<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:55:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9216</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/436 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002542&amp;g=2001-03-22">Besluit overbrenging aangelegenheden betreffende Indonesische pensioenen van het departement van Buitenlandse Zaken naar het departement van Binnenlandse Zaken</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=78&amp;g=2001-03-22">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 78</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008655&amp;artikel=VII&amp;g=2001-03-22">Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen VII</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001, 97</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2001/138</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:58:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216 Centrale Raad van Beroep , 22-03-2001 / 99/436 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9216:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>99/436 WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de Stichting [X] te [Y], appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 mei 1998 heeft gedaagde ongegrond verklaard de bezwaren van appellante tegen</para>
      <para>het besluit van 31 december 1997, waarbij zij bij de vaststelling van de door haar verschuldigde</para>
      <para>gedifferentieerde premie ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor</para>
      <para>het premiejaar 1998 is aangemerkt als startende onderneming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden heeft bij uitspraak van 14 december 1998 het</para>
      <para>door appellante tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is van die uitspraak op bij beroepschrift aangevoerde gronden bij de Raad in</para>
      <para>hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 6 mei 1999, ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 8 februari 2001, waar voor</para>
      <para>appellante is verschenen haar controller [A] en waar gedaagde, zoals aangekondigd, zich</para>
      <para>niet heeft laten vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingaande 1 januari 1997 is appellante gefuseerd met de Stichting [Z] en de Stichting</para>
      <para>Verzorgingshuizen in [Q]. Tevens heeft per die datum een privatisering plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft gedaagde gehandhaafd zijn besluit van 31 december 1997,</para>
      <para>waarbij de door appellante verschuldigde premie ingevolge de WAO voor 1998 is</para>
      <para>vastgesteld op 7,85 %, zijnde de basispremie van 7,55% vermeerderd met de voor grote,</para>
      <para>startende werkgevers geldende rekenpremie van 0,3%. Daarbij heeft gedaagde overwogen</para>
      <para>dat de voor 1998 verschuldigde premie in beginsel gebaseerd dient te worden op het</para>
      <para>werkgeversrisicopercentage over de jaren 1993 tot en met 1996 doch, nu er sprake is</para>
      <para>geweest van overgang van ondernemingen voor 1 januari 1998, dient appellante in verband</para>
      <para>met het bepaalde in artikel VII, tweede lid, van de Wet premiedifferentiatie en</para>
      <para>marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (wet Pemba) te worden aangemerkt</para>
      <para>als startende ondernemer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat gedaagde op</para>
      <para>goede gronden onder toepassing van artikel VII, tweede lid, van de wet Pemba appellante</para>
      <para>heeft aangemerkt als startende ondernemer. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat uit</para>
      <para>deze wetsbepaling blijkt dat in het kader van de gedifferentieerde premie onder overgang</para>
      <para>van onderneming uitsluitend wordt verstaan de overgang van de onderneming die heeft</para>
      <para>plaatsgevonden op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet. De rechtbank heeft</para>
      <para>erop gewezen dat blijkens de parlementaire geschiedenis van de wet Pemba artikel VII,</para>
      <para>tweede lid, is ingevoerd omdat er zich in de situatie dat er sprake is van overgang van</para>
      <para>onderneming bij de berekening van de gedifferentieerde premie een uitvoeringstechnisch</para>
      <para>probleem voordoet. Zonder nadere clausulering zouden de uitvoeringsinstellingen gehouden</para>
      <para>zijn om ook voor het verleden - dat wil zeggen: voor de periode voor de inwerkingtreding</para>
      <para>van deze  wet - na te gaan of er sprake is geweest van een overgang van onderneming. Het</para>
      <para>opsporen van dergelijke overgangen is uitvoeringstechnisch gezien echter ondoenlijk.</para>
      <para>Vandaar dat ervoor is gekozen om de bepalingen met betrekking tot de berekening van de</para>
      <para>gedifferentieerde premie voor gevallen waarin een overgang van onderneming heeft</para>
      <para>plaatsgevonden, uitsluitend van toepassing te doen zijn op overgangen van onderneming die</para>
      <para>zich hebben voorgedaan op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet, te weten op 1</para>
      <para>januari 1998. De rechtbank heeft hierbij verwezen naar pagina 6 van de tweede Nota van</para>
      <para>Wijziging, Tweede kamer, vergaderjaar 1996-1997, 24 698, nr 22.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante kan zich hiermee niet verenigen, te minder nu in haar geval gegevens</para>
      <para>beschikbaar zijn van de uitvoeringsinstelling sociale zekerheid voor overheid en onderwijs</para>
      <para>(USZO) over de jaren 1993 tot en met 1996. Op basis van deze gegevens zou zij in</para>
      <para>aanmerking komen voor een lager premiepercentage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen van de zijde van appellante is aangevoerd, hetgeen een herhaling is van hetgeen</para>
      <para>in bezwaar en beroep is aangevoerd,  ziet de Raad geen toereikende grond om tot een ander</para>
      <para>oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad onderschrijft het oordeel</para>
      <para>van de rechtbank. Het samenstel van wettelijke bepalingen, waaronder begrepen het Besluit</para>
      <para>premiedifferentiatie WAO, biedt geen ruimte om in gevallen waarin wel gegevens</para>
      <para>beschikbaar zijn over een voor 1 januari 1998 gelegen, aan een overgang van een</para>
      <para>onderneming voorafgaande periode, deze gegevens als basis te nemen voor de berekening</para>
      <para>van de verschuldigde premie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep faalt en deswege de aangevallen uitspraak</para>
      <para>dient te worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in</para>
      <para>artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J van der Net als voorzitter en mr R.C. Schoemaker en</para>
      <para>mr G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van mr L.H. Vogt als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>(get.) L.H. Vogt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>JdB</para>
      <para>1603</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>