4266</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06-1630 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T04:14:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266 Centrale Raad van Beroep , 26-02-2009 / 06-1630 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking (volledige) WAO-uitkering. De Raad: verzekeringsgeneeskundig onderzoek is niet onvolledig of onvoldoende zorgvuldig. Beperkignen zijn juist vastgesteld. Cardiale situatie is zeer stabiel. Door of namens appellant zijn geen concrete medische gegevens overgelegd. Functies: in hoger beroep is één functie vervallen in verband met structureel nachtwerk en is één functie daarvoor in de plaats gesteld;geen gevolg voor mate van arbeidsongeschiktheid. Geen opleidingseisen met betrekking tot computervaardigheden. Rechtsbijstand door vader.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2009:BH4266:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>06/1630 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 februari 2006, 05/2724 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 26 februari 2009</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en in aanvulling daarop rapportages ingezonden van zijn bezwaarverzekeringsarts en zijn bezwaararbeidsdeskundige. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009. Namens appellant is verschenen [naam vader], vader van appellant. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.G. Bombeeck.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende. </para>
    <para />
    <para>1.1. Bij besluit van 11 januari 2005 heeft het Uwv de aan appellant ingevolge de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, die laatstelijk was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 12 maart 2005 ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 28 juni 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van 11 januari 2005 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij overwogen dat op grond van de stukken moet worden geoordeeld dat bij appellant niet te geringe medische beperkingen zijn vastgesteld en dat met name uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door appellant gestelde klachten waaronder hartritmestoornissen, het verminderd geheugen en de slaap- en concentratieproblemen. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat zij gelet op de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige voldoende overtuigd is van de geschiktheid van appellant voor de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.</para>
    <para />
    <para>3. Evenals in eerste aanleg heeft appellant in hoger beroep aangevoerd dat er sprake is van een onvolledig en onzorgvuldig medisch onderzoek nu de fysieke belastbaarheid en de mentale weerbaarheid van appellant niet door het Uwv is beoordeeld. Voorts heeft appellant aangevoerd dat de functies waarbij hij dient te beschikken over computervaardigheden gezien zijn opleidingsniveau niet geschikt voor hem zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad overweegt als volgt.</para>
      <para>4.1. Evenals de rechtbank heeft de Raad in de voorliggende stukken onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet volledig of voldoende zorgvuldig zou zijn geweest of dat het Uwv de beperkingen van appellant op de datum in geding niet juist zou hebben vastgesteld. </para>
      <para>Verzekeringsarts Oderkerk heeft appellant lichamelijk en psychisch onderzocht, dossierstudie verricht en informatie bij de curatieve sector ingewonnen. Met betrekking tot appellants psyche heeft hij vastgesteld dat er geen sprake was van een evident depressief beeld, noch van emotionele labiliteit en dat de cognitieve functies intact lijken. Als diagnose heeft hij gesteld “status na aortaklepprothese met verminderd linker ventrikel functioneren”. Met betrekking tot appellants mogelijkheden heeft hij overwogen dat er sprake is van objectieve gegevens om uit gaan van verminderde mogelijkheden in het functioneren en dat appellant aangewezen is op fysiek matig tot lichte werkzaamheden, waarbij druk op de borst en werken op hoogte of bij gevaarlijke machines moet worden vermeden. De voor appellant vastgestelde beperkingen zijn weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 2 december 2004. Bezwaarverzekeringsarts Tetelepta-Tan heeft dossierstudie verricht. Bij haar oordeelsvorming heeft zij tevens betrokken de informatie van de behandelend cardioloog Peels van 7 december 2004 en 10 mei 2005, waaruit blijkt dat appellant wat betreft zijn cardiale situatie in een zeer stabiel vaarwater verkeert. De bezwaarverzekeringsarts heeft de conclusies van de verzekeringsarts onderschreven. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Door of namens appellant zijn geen concrete medische gegevens overgelegd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het Uwv de medische beperkingen van appellant op de datum in geding heeft onderschat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.1. Ten aanzien van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies overweegt de Raad dat het Uwv in hoger beroep de functie van Telefonist/receptionist (SBC-code 315120) heeft laten vervallen in verband met structureel nachtwerk in die functie en daarvoor in de plaats de reservefunctie van Receptionist/baliemedewerker (SBC-code 315150) heeft gesteld. De Raad is niet gebleken dat de met de functies verbonden belasting de belastbaarheid van appellant overschrijdt.</para>
    <para />
    <para>4.2.2. Ten aanzien van het computergebruik in de functies van Electronica monteur (nieuwbouw en onderhoud) (SBC-code 267040), Receptionist/baliemedewerker en Technisch werkvoorbereider, planner (SBC-code 521010) merkt de Raad nog op dat appellants mogelijkheden niet worden overschreden nu er in deze functies met betrekking tot computervaardigheden geen opleidingseisen zijn gesteld en deze computerwerkzaamheden eenvoudig van aard zijn.</para>
    <para />
    <para>4.3. Hoewel de functie van Telefonist/receptionist is komen te vervallen heeft dit blijkens het betoog van het Uwv ter zitting geen gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid. Dit standpunt is van de zijde van appellant ook niet bestreden. De Raad heeft geen reden hieromtrent anders te oordelen.</para>
    <para />
    <para>5. Aldus komt de Raad tot het oordeel dat de schatting op een deugdelijke grondslag berust. Nu evenwel eerst in hoger beroep door het Uwv één functie alsnog ongeschikt is geacht en is vervangen door een andere, ziet de Raad aanleiding het bestreden besluit met de aangevallen uitspraak waarbij dit in stand is gelaten, te vernietigen en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.</para>
    <para />
    <para>6. Tot slot stelt de Raad vast dat appellants gemachtigde zijn vader is. Nu de verleende rechtsbijstand zijn grond vindt in de familierelatie, kan in het onderhavige geval niet kan worden aangenomen dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Om die reden acht de Raad geen termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;</para>
      <para>Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 142,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) M.C.M. van Laar.</para>
    <para>							</para>
    <para>(get.) E.M. de Bree.</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>