<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:43:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AW7164</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/4612 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002844&amp;artikel=19&amp;g=2006-04-20">Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:43:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164 Centrale Raad van Beroep , 20-04-2006 / 05/4612 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kan uit erfenis toegevallen vermogen deels buiten korting op de periodieke uitkering worden gehouden ingevolge beweerdelijke wens van de erflater tot gedeeltelijke doorgifte aan dochter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2006:AW7164:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/4612 WUV</para>
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Meervoudige kamer</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant)</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster).</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 20 april 2006</para>
    <para> </para>
    <para>I PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Onder dagtekening 9 juni 2005, kenmerk JZ/L80/2005, heeft verweerster ten aanzien van appellant een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft appellant bij de Raad beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2006. Aldaar zijn voor appellant verschenen zijn echtgenote </para>
      <para>[naam echtgenote] en zijn dochter [naam dochter], terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>II. OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken is appellant gelijkgesteld met de vervolgde en als zodanig uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wet.</para>
      <para>Bij berekeningsbeschikking van 31 januari 2005, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gewijzigd bij het nu bestreden besluit, is per 1 oktober 2002 een bedrag van € 144.272,90 als uit erfenis aan zijn echtgenote toegevallen, bij de berekening van de periodieke uitkering in aanmerking te nemen, vermogen vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bezwaar en beroep heeft appellant aangevoerd dat bij die berekening een bedrag van </para>
      <para>€ 125.000,-- buiten beschouwing gelaten had moeten worden nu dit bedrag, overeenkomstig de wens van de erflaatster, door zijn echtgenote is doorgegeven aan zijn dochter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verweerster heeft deze grief blijkens de gedingstukken en het verhandelde ter zitting met name hierom niet willen honoreren omdat die wens niet in enig schriftelijk stuk door de erflaatster is vastgelegd.  </para>
    <para />
    <para>De Raad overweegt dienaangaande als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 19, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet worden op de uitkeringen in mindering gebracht de inkomsten uit vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.</para>
      <para>De aan de echtgenote van appellant toegevallen erfenis valt onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dat appellant en zijn echtgenote buiten gemeenschap van goederen zijn gehuwd maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de gedingstukken blijkt dat de erflaatster, een Duitse oud-tante van de echtgenote van appellant, schriftelijke verklaringen heeft opgesteld waarin de echtgenote is aangewezen als erfgenaam en een ander persoon als zijnde gerechtigd om tot diens overlijden in het huis van de erflaatster te blijven wonen. Enige schriftelijke verklaring ten gunste van de dochter van appellant ontbreekt echter.</para>
      <para>Daar komt bij - zoals ook namens verweerster ter zitting is aangevoerd - dat appellant in zijn eerste brieven aan verweerster over dit onderwerp niet van enige door de erflaatster aan hem opgelegde verplichting tot doorgifte heeft gerept, doch toen alleen heeft vermeld dat de ongunstige omstandigheden waarin zijn dochter verkeerde tot een schenking van </para>
      <para>€ 125.000,- hadden geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Onder deze omstandigheden kan de Raad het bestreden besluit niet in rechte aantasten. Het beroep dient derhalve ongegrond te worden verklaard. </para>
    <para> </para>
    <para>De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.G. Kasdorp als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en E. Heemsbergen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 april 2006. </para>
    <para />
    <para>(get.) C.G. Kasdorp.</para>
    <para />
    <para>(get.) E. Heemsbergen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>