<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T18:18:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB9710</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07-219 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:10:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710 Centrale Raad van Beroep , 21-11-2007 / 07-219 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De gevorderde nabetaling valt buiten de grenzen van het geding. Niet-ontvankelijkverklaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2007:BB9710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>07/219 WW</para>
    <para />
    <para>  </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 11 december 2006, 06/1093 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 november 2007.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld aangevuld bij brief van 8 oktober 2007.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. G.A. Tellinga, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.</para>
    <para />
    <para>1.1. Bij besluiten van 19 en 20 oktober 2005 heeft het Uwv de aan appellante toegekende WW-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet met ingang van 1 oktober 2004 wegens schending van de op haar rustende inlichtingenplicht herzien onderscheidenlijk  ingetrokken, en de in de tussenliggende periode uitgekeerde bedragen teruggevorderd. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 24 maart 2006 heeft het Uwv de tegen die besluiten gerichte bezwaren van appellante gegrond verklaard, de besluiten van 19 en 20 oktober 2005 ingetrokken, bepaald dat de WW-uitkering en de toeslag per 10 oktober 2005 worden geschorst en appellante in de gelegenheid gesteld om binnen een maand de benodigde inlichtingen te verstrekken.</para>
    <para />
    <para>1.3. Appellante heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de procedure in eerste aanleg heeft het Uwv met een besluit van 17 juli 2006 het besluit van 24 maart 2006 ingetrokken en de intrekking van de besluiten van 19 en 20 oktober 2005 gehandhaafd. Appellante heeft desgevraagd het bij de rechtbank ingestelde beroep niet ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>1.4. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 24 maart 2006 gegrond verklaard, bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante betaalde griffierecht betaalt, en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 17 juli 2006 niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. </para>
    <para />
    <para>2. Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak voor zover zij niet-ontvankelijk is verklaard. Zij voert daartoe in hoger beroep voor het eerst aan dat zij wil dat de WW-uitkering met toeslag vanaf 10 oktober 2005 tot en met 30 juni 2006 wordt uitgekeerd, alsmede de vakantietoeslag vanaf mei 2005, vermeerderd met de wettelijke rente. In een brief van 8 oktober 2007 deelt zij de Raad het volgende mee: “Het Uwv heeft de WW met toeslag tot en met 26 maart 2006 voldaan inclusief vakantie-toeslag vermeerderd met de wettelijk geldende rente”.</para>
    <para />
    <para>3.1. De Raad constateert dat door appellante geen grieven zijn aangevoerd die kunnen leiden tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. </para>
    <para />
    <para>3.2. Met betrekking tot het voor het eerst in hoger beroep ingediende verzoek om wettelijke rente, een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht, is de Raad van oordeel dat uit de brief van 8 oktober 2007 moet worden afgeleid dat het Uwv reeds wettelijke rente, als door haar gevorderd, heeft vergoed. Zij heeft derhalve geen belang bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.</para>
    <para> </para>
    <para>3.3. Met betrekking tot de door appellante gevorderde nabetaling is de Raad van oordeel dat deze valt buiten de grenzen van het onderhavige geding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 november 2007.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) T. Hoogenboom.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.B. de Gooijer.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BvW</para>
      <para>1611</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>