<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T00:28:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD6151</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06-2690 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151 Centrale Raad van Beroep , 01-07-2008 / 06-2690 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2008:BD6151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>06/2690 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[Appellant] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2006, 05/1580 (hierna: aangevallen uitspraak), </para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 1 juli 2008</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. S. van Andel, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2008. Appellant en zijn gemachtigde zijn daarbij niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door drs. F.A. Steeman.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant, geboren in 1974, is op 28 november 1994 in verband met psychische klachten uitgevallen voor zijn werkzaamheden als winkelmedewerker. Per 4 november 1995 is hem een uitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Nadat in december 2004 en februari 2005 een onderzoek is verricht door een voor het Uwv werkzame verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, heeft het Uwv bij besluit van </para>
      <para>14 februari 2005 de WAO-uitkering van appellant per 9 april 2005 ingetrokken onder de overweging dat diens mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt welk bezwaar bij het thans bestreden besluit van 20 juni 2005 ongegrond is verklaard. </para>
    <para />
    <para>Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij de aangevallen uitspraak is dat beroep ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>In hoger beroep heeft appellant gesteld dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest en dat appellant door zijn psychische klachten niet in staat kan worden geacht arbeid te verrichten. Daarbij is er op gewezen dat appellant moeite heeft om medische behandelingen aan te gaan. Tevens is er op gewezen dat in 2006 gedragstherapie gericht op diens paniekstoornis is gestart en dat het Uwv appellant per maart 2006 alsnog volledig arbeidsongeschikt heeft bevonden.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft er op gewezen dat de datum waarop appellant met de behandeling startte, is gelegen na de datum in geding.</para>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>De Raad ziet geen aanleiding om de bevindingen van het Uwv ten aanzien van de belastbaarheid van appellant onjuist te achten. De Raad onderkent dat appellant diverse beperkingen ten aanzien van diens zelfredzaamheid ondervindt, maar kan uit de ingebrachte gegevens niet afleiden dat er bij appellant sprake was van een volledig onvermogen tot persoonlijk of sociaal functioneren en dat hij in het dagelijks leven volledig afhankelijk was van de inzet van derden. Naar het oordeel van de Raad is er bij appellant dan ook geen sprake van dat hij geen benutbare mogelijkheden heeft. De Raad stelt voorts vast dat het Uwv met diverse beperkingen van appellant rekening heeft gehouden. Dat aan appellant op een later moment wederom een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, maakt dat niet anders; aan dat besluit ligt een andere medische situatie ten grondslag.</para>
    <para />
    <para>De Raad stelt vervolgens vast dat het Uwv op basis van de voor appellant vastgestelde beperkingen zoals die zijn weergegeven in de zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst een aantal functies voor appellant heeft geduid, waarmee het inkomensverlies van appellant, in vergelijking met zijn maatmanloon, per de datum in geding minder dan 15% bedraagt. De Raad acht voldoende toegelicht dat appellant die functies kan vervullen. Het Uwv heeft derhalve terecht de WAO-uitkering per 9 april 2005 ingetrokken. Het hoger beroep slaagt derhalve niet.</para>
    <para />
    <para>De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende,</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en R.P.T. Elshoff als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij, uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2008. </para>
    <para />
    <para>							</para>
    <para>(get.) H.G. Rottier.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I.R.A. van Raaij.</para>
    <para />
    <para>RB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>