<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T17:12:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BA3688</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-2745 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:20:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688 Centrale Raad van Beroep , 13-04-2007 / 05-2745 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Ontoereikend medisch onderzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2007:BA3688:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/2745 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante] (hierna: appellante),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 maart 2005, 04/1764 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellante</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 13 april 2007</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. M. Veenstra, werkzaam bij ARAG-rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2007. Appellante noch haar gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door V.A.R. Kali.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv terecht heeft geweigerd appellante per </para>
      <para>11 juli 2003 (de datum in geding) een WAO-uitkering te verstrekken, omdat appellante per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gronden van het hoger beroep komen er - kort gezegd - op neer dat het Uwv bij het vaststellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst onvoldoende rekening heeft gehouden met appellantes beperkingen. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft zij bij schrijven van 7 november 2005 het intakeverslag bij GGZ Midden-Brabant van 16 december 2003 en 6 januari 2004 overgelegd alsmede een samenvatting van het testonderzoek (ongedateerd) en verslagen van gesprekken met sociaal-psychiatrisch verpleegkundige R. v.d. Boom in de periode van 17 juni 2004 tot en met het laatste gesprek op </para>
      <para>13 december 2004.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de weigering van het Uwv om aan appellante per 11 juli 2003 een WAO-uitkering tot te kennen gebaseerd is op een toereikend medisch onderzoek. De in hoger beroep overgelegde verslagen maken dat niet anders. De verslagen zijn afkomstig van een niet-medicus, ze zijn opgesteld en hebben betrekking op een periode na de hier in geding zijnde datum en uit de stukken valt niet te herleiden hoe de situatie ten tijde van de datum in geding was. Tevens overweegt de Raad dat uit de stukken geen informatie naar voren is gekomen die nog niet bij het Uwv bekend was.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het vorenstaande faalt het hoger beroep van appellante. De Raad overweegt echter dat nu eerst in hoger beroep bij de rapportage van de bezwaar arbeidsdeskundige B. Gerringa van 31 januari 2007 een afdoende motivering van de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is verschaft, zowel de aangevallen uitspraak als het bestreden besluit volgens vaste jurisprudentie van de Raad dient te worden vernietigd. Aangezien appellante, materieel bezien, per 11 juli 2003 terecht is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van minder dan 15%, is er aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.</para>
    <para />
    <para>Appellante komt in aanmerking voor vergoeding van de proceskosten zowel in eerste aanleg (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) als in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift), wegingsfactor 1, in totaal € 966,-.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het inleidend beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dit besluit;</para>
      <para>Bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;</para>
      <para>Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep ten bedrage van € 966,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;</para>
      <para>Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 37,- + € 103,-, in totaal € 140,- aan haar dient te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 april 2007.</para>
    <para />
    <para>(get.) J. Janssen.</para>
    <para />
    <para>(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>