<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-28T14:31:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:CRVB:2006:562</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AX9280</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/6278 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:11:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280 Centrale Raad van Beroep , 09-06-2006 / 05/6278 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding bezwaartermijn. Geen sprake sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/6278 WAO</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna appellant),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 14 september 2005, 05/508 </para>
      <para>(hierna: aangevallen uitspraak),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen </para>
      <para>(hierna: Uwv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 9 juni 2006</para>
    <para />
    <para>I. PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep doen instellen. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.A.A Soer.</para>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 13 januari 2005 (het bestreden besluit) waarbij hij het bezwaar tegen zijn besluit van 25 april 2003 wegens de te late indiening niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft zijn besluit op 25 april 2003 bekend gemaakt. Bij brief van 1 oktober 2004 is namens appellant bij het Uwv geïnformeerd naar de afhandeling van een bezwaarschrift dat door hem op 27 mei 2003 zou zijn verzonden. Dat bezwaarschrift heeft het Uwv niet bereikt.</para>
    <para />
    <para>De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het bezwaarschrift van appellant niet tijdig is ingediend, nu niet is gebleken dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het Uwv binnen de in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedoelde termijn van één week heeft bereikt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenmin is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De brief van </para>
      <para>27 mei 2003 is niet aangetekend verzonden en bij het Uwv niet ontvangen. Naar vaste rechtspraak ligt het daarom op de weg van appellant om aan te tonen dat verzending heeft plaatsgevonden en komt het voor zijn risico als niet kan worden aangetoond dat het poststuk daadwerkelijk is verzonden. Naar het oordeel van de Raad is de ter zitting van de rechtbank door de voormalige accountant van appellant afgelegde verklaring dat hij op </para>
      <para>27 mei 2003 bezwaar heeft gemaakt ontoereikend om aan te nemen dat de brief van </para>
      <para>27 mei 2003 daadwerkelijk per post is verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft terecht de beroepsgrond verworpen dat het Uwv artikel 7:2 van de Awb heeft geschonden. Gelet op de inhoud van het bezwaarschrift, kon het Uwv naar het oordeel van de Raad op grond van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb afzien van het horen van appellant.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep slaagt daarom niet. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      <para>III. BESLISSING </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door D.J. van de Vos als voorzitter en R.C. Stam en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Mulder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2006.</para>
    <para />
    <para>D.J. van der Vos.</para>
    <para />
    <para>J.P. Mulder.</para>
    <para />
    <para>BKH 310506</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>