<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T17:10:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BA9501</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-2255 WAJONG</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:39:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501 Centrale Raad van Beroep , 02-07-2007 / 05-2255 WAJONG</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering toekenning WAJONG-uitkering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2007:BA9501:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/2255 WAJONG</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2005, 02/5495 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 2 juli 2007</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. R.M.T. van Diepen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Diepen. Het Uwv was vertegenwoordigd door </para>
      <para>E.C. van der Meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Bij formulier gedateerd 10 augustus 2001 heeft appellante het Uwv verzocht haar een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid te verstrekken, omdat zij als jeugdgehandicapte moet worden aangemerkt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 februari 2002 heeft het Uwv geweigerd appellante de gevraagde uitkering te verstrekken. Het Uwv heeft hiertoe overwogen dat appellante, geboren </para>
      <para>1 januari 1966, op de dag dat zij 17 jaar oud werd niet arbeidsongeschikt was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 november 2002 heeft het Uwv – beslissend op bezwaar – zijn besluit van 22 februari 2002 gehandhaafd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 8 november 2002 ongegrond verklaard. </para>
      <para>De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat in een situatie als in geding, waarin appellante - zonder dat daarvoor een bijzondere reden is - eerst vele jaren na het tijdstip waarop naar haar mening haar arbeidsongeschiktheid is ingetreden een aanvrage doet, op appellante de plicht rust gegevens naar voren te brengen die steun bieden voor haar standpunt ter zake van (de ingangsdatum van) haar arbeidsongeschiktheid.</para>
      <para>De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat voor het standpunt van appellante dat zij reeds op haar 17e verjaardag arbeidsongeschikt was onvoldoende steun is te vinden in de voorhanden zijnde medische gegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van hetgeen appellante reeds bij de rechtbank naar voren heeft gebracht. Ter nadere onderbouwing van haar standpunt dat zij reeds op haar 17e verjaardag arbeidsongeschikt was heeft appellante in hoger beroep nog een brief overgelegd van M. van Overmeir, GZ Psycholoog, gedateerd 2 mei 2007. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad deelt het oordeel van de rechtbank over de plicht die op appellante rust om in een geval als het onderhavige gegevens naar voren te brengen die haar steunen in haar standpunt omtrent (de ingangsdatum van) haar arbeidsongeschiktheid.</para>
      <para>Met de Rechtbank en op dezelfde gronden is de Raad van oordeel dat uit hetgeen appellante heeft aangevoerd niet blijkt dat het Uwv de medische situatie van appellante en de hieruit voortvloeiende beperkingen voor het verrichten van arbeid op de datum in geding heeft miskend. De verklaring van Overmeir leidt de Raad niet tot een ander oordeel. Appellante is eerst in 2004 bij deze psycholoog onder behandeling gekomen. Overmeir geeft weliswaar aan dat de problematiek waarmee appellante thans te kampen heeft ook in haar jeugd en adolescentie moet hebben bestaan, maar geeft geen inzicht in de omvang en de ontwikkeling van die problematiek ten tijde van de jeugd, adolescentie en volwassenheid van appellante. Zonder zo een inzicht kan aan de verklaring van Overmeir geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Dit geldt zeker nu uit de verklaring van Overmeir blijkt dat enerzijds sprake is van een stoornis die zich in de vroege jeugd van appellante heeft ontwikkeld, maar dat anderzijds de ernst van de thans bestaande situatie ook is veroorzaakt door zeer belastende omstandigheden die zich hebben voorgedaan na haar 17e verjaardag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Naar aanleiding van de omstandigheden die appellante naar voren heeft gebracht omtrent hetgeen haar in haar leven is overkomen overweegt de Raad – hoe ernstig en ingrijpend dit voor appellante ook geweest moet zijn – dat deze omstandigheden niet tot het oordeel kunnen leiden dat het door het Uwv in het besluit van 8 november 2002 gehandhaafde standpunt omtrent de bij appellante op haar 17e verjaardag bestaande beperkingen van medische aard onjuist is. Evenals de rechtbank ziet de Raad voor een expertise, zoals door appellante verzocht, geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>De Raad ziet voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2007.</para>
    <para />
    <para />
    <para>						(get.) R.C. Stam.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>						(get.) D.W.M. Kaldenhoven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>