<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AQ7129</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/6237 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:19:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129 Centrale Raad van Beroep , 11-08-2004 / 02/6237 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering ziektewet-uitkering. Medische klachten vormen geen beletsel ten aanzien van het verrichten van arbeid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2004:AQ7129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>E N K E L V O U D I G E  K A M E R</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>02/6237 ZW</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 14 november 2001 is appellante vanwege gedaagde in kennis gesteld van een besluit, waarbij aan haar met ingang van 20 oktober 2001 geen ziekengeld meer is toegekend.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 6 februari 2002 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para> </para>
    <para>De rechtbank Breda heeft bij uitspraak van 13 november 2002 (02/329 ZW) het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Appellante is op bij  beroepschrift aangevoerde gronden van die uitspraak in hoger beroep gekomen.</para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van </para>
      <para>14 juli 2002, waar partijen niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>Appellante is met ingang van 1 mei 2001 in verband met zwangerschapsklachten ongeschikt geworden tot het verrichten van haar arbeid van inpakster en aan haar is terzake ziekengeld toegekend. Na de bevalling op 10 augustus 2001 heeft appellante tot en met 19 oktober 2001 uitkering in gevolge artikel 29a van de Ziektewet ontvangen. Bij brief van 18 oktober 2001 heeft appellante aan gedaagde meegedeeld dat zij zich nadien nog steeds arbeidsongeschikt achtte. </para>
    <para />
    <para>Naar aanleiding hiervan is appellante op 2 november 2001 op het spreekuur geweest van een verzekeringsarts, die vaststelde dat appellante last had van een sensibiliteitsstoornis aan de voorzijde van het rechter bovenbeen (meralgia paresthetica), maar dat daarin geen grond was gelegen om aan te nemen dat zij arbeidsongeschikt was ten gevolge van de bevalling of de zwangerschap.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 november 201 is aan appelante dienovereenkomstig na </para>
      <para>19 oktober 2001 geen uitkering ingevolge de Ziektewet meer toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In de bezwaarfase is appelante gezien door een bezwaarverzekeringsarts, die onder meer informatie heeft ingewonnen bij de behandelend orthopedisch chirurg. In zijn rapport van 29 januari 2002 heeft de bezwaarverzekeringsarts vervolgens vastgesteld dat meralgia paraesthetica  pijnlijke paraesthesieën en verminderde sensibiliteit geeft van de huid aan de voorbuitenzijde van het bovenbeen, maar dat daaruit geen beperkingen voortvloeien ten aanzien van het verrichten van arbeid. </para>
    <para />
    <para>De Raad ziet geen reden voor twijfel aan deze, mede op grond van informatie van de behandelend sector, getrokken conclusie. In aanmerking nemend dat appellante in hoger beroep geen nadere medische gegevens in het geding heeft gebracht, die in een andere richting wijzen, ziet de Raad geen reden het oordeel van de rechtbank niet te volgen.  </para>
    <para />
    <para>De aangevallen uitspraak dient mitsdien te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para />
    <para> III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van mr. A. van Netten als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2004.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) Ch. van Voorst</para>
    <para />
    <para />
    <para>					(get.) A. van Netten.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>RG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>