<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:27:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT8469</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04/6716 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:27:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469 Centrale Raad van Beroep , 23-06-2005 / 04/6716 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overgang van (een deel van) de door appellanten 1 en 2 gevoerde onderneming. Toerekening van de aan betrokkene toegekende WAO-uitkering  aan appellante 3.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2005:AT8469:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>E N K E L V O U D I G E  K A M E R</para>
    <para />
    <para>04/6716 WAO</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant 1]</para>
      <para>[appellante 2]</para>
      <para>[appellante 3], appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de tussen appellante 3 en gedaagde door de rechtbank Amsterdam onder kenmerk 02/1433 op 15 oktober 2004 gewezen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad in een enkelvoudige kamer op 16 juni 2005, waar appellant 1 is verschenen en appellanten 2 en 3 zich door appellant 1 hebben laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>De Raad gaat uit van de volgende, tussen partijen niet bestreden feiten.</para>
    <para />
    <para>Appellant 1 heeft onder de naam [naam eenmanszaak] als eenmanszaak een advocatenpraktijk gevoerd. Deze praktijk is met het personeel ingebracht in appellante 2. Op 11 januari 1999 trad [betrokkene] (verder: betrokkene) in dienst van appellant 1. Zij heeft zich op 25 mei 1999 ziek gemeld en haar dienstverband is op 10 juli 1999 geëindigd. Bij, in afschrift aan appellant 1 toegezonden, besluit van 29 maart 2000 heeft gedaagde ingaande 22 mei 2000 aan betrokkene een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend.</para>
    <para />
    <para>Met ingang van 1 januari 2001 heeft appellante 3 door middel van een activatransactie van appellante 2 de advocatenpraktijk deels overgenomen. Appellante 2 behield één grote klant en heeft haar kantoor naar buiten Amsterdam verplaatst. Het overige klantenbestand is door appellante 3 overgenomen, die sedert 1 januari 2001 onder de hiervoor genoemde praktijknaam in het voormalige kantoor van appellanten 1 en 2 de advocatenpraktijk met het merendeel van het bestaande personeel heeft voortgezet.</para>
    <para />
    <para>Bij aan appellante 3 gericht besluit van 26 november 2001 heeft gedaagde de door appellante 3 voor 2002 verschuldigde gedifferentieerde premie als bedoeld in artikel 78 van de WAO vastgesteld op 5,34%. Hierin is de aan betrokkene toegekende, in 2000 betaalde WAO-uitkering betrokken.</para>
    <para />
    <para>Het daartegen door appellante 3 ingestelde bezwaar heeft gedaagde met zijn bestreden besluit van 12 februari 2002 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het daartegen door appellante 3 ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <para>De Raad stelt vast dat het bestreden besluit zich niet richt tot appellanten 1 en 2. Appellant 1 heeft geen belang bij het bestreden besluit en is om die reden daarbij geen belanghebbende. Ook appellante 2 is geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Anders dan zij meent, volstaat daarvoor niet dat zij uiteindelijk door appellante 3 “de rekening krijgt gepresenteerd” mocht het bestreden besluit stand houden. Dat belang berust immers op de contractuele relatie tussen appellante 2 en appellante 3 en is daarmee geen rechtstreeks belang als in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb voor het aanmerken als belanghebbende wordt vereist. Appellanten 1 en 2 kunnen reeds daarom niet in hun hoger beroep worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>Appellante 3 heeft voor haar beroepsgronden in het hoger beroep volstaan met de verwijzing naar het beroepschrift in het geding bij de rechtbank. Met de rechtbank ziet de Raad deze niet slagen.</para>
    <para />
    <para>Met juistheid heeft de rechtbank vastgesteld dat per 1 januari 2001 sprake is van een overgang van (een deel van) de tot die datum achtereenvolgens door appellanten 1 en 2 gevoerde onderneming. Dientengevolge heeft gedaagde terecht de aan betrokkene toegekende WAO-uitkering vanaf 1 januari 2001 aan appellante 3 toegerekend.</para>
    <para />
    <para>De gronden die zien op de hoogte van de aan betrokkene toegekende WAO-uitkering stuiten af op het bepaalde in artikel 87e van de WAO.</para>
    <para />
    <para>De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het hoger beroep van appellanten 1 en 2 niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. R.C. Stam in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2005.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.C. Stam.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M. Renden.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>