<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T17:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB9177</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-5528 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:08:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177 Centrale Raad van Beroep , 30-11-2007 / 05-5528 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening WAO-uitkering. Juistheid vastgestelde belastbaarheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2007:BB9177:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/5528 WAO </para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant] (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2005, 05/469 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 30 november 2007</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. G. Kloosterziel, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2007. Appellant is – na bericht er zake – niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door E.M.C. Beijen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 14 september 2004 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, de WAO-uitkering van appellant per 23 mei 2005 ongewijzigd vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35 %.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat er geen aanknopings-punten zijn om te oordelen dat het Uwv van onjuiste medische beperkingen is uitgegaan. Uit de onderzoeken van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zijn voldoende gegevens naar voren gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellant geldende beperkingen te kunnen komen.</para>
    <para />
    <para>In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat volgens de huisarts wellicht sprake is van een hernia. Daaruit zou geconcludeerd kunnen worden dat de toegenomen arbeids-ongeschiktheid mede veroorzaakt is door de oude ziekteoorzaak. Appellant is voorts van mening dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op het verzoek van appellant om een medische deskundige te benoemen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De bezwaarverzekeringsarts heeft blijkens zijn rapportage van </para>
      <para>27 augustus 2004 de informatie van de huisarts en van de radioloog in Marokko in zijn beoordeling betrokken. Hij heeft appellant gesproken tijdens de hoorzitting en hem na afloop daarvan onderzocht. Op basis van deze gegevens komt hij tot de conclusie dat er geen sprake is van een verergering van de nek- en schouderklachten en (dus) geen verslechtering van de belastbaarheid op basis van die klachten. Er is wel sprake van een verslechtering van de gezondheidstoestand (atsma en allergische rhinitis) maar dat betreft een andere ziekte-oorzaak. De Raad heeft geen aanleiding aan deze conclusie te twijfelen. De Raad wijst er daarbij op dat appellant ook in hoger beroep geen medische gegevens heeft overgelegd die twijfel doen rijzen aan deze conclusie van de bezwaarverzekerings-arts. Voor een onderzoek door een onafhankelijke deskundige is dan ook, evenmin als in beroep, aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.</para>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier uitgesproken in het openbaar op 30 november 2007.</para>
    <para />
    <para />
    <para>						(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>						(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>MH</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>