<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T18:19:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC5018</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07-2932 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:25:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018 Centrale Raad van Beroep , 14-02-2008 / 07-2932 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2008:BC5018:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>07/2932 WUV</para>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante], (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 14 februari 2008</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante is beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 20 april 2007, kenmerk JZ/U90/2007, ten aanzien van appellante genomen besluit.</para>
    <para />
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2008. Daar is namens appellante verschenen C. Burer, wonende te Den Haag, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. </para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Blijkens de gedingstukken heeft verweerster bij berekeningsbeschikking van 31 december 2006 de op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 aan appellante toegekende uitkering voorlopig berekend en over de periode van 1 juni tot en met 31 december 2006 niet tot uitbetaling gebracht. </para>
    <para />
    <para>Tegen dat besluit is namens appellante bezwaar gemaakt bij schrijven van 15 februari 2007 dat blijkens het poststempel op 21 februari 2007 is verzonden en op 22 februari 2007 bij verweerster ingekomen.</para>
    <para />
    <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerster appellante in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor de indiening van een bezwaarschrift op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende termijn van zes weken. In dat verband is overwogen dat de namens appellante genoemde omstandigheden de termijnoverschrijding niet kunnen verontschuldigen zodat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest in de zin van de Awb.</para>
    <para />
    <para>Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen partijen in beroep hebben aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>Gezien de hierboven weergegeven feiten staat vast - en wordt ook niet betwist - dat appellante de bezwaartermijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb heeft overschreden.</para>
    <para>   </para>
    <para>Ter verklaring van de termijnoverschrijding is - zoals ter zitting nader toegelicht - gewezen op de omstandigheid dat appellante gezien haar leeftijd niets begrijpt van de ontvangen berekeningsbeschikking en C. Burer, de dochter van appellante, niet altijd op de hoogte is van de post die appellante in het verzorgingshuis ontvangt. Vervolgens heeft de dochter van appellante eerst eind januari 2007 van de berekeningsbeschikking kennis genomen, waarna alsnog is besloten tegen dat besluit bezwaar te maken.</para>
    <para />
    <para>Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen namens appellante is aangevoerd terecht geen aanleiding gezien om niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 Awb achterwege te laten. Hiertoe overweegt de Raad dat indien appellante niet bij machte is haar belangen te behartigen, het op haar weg had gelegen zich vroegtijdig voor hulp tot een derde, bijvoorbeeld haar dochter, te wenden. De omstandigheid dat de dochter van appellante niet altijd op de hoogte is van de post die door appellante wordt ontvangen, dient evenwel geheel voor rekening van appellante te komen.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande kan het bestreden besluit in stand blijven en dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep; </para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2008.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) H.R. Geerling-Brouwer.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.J.H. van Baalen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>14.01</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>