<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:17:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9252</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/5147 Algem</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=4&amp;g=2001-06-07">Coördinatiewet Sociale Verzekering 4</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=6&amp;g=2001-06-07">Coördinatiewet Sociale Verzekering 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001, 186</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2001/190</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:58:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252 Centrale Raad van Beroep , 07-06-2001 / 99/5147 Algem</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9252:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>E N K E L V O U D I G E   K A M E R</para>
    <para />
    <para />
    <para>99/5147 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[X.] B.V., gevestigd te [Y.], appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 mei 1998 heeft gedaagde het bezwaar van 19 januari 1998 van appellante</para>
      <para>tegen de correctienota's van 10 december 1997 over de jaren 1992 tot en met 1996</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden heeft het door appellante tegen het besluit van</para>
      <para>12 mei 1998 ingestelde beroep van 22 juni 1998 bij uitspraak van 25 augustus 1999</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante heeft mr. W. Frankema, werkzaam bij AVM Juristen te Leeuwarden, bij</para>
      <para>schrijven van 1 oktober 1999 hoger beroep ingesteld. Bij aanvullend beroepschrift van 16</para>
      <para>november 1999 zijn namens appellante de gronden van het hoger beroep aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft bij schrijven van 12 januari 2000 van verweer gediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 mei 2001, alwaar</para>
      <para>appellante - met voorafgaand schriftelijk bericht - niet is verschenen. Gedaagde heeft zich</para>
      <para>bij die gelegenheid doen vertegenwoordigen door mr. C.J.M. Kluytmans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft bij de correctienota's van 10 december 1997 over de jaren 1992 tot en met</para>
      <para>1996 premies ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten nagevorderd over de</para>
      <para>door appellante aan haar werknemers betaalde vergoeding voor de particuliere</para>
      <para>ziektekostenverzekering, voor zover deze vergoeding de door de werknemers op grond van</para>
      <para>de particuliere ziektekostenverzekering betaalde premie te boven ging. Bij het bestreden</para>
      <para>besluit van 12 mei 1998 heeft gedaagde het bezwaar van 19 januari 1998 ongegrond</para>
      <para>verklaard, daar volgens gedaagde tot de op de werknemer drukkende kosten ter zake van</para>
      <para>een particuliere ziektekostenverzekering bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder r,</para>
      <para>van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: CSV) slechts die kosten worden</para>
      <para>begrepen, die een werknemer op grond van zijn particuliere ziektekostenverzekering aan</para>
      <para>premie betaalt. Het gedeelte van de vergoeding dat de door de werknemer betaalde premie</para>
      <para>te boven gaat, dient volgens gedaagde als loon in de zin van artikel 4 van de CSV te</para>
      <para>worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat gedaagde bij de vaststelling</para>
      <para>van de correctienota's terecht en op goede gronden is uitgegaan van de door de werknemers</para>
      <para>betaalde premie ter zake van de particuliere ziektekostenverzekering, daar artikel 6, eerste</para>
      <para>lid, aanhef en onder r, van de CSV volgens de rechtbank niet meer kan omvatten dan</para>
      <para>bedragen, die een werknemer aan premie betaalt.</para>
      <para>Voorts volgt de rechtbank appellante niet in haar opvatting dat in dezen sprake zou zijn van</para>
      <para>strijd met het vertrouwensbeginsel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante wordt in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank niet motiveert op</para>
      <para>grond waarvan de wettelijke toeslagen en het eigen risico niet behoren tot 'de kosten ter</para>
      <para>zake van een particuliere ziektekostenverzekering'. Appellante is van oordeel dat het eigen</para>
      <para>risico ook valt onder de op de werknemer drukkende kosten als bedoeld in artikel 6, eerste</para>
      <para>lid, aanhef en onder r, van de CSV.</para>
      <para>Volgens appellante dient rekening te worden gehouden met de afdracht van loonbelasting</para>
      <para>en premie volksverzekeringen aan de fiscus, daar slechts het bedrag na afdracht aan de</para>
      <para>fiscus aan de werknemers ten goede is gekomen. In dat geval zou naar het oordeel van</para>
      <para>appellante geen sprake zijn van een bovenmatig verstrekte vergoeding.</para>
      <para>Voorts wordt namens appelante aangevoerd dat gedaagde de navordering ten onrechte in</para>
      <para>zijn geheel heeft opgelegd aan appellante, daar het hier ook premies betreft die betrekking</para>
      <para>hebben op werknemers in dienst van [Z.] B.V.</para>
      <para>Tenslotte wordt namens appellante aangevoerd dat gedaagde het gerechtvaardigd</para>
      <para>vertrouwen heeft gewekt dat een bezwaar bestond tegen de wijze waarop appellante haar</para>
      <para>werknemers in de kosten van de particuliere ziektekostenverzekering tegemoet is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Met betrekking tot het voorgaande overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de CSV is loon al hetgeen uit dienstbetrekking wordt</para>
      <para>genoten. Krachtens het tweede lid van artikel 4 van de CSV behoren ook aanspraken om na</para>
