<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:44:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR8695</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/59 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:44:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695 Centrale Raad van Beroep , 15-12-2004 / 03/59 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schatting WAO. Geen sprake dat te geringe beperkingen van betrokkene zijn vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2004:AR8695:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>E N K E L V O U D I G E   K A M E R</para>
    <para />
    <para>03/59 WAO</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een op 14 november 2002 door de rechtbank Breda tussen partijen gewezen uitspraak (reg.nr. 01/1793 WAO), waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend en bij brief van 24 maart 2003 nadere stukken.</para>
    <para />
    <para>Appellant heeft bij fax van 5 november 2004 een medisch rapport ingezonden.</para>
    <para />
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 17 november 2004, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door H.J.M. de Man, terwijl voor gedaagde is verschenen mr. A.E.G. de Jong, werkzaam bij het Uwv.</para>
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>De feiten die in onderdeel 2.1 van de aangevallen uitspraak zijn vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen ook voor de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard onder de overweging dat op grond van de stukken moet worden aangenomen dat de verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe beperkingen hebben vastgesteld. Appellant kan zich hiermee niet verenigen en heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn beperkingen om volledig dan wel nagenoeg volledig te kunnen functioneren. Hij heeft in zijn beroepschrift aangekondigd deze stelling door middel van de uitkomst van een medisch onderzoek te zullen ondersteunen. Aan deze aankondiging heeft appellant gevolg gegeven door op 5 november 2004 een op 21 mei 2003 opgemaakt rapport in te zenden van de orthopedisch chirurg A.J.P. Joosten.</para>
    <para />
    <para>Ter zitting is namens appellant aangevoerd dat in dit rapport steun wordt gevonden voor de stelling van appellant dat hij niet in staat is gedurende een volledige werkweek te werken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad kan, evenmin als gedaagde, in het rapport steun vinden voor deze stelling. </para>
      <para>In de eerste plaats is het maar de vraag in hoeverre de bevindingen van Joosten relevant kunnen zijn voor de datum in geding, te weten 28 augustus 2001, nu Joosten in zijn conclusie aangeeft dat er in het laatste jaar progressieve pijnklachten zijn laag in de rug met een uitstralend gevoel in vooral het linker been soms tot aan de kuit en dat appellant op grond hiervan belasting minder goed kan uitvoeren en bij werkinspanning regelmatig rust moet nemen. Daarnaast is deze conclusie louter gebaseerd op de anamnese van appellant. Zijn uiteindelijke overwegingen geven aan dat gezien zijn bevindingen bij lichamelijk onderzoek en röntgenonderzoek sprake is van een toestand na een wervelbreuk, waarbij het aannemelijk is dat er een verminderde belastbaarheid van de thoraco-lumbale wervelkolom bestaat. Deze overwegingen sluiten aan bij de bevindingen van de verzekeringsartsen en de vastgestelde belastbaarheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Nu het door appellant in geding gebrachte rapport de Raad geen aanleiding heeft gegeven de uitspraak van de rechtbank ten aanzien van de medische kant van de zaak niet juist te achten en er niet is gebleken van onvolkomenheden in het bestreden besluit of de wijze van totstandkoming daarvan, kan ook overigens het oordeel van de rechtbank worden onderschreven. Deze overweging brengt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. M.C. Bruning in tegenwoordigheid van mr. A. van Netten, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 15 december 2004.</para>
    <para />
    <para>(get.) M.C. Bruning.</para>
    <para />
    <para>(get.) A. van Netten.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>