<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T17:31:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AY3789</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-6168 AAWAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:19:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789 Centrale Raad van Beroep , 11-07-2006 / 05-6168 AAWAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet (tijdig) betalen griffierecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2006:AY3789:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/6168 AAWAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Awb op het verzoek van:</para>
    <para />
    <para>[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),</para>
    <para />
    <para>om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 oktober 2003, 03/2087 (hierna: aangevallen uitspraak), </para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>verzoeker</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 11 juli 2006</para>
      <para> I. PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 oktober 2005 heeft de Raad een schrijven van verzoeker, gedateerd </para>
      <para>21 augustus 2005 ontvangen. Dit schrijven is door de Raad aangemerkt als een verzoek om herziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Op grond van artikel 22, eerste en zevende lid van de Beroepswet wordt van de indiener van het verzoek om herziening een griffierecht geheven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 27 oktober 2005 is verzoeker erop gewezen dat hij een griffierecht van</para>
      <para>€ 103,- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de daarbij gevoegde acceptgirokaart.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij aangetekende brief van 17 november 2005 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is hem meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na dagtekening van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. </para>
      <para>Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot </para>
      <para>niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij brief van 15 december 2005, met bijlagen, heeft verzoeker de Raad meegedeeld dat het voor hem, vanwege zijn financiële situatie, niet mogelijk is om het verschuldigde griffierecht van € 103,- te voldoen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In antwoord op dit schrijven heeft de Raad verzoeker bij aangetekend schrijven van </para>
      <para>17 januari 2006 een uitstel van drie maanden na de dagtekening van laatstgenoemd schrijven verleend om het griffierecht te voldoen.</para>
      <para>Daarbij is verzoeker erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot </para>
      <para>niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij brief van 20 februari 2006 heeft verzoeker de Raad nogmaals gewezen op zijn financiële situatie en heeft hij verzocht om vrijstelling te verlenen voor het voldoen van het griffierecht.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>In verband met bovengenoemde brief heeft de Raad bij schrijven van</para>
      <para>3 maart 2006 aan verzoeker meegedeeld dat aan het verzoek om vrijstelling te verlenen voor het voldoen van het griffierecht niet wordt voldaan. Voor het in behandeling nemen van het verzoek om herziening dient het verschuldigde griffierecht te zijn voldaan.</para>
      <para>De Raad heeft verzoeker verwezen naar zijn brief van 17 januari 2006 waarbij hij in de gelegenheid is gesteld om alsnog binnen drie maanden na dagtekening van dit schrijven het verschuldigde griffierecht te voldoen en waarin is aangegeven dat hij er rekening mee moet houden dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 17 januari 2006 gestelde termijn is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest, acht de Raad het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.</para>
    <para />
    <para>Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas als voorzitter en C.W.J. Schoor en </para>
      <para>C.P.M. van de Kerkhof als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2006.</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <para>(get.) K.J.S. Spaas.</para>
    <para>						</para>
    <para>(get.) C. Tersteeg.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA  UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.</para>
    <para />
    <para>Gw</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>