<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR6049</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/661 CSV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049 Centrale Raad van Beroep , 11-11-2004 / 02/661 CSV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In hoger beroep uitsluitend grieven aangevoerd die betrekking hebben op de verzuimregistratie voorzover die voortvloeit uit de onjuiste toepassing van de feestdagenregeling en níet tegen de verzuimregistratie voorzover die is gebaseerd op de vaststellingsverschillen. Geen  belang  tegen de uitspraak van de rechtbank.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2004:AR6049:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>02/661 CSV</para>
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. M.E. Slot, belastingadviseur bij Loyens &amp; Loeff te Rotterdam, op daartoe nader aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage (nr. 00/10027) van 18 december 2001.</para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op </para>
      <para>23 september 2004, alwaar partijen niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>De Raad gaat bij zijn oordeelsvorming uit van de volgende feiten.</para>
    <para />
    <para>Tijdens een looncontrole in 1999 heeft de looninspecteur vastgesteld dat er ten aanzien van de jaren 1996, 1997 en 1998 sprake is geweest van vaststellingsverschillen en dat appellante in 1997 en 1998 de zogeheten feestdagenregeling onjuist heeft toegepast. Bij brief van 31 januari 2000 heeft gedaagde aan appellante medegedeeld voornemens te zijn correctienota’s op te leggen en een verzuim te registreren. Bij besluit van 20 maart 2000 is overgegaan tot die verzuimregistratie, welke registratie bij besluit op bezwaar van 25 juli 2000 (het bestreden besluit) is gehandhaafd. Ter zitting van de rechtbank heeft gedaagde medegedeeld dat toepassing van het Boetebesluit werkgevers Coördinatiewet Sociale Verzekering voor de jaren 1997 en 1998 niet tot een sanctie zou hebben geleid, naar aanleiding waarvan de verzuimregistratie voor die jaren niet is gehandhaafd. De rechtbank heeft daarop, onder gegrondverklaring van het beroep, het bestreden besluit in zoverre vernietigd en tevens het bezwaar tegen het besluit van 20 maart 2000 betrekking hebbend op de verzuimregistraties 1997 en 1998 gegrond verklaard en dat besluit in zoverre herroepen. Voor het overige heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>Als gevolg van de uitspraak van de rechtbank kan tussen partijen alleen nog als geschilpunt resteren de verzuimregistratie over 1996. Die is gebaseerd op de door de looninspecteur geconstateerde vaststellingsverschillen en heeft geen betrekking op de feestdagenregeling. In hoger beroep heeft appellante echter, evenals in bezwaar en beroep, uitsluitend grieven aangevoerd die betrekking hebben op de verzuimregistratie voorzover die voortvloeit uit de onjuiste toepassing van de feestdagenregeling. Dat appellante zich ook verzet tegen de verzuimregistratie voorzover die is gebaseerd op de vaststellingsverschillen, is de Raad niet gebleken. Dit betekent dat appellante naar het oordeel van de Raad geen rechtens te honoreren belang heeft bij het in stellen van hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2001. </para>
    <para />
    <para>Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.</para>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G. van der Wiel en mr. drs. N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Reijnierse als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 november 2004.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.C. Schoemaker.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) L.M. Reijnierse.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>