      <para>verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen of verstrekkingen te</para>
      <para>ontvangen tot het loon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 6 van de CSV worden een aantal uitzonderingen op de voorvermelde hoofdregel</para>
      <para>gemaakt. Ingevolge het bepaalde in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder r, van de CSV</para>
      <para>behoort de bijdrage van de werkgever in de op de werknemer drukkende kosten ter zake</para>
      <para>van een particuliere ziektekostenverzekering niet tot het loon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat zowel uit het systeem van de wet als uit de</para>
      <para>tekst van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder r, van de CSV dient te worden afgeleid dat</para>
      <para>onder 'op de werknemer drukkende kosten ter zake van een particuliere</para>
      <para>ziektekostenverzekering' uitsluitend kunnen worden verstaan de bedragen die de werknemer</para>
      <para>aan premie betaalt. De Raad deelt derhalve niet het standpunt van appellante dat ook het</para>
      <para>eigen risico van de werknemer ter zake van de particuliere ziektekostenverzekering als</para>
      <para>kosten in de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder r, van de CSV dient te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grief van appellante dat rekening dient te worden gehouden met de afdracht aan de</para>
      <para>fiscus kan naar het oordeel van de Raad niet slagen. De werknemer is immers over de</para>
      <para>vergoeding loonbelasting en premie volksverzekeringen verschuldigd. Appellante houdt de</para>
      <para>loonbelasting en de premie volksverzekeringen (slechts) voor de werknemer in. Zoals de</para>
      <para>Raad ook heeft overwogen in de uitspraak van 1 juli 1992 (WW-D 91/25), wordt in het</para>
      <para>geval dat een werknemer (met recht) aanspraak zou maken op een uitkering ingevolge de</para>
      <para>sociale werknemersverzekeringen ook het bruto equivalent in het dagloon meegenomen, met</para>
      <para>dien verstande dat bij het bruteren rekening dient te worden gehouden met de loonbelasting</para>
      <para>en de premievolksverzekeringen en niet met de werknemersdelen in de premie</para>
      <para>werknemersverzekeringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet geen reden om appellante te volgen in haar (eerst) in hoger beroep ingenomen</para>
      <para>standpunt dat gedaagde ten onrechte de bijdragen aan de werknemers in de dienst van [Z.]</para>
      <para>B.V. in de premieheffing bij appellante heeft meegenomen en derhalve ten onrechte de</para>
      <para>premienavordering in zijn geheel aan appellante heeft opgelegd. Hierbij neemt de Raad in</para>
      <para>ogenschouw dat blijkens het looncontrolerapport van 14 oktober 1997 (mede) op verzoek</para>
      <para>van appellante wegens het ontbreken van gegevens bij appellante omtrent de hoogte van de</para>
      <para>door haar werknemers betaalde premie ter zake van de particuliere ziektekostenverzekering</para>
      <para>verschillende afspraken tussen appellante en gedaagde zijn gemaakt. Voorts acht de Raad in</para>
      <para>dit kader van belang dat de premienavordering grotendeels betrekking heeft op werknemers</para>
      <para>van appellante en dat de premienavordering is vastgesteld op een bedrag in het voordeel</para>
      <para>van appellante.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte is de Raad niet gebleken van toezeggingen dan wel mededelingen van de zijde</para>
      <para>van gedaagde op grond waarvan bij appellante het gerechtvaardigd vertrouwen zou kunnen</para>
      <para>zijn gewekt dat geen bezwaar bestond tegen de wijze waarop appellante haar werknemers in</para>
      <para>de kosten ter zake van de particuliere ziektekostenverzekering is tegemoet  gekomen.</para>
      <para>Voorts is naar het oordeel van de Raad in dezen geen sprake van een met de in de door</para>
      <para>appellante aangehaalde uitspraak van de Raad van 14 november 1990 (RSV 1993/60)</para>
      <para>vergelijkbare situatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenoverwogene volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking</para>
      <para>komt, zij het onder verbetering van de gronden, aangezien de rechtbank ten onrechte de</para>
      <para>wettelijke toeslagen WTZ en MOOZ niet als kosten van artikel 6, eerste lid, aanhef en</para>
      <para>onder r, van de CSV heeft aangemerkt. Deze toeslagen heeft gedaagde bij de berekening</para>
      <para>van de bovenmatigheid van de vergoedingen terecht buiten beschouwing gelaten, omdat de</para>
      <para>premie voor de particuliere ziektekostenverzekering immers bestaat uit nominale premie én</para>
      <para>wettelijke toeslagen WTZ en MOOZ.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist is als in rubriek III van deze uitspraak is weergegeven.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier,</para>
      <para>en uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>                                            (get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>                                                (get.) R.E. Lysen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingevolge de Coördinatiewet Sociale</para>
      <para>Verzekering kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen, maar alleen ter zake van</para>
      <para>schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der artikelen 4, 5,</para>
      <para>6, 7 en 8 van die wet.</para>
      <para>Dit beroep wordt ingesteld door binnen zes weken nadat dit afschrift van de uitspraak ter</para>
      <para>post is bezorgd, een beroepschrift in cassatie aan de Centrale Raad van eroep in te zenden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>JdB2105</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>