<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-24T16:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AW2156</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-223 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:34:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156 Centrale Raad van Beroep , 16-03-2006 / 05-223 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Griffierecht niet tijdig betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2006:AW2156:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>05/223 WUV</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>J. de Jong, wonende te Jeruzalem, Israël, opposant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.</para>
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>De Raad heeft bij uitspraak van 7 juli 2005 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 22 oktober 2004 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.</para>
    <para />
    <para>Tegen de uitspraak van 7 juli 2005 heeft opposant bij brief van 17 juli 2005, ontvangen ter griffie van de Raad op 18 juli 2005, verzet gedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad van 2 februari 2006. Daar is opposant niet verschenen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. C. Vooys, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 24 januari 2005, verzonden op 26 januari 2005, is opposant gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht. Bij aangetekend verzonden schrijven van </para>
      <para>16 februari 2005 is opposant meegedeeld dat het door hem verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening per kas dient te zijn voldaan dan wel op de bankrekening van de Raad dient te zijn bijgeschreven en is erop gewezen dat overschrijding van deze termijn niet-ontvankelijkverklaring van het beroep zal betekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In verzet heeft opposant aangevoerd wel binnen de voorgeschreven termijn te hebben betaald en daarbij verwezen naar het geding dat op 30 juni 2005 ter zitting van de Raad is behandeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat in dat geding, bij de Raad geregistreerd onder nummer </para>
      <para>04/5229 WUV, door opposant het griffierecht tijdig is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad is evenwel van oordeel dat daarmee niet is voldaan aan het vereiste het griffierecht ook in het onderhavig geding tijdig te voldoen.</para>
    <para />
    <para>Nu uit voorhanden zijnde gegevens blijkt dat het griffierecht niet binnen de aan opposant gegunde termijn is bijgeschreven op rekening van de Raad, is de Raad gelet op het bepaalde in artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, van mening dat geen ruimte is voor het oordeel dat opposant redelijkerwijs geacht kan worden niet in verzuim te zijn geweest.</para>
    <para />
    <para>Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het verzet ongegrond.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en </para>
      <para>mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van R.E. Koerts als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2006.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) C.G. Kasdorp.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.E. Koerts.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>