<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:16:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9131</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/557 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002460&amp;artikel=3&amp;g=2001-01-18">Ziekenfondswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001, 69</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2001/90 met annotatie van Mr. A. Moesker</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:58:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131 Centrale Raad van Beroep , 18-01-2001 / 99/557 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2001:ZB9131:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>99/557 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>X Software B.V., gevestigd te Y, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 in</para>
      <para>werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen</para>
      <para>1997 treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats van</para>
      <para>de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats</para>
      <para>getreden van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel</para>
      <para>en Vrije Beroepen. In deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het</para>
      <para>bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit op bezwaar van 15 augustus 1997 heeft appellant zijn aan gedaagde</para>
      <para>opgelegde correctienota's van 23 oktober 1996 met betrekking tot de jaren 1991 tot</para>
      <para>en met 1995 gehandhaafd. Deze correctienota's vinden hun oorzaak in het feit dat</para>
      <para>appellant zich op het standpunt stelt dat gedaagde ten onrechte een aantal</para>
      <para>werknemers als niet verzekerd ingevolge de Ziekenfondswet (ZFW) heeft aangemerkt,</para>
      <para>wegens het overschrijden van de loongrens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is op bij aanvullend beroepschrift van 20 april 1999 aangegeven gronden</para>
      <para>bij de Raad in hoger beroep gekomen van een door de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Rotterdam onder dagtekening 21 december 1998 tussen partijen gewezen uitspraak,</para>
      <para>waarbij hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde heeft mr A.A.M. van der Elsen, advocaat te Berkel-Enschot, op 29</para>
      <para>juni 1999 een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.</para>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 7 december 2000.</para>
      <para>Appellant is verschenen bij zijn gemachtigde mr R.P. Bourne, werkzaam bij Gak</para>
      <para>Nederland B.V., terwijl gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.,</para>
      <para>financial manager, met bijstand van mr G.A. Diebels, eveneens advocaat te</para>
      <para>Berkel-Enschot en I.H.H. Merks, kantoorgenoot van mr Diebels voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is, evenals bij het geding in eerste aanleg, uitsluitend de vraag</para>
      <para>aan de orde of de op grond van de bij gedaagde geldende regeling winstuitkering</para>
      <para>(tot 1993) en vervolgens ingevoerde bonusregeling, aan werknemers betaalde</para>
      <para>bonusuitkeringen als loon in de zin van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, van</para>
      <para>de ZFW moeten worden aangemerkt (hierna: loongrensbepaling).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het bestreden besluit, waarin deze vraag ontkennend is</para>
      <para>beantwoord, vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht, omdat gedaagde heeft nagelaten een nader onderzoek naar de feitelijke</para>
      <para>uitbetaling van de bonussen te verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is in hoger beroep op materiële gronden tegen de uitspraak van de</para>
      <para>rechtbank opgekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde stelt zich op het standpunt dat het altijd de bedoeling is geweest om de</para>
      <para>werknemers die onder het toepassingsbereik van bedoelde regelingen vielen, ten</para>
      <para>allen tijde een bonus te betalen die qua hoogte ertoe zou leiden dat de betrokken</para>
      <para>werknemers een loon zouden genieten dat hen boven de loongrens zou brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft daartoe in bezwaar en beroep gewezen op de feitelijke betalingen</para>
      <para>in de onderhavige premiejaren. Hieraan heeft gedaagde de opvatting ontleend dat</para>
      <para>zij op grond van dit bestendige gebruik in een eventuele civielrechtelijke</para>
      <para>procedure in de situatie dat geen betaling van de bonus zou hebben plaatgevonden,</para>
      <para>op bijvoorbeeld de grond dat haar financiële positie dat niet toeliet, zij in</para>
      <para>rechte geen gehoor zou vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in verband hiermee geoordeeld dat appellant verzuimd heeft naar</para>
      <para>de feitelijke betalingen een onderzoek te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daargelaten de betekenis die aan de bestendige, feitelijke betaling van een bonus</para>
      <para>in het civiele recht kan toekomen, is de Raad van oordeel dat de rechtbank een</para>
      <para>onjuist uitgangspunt heeft gehanteerd voor de bewijslastverdeling.</para>
      <para>Gedaagde heeft immers in bezwaar de stelling van de feitelijke betalingen</para>
      <para>betrokken en het ligt, zeker nu dit gegevens zijn die uit de loonadministratie van</para>
      <para>gedaagde moeten blijken, op de weg van de werkgever deze gegevens aan appellant</para>
      <para>te verstrekken. De omstandigheid dat, zoals ter zitting gesteld, de looninspecteur</para>
      <para>hier geen belangstelling voor had bij zijn looncontrole en deze zich door de</para>
      <para>inhoud van de regeling voldoende voorgelicht achtte, doet hieraan niet af.</para>
      <para>Gedaagde heeft door noch in bezwaar noch in beroep haar stelling met gegevens uit</para>
      <para>de loonadministratie te onderbouwen in dit opzicht procesrisico genomen.</para>
      <para>Appellant heeft derhalve bij de totstandkoming van het bestreden besluit naar het</para>
      <para>oordeel van de Raad, kunnen volstaan met de haar ter beschikking staande gegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiervan uitgaande moet de Raad vaststellen dat de bonusregeling, die qua inhoud</para>
      <para>naar gedaagdes verklaring overeenkomt met de voordien geldende regeling, op tal</para>
      <para>van punten laat zien dat geen sprake is van een vaste overeengekomen, naar</para>
      <para>tijdsruimte vastgestelde beloning als bedoeld in de loongrensbepaling.</para>
      <para>Hiertoe wijst de Raad op de artikelen 2, 3 en 5 van de partijen bekende regeling.</para>
      <para>De in artikel 6, kennelijk met het oog op de loongrensbepaling, neergelegde</para>
      <para>garantie, laat evenmin zien dat de beoogde garantie ten allen tijde geboden wordt.</para>
      <para>Voorts laat artikel 8 van de regeling zien dat de regeling onder gewijzigde</para>
      <para>omstandigheden ten allen tijde kan worden herzien of ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog afgezien van het vorenstaande heeft de rechtbank door grote betekenis toe te</para>
      <para>kennen aan de feitelijke betaling van de bonus, ten onrechte uit het oog verloren</para>
      <para>dat sprake moet zijn van vast overeengekomen, naar tijdsruimte vastgesteld loon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit verband is van de kant van gedaagde ter zitting van de Raad verklaard dat</para>
      <para>iedere betrokken werknemer jaarlijks van gedaagde een brief ontvangt waarin</para>
      <para>vermeld is op welk regulier loon en op welke bonus hij het komende jaar aanspraak</para>
      <para>heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan deze eerste ter zitting van de Raad betrokken stelling kan de Raad, bij de</para>
      <para>beslechting van het onderhavige geschil, geen betekenis toekennen, nu deze tardief</para>
      <para>is ingebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad beantwoordt de in geding zijnde vraag derhalve ontkennend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande kan de aangevallen uitspraak niet in stand blijven en</para>
      <para>dient het inleidend beroep alsnog ongegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het inleidend beroep van gedaagde alsnog ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr R.C. Schoemaker en mr</para>
      <para>G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.E. Lysen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BvW</para>
      <para>161</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>