<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:00:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9164</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/1493 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=12&amp;g=2001-01-04">Coördinatiewet Sociale Verzekering 12</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=12&amp;g=2001-01-04">Coördinatiewet Sociale Verzekering 12</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=3&amp;g=2001-01-04">Ziektewet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=5&amp;g=2001-01-04">Ziektewet 5</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001/52</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164 Centrale Raad van Beroep , 04-01-2001 / 99/1493 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9164:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>99/1493 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>X Beheer B.V, gevestigd te Y, appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante is mr D.J. de Korte, belastingadviseur bij</para>
      <para>WEA Belastingadviseurs Zeeland te Goes, op bij beroepschrift</para>
      <para>aangevoerde gronden bij de Raad in hoger beroep gekomen van</para>
      <para>een door de Arrondissementsrechtbank te Middelburg onder</para>
      <para>dagtekening 4 maart 1999 tussen partijen gegeven uitspraak,</para>
      <para>waarnaar hier wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft op 22 juni 1999 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>23 november 2000, waar appellante zich heeft doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr D.J. de Korte voornoemd.</para>
      <para>Gedaagde heeft zich bij die gelegenheid doen vertegenwoordigen</para>
      <para>door mr T.E.D.M. Zijlmans, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft gedaagde ten laste van</para>
      <para>appellante over de jaren 1993 tot en met 1996 premies</para>
      <para>vastgesteld ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten,</para>
      <para>aangezien de heer A (hierna: A) -middels zijn persoonlijke</para>
      <para>vennootschap A Beheer B.V.- naar het oordeel van gedaagde ten</para>
      <para>opzichte van appellante in die jaren werkzaam was in een</para>
      <para>verzekeringsplichtige arbeidsverhouding. Meer in het bijzonder</para>
      <para>staat daarbij de vraag centraal of er sprake was van een</para>
      <para>privaatrechtelijke dienstbetrekking. Appellante is van oordeel</para>
      <para>dat zulks niet het geval is, aangezien er geen sprake is</para>
      <para>(geweest) van een gezagsverhouding tussen appellante en A.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Conform vaste rechtspraak van de Raad moet, indien een</para>
      <para>directeur/aandeelhouder van een besloten vennootschap in</para>
      <para>verband met de statutaire bepalingen en de</para>
      <para>eigendomsverhoudingen met betrekking tot de aandelen, in de</para>
      <para>algemene vergadering van aandeelhouders geen doorslaggevende</para>
      <para>invloed heeft op de benoeming, de schorsing en -in het</para>
      <para>bijzonder- het ontslag van de directeuren, in beginsel worden</para>
      <para>aangenomen dat hij werkzaam is in een gezagsrelatie tot de</para>
      <para>besloten vennootschap.</para>
      <para>In casu staat vast dat ten tijde hier van belang</para>
      <para>A beschikte over een dusdanig pakket aandelen dat hij niet in</para>
      <para>staat was zijn ontslag tegen te houden.</para>
      <para>Door appellante is erop gewezen dat A tezamen met het</para>
      <para>aandelenpakket van zijn schoonvader, de heer B, wel in staat</para>
      <para>is zijn ontslag, waarvoor krachtens de statuten een 2/3</para>
      <para>meerderheid vereist is, tegen te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is echter -met de rechtbank- van oordeel dat deze</para>
      <para>omstandigheid niet leidt tot een uitzondering op bovenstaand</para>
      <para>uitgangspunt.</para>
      <para>Het feit dat er in de praktijk een hechte samenwerking bestaat</para>
      <para>tussen schoonvader B en schoonzoon A ten aanzien van het</para>
      <para>bestuur van appellante, neemt niet weg dat in deze de</para>
      <para>juridische verhoudingen doorslaggevend zijn. Daarbij moet</para>
      <para>tevens in aanmerking worden genomen dat zich een situatie kan</para>
      <para>voordoen, waarin de onderscheiden belangen aanzienlijk minder</para>
      <para>met elkaar in overeenstemming zijn dan thans het geval is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft tevens bezwaar gemaakt tegen de opgelegde</para>
      <para>boete ter hoogte van 10% van de premie. Appellante is van</para>
      <para>oordeel dat zij, gelet op de discussies en de vele</para>
      <para>rechterlijke uitspraken omtrent de positie van de</para>
      <para>directeur/aandeelhouder, een pleitbaar standpunt heeft</para>
      <para>ingenomen, zodat er geen reden is een boete op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad onderschrijft dit standpunt niet. Reeds bij brief d.d.</para>
      <para>23 maart 1988 heeft gedaagdes rechtsvoorgangster aan</para>
      <para>appellante bericht dat A verplicht verzekerd is, en dat</para>
      <para>appellante derhalve premies verschuldigd is over het aan A</para>
      <para>uitbetaalde loon. Dit standpunt is in 1992 door een inspecteur</para>
      <para>van gedaagde herhaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft appellante eenzijdig, zonder overleg met</para>
      <para>gedaagde, met ingang van 1993 A niet meer op de loonlijst</para>
      <para>geplaatst, nadat A zijn persoonlijke vennootschap had</para>
      <para>opgericht.</para>
      <para>De Raad is van oordeel dat hier kan worden gesproken van grove</para>
      <para>schuld in de zin van het destijds van toepassing zijnde</para>
      <para>Besluit Administratieve Boeten Coördinatiewet, zodat in</para>
      <para>beginsel het boetepercentage op 25% dient te worden gesteld.</para>
      <para>De door gedaagde, mede vanwege het evenredigheidsbeginsel, op</para>
      <para>10% gefixeerde boete acht de Raad alleszins redelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel</para>
      <para>8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr G.</para>
      <para>van der Wiel en mr H.C. Cusell als leden, in tegenwoordigheid</para>
      <para>van R.E. Lysen als griffier, en uitgesproken in het openbaar</para>
      <para>op 4 januari 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.E. Lysen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JdB</para>
      <para>0901</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>