<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T17:30:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ1814</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-5964 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814 Centrale Raad van Beroep , 07-11-2006 / 05-5964 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bestuursorgaan is door rechtbank ten onrecht veroordeeld tot betaling van het door betrokkene in beroep betaalde griffierecht en van de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1814:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/5964 WWB</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noordwest Fryslân (hierna: appellant),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 24 augustus 2005, 05/736 (hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para />
    <para>[betrokkene] (hierna: betrokkene),</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>appellant </para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 7 november 2006</para>
    <para> </para>
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door P. Snoekstra, werkzaam bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noordwest Fryslân. Betrokkene is niet verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 6 januari 2005 heeft appellant aan betrokkene, die een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) ontvangt, medegedeeld dat door een maatschappelijk werkster gesprekken met haar zullen worden gevoerd in het kader van haar sociale activering. In een bijlage bij die brief zijn de verplichtingen opgenomen waaraan betrokkene overigens dient te voldoen, te weten de verplichtingen neergelegd in de artikelen 9, eerste lid, en 17, eerste lid, van de WWB. </para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 27 april 2005 heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen de brief van 6 januari 2005 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het niet is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).</para>
    <para />
    <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit van 27 april 2005 ongegrond verklaard. Tevens heeft de rechtbank appellant veroordeeld tot betaling van het door betrokkene in beroep betaalde griffierecht en van de proceskosten van betrokkene in beroep. Daaraan is ten grondslag gelegd dat appellant ten onrechte in de brief van 6 januari 2005 heeft vermeld dat daartegen bezwaar kon worden gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de beslissingen van de rechtbank inzake het griffierecht en de proceskosten gekeerd.</para>
    <para />
    <para>De Raad is met appellant van oordeel dat de rechtbank ten onrechte gebruik heeft gemaakt van  de in de artikelen 8:74, tweede lid, en 8:75 van de Awb aan haar toegekende bevoegdheden. Het in beroep ter toetsing voorliggende besluit (op bezwaar) van 27 april 2005 is immers rechtmatig en appellant heeft daarbij het juiste rechtsmiddel vermeld. Het gegeven dat bij de brief van 6 januari 2005 ten onrechte een rechtsmiddel is vermeld, is in het kader van het beroep niet van belang. </para>
    <para />
    <para>Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>Ter voorlichting van betrokkene merkt de Raad nog op dat dit betekent dat appellant noch het bedrag van € 37,-- aan griffierecht noch het bedrag van € 644,-- aan proceskosten aan haar hoeft te betalen.</para>
    <para />
    <para>Voor een veroordeling in de proceskosten is, ook overigens, geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en J.M.A. van der Kolk-Severijns en C. van Viegen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 november 2006.</para>
    <para />
    <para>(get.) T.G.M. Simons.</para>
    <para />
    <para>(get.) A. Palmboom. </para>
    <para />
    <para>GG251006</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>