<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9163</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/2135 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=3&amp;g=2000-12-28">Ziektewet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=5&amp;g=2000-12-28">Ziektewet 5</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001/53</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:58:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163 Centrale Raad van Beroep , 28-12-2000 / 99/2135 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9163:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>99/2135 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A., wonende te B., appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is mr J.A. Tiesing, advocaat te Breda, op bij</para>
      <para>beroepschrift van 22 april 1999, met bijlagen, aangegeven</para>
      <para>gronden bij de Raad in hoger beroep gekomen van een door de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Breda onder dagtekening 3 maart</para>
      <para>1999 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt</para>
      <para>verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is bij brief van 14 juli 1999 van verweer</para>
      <para>gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft bij schrijven van 4 november 2000 de Raad</para>
      <para>nadere stukken doen toekomen, alsmede de Raad ervan in kennis</para>
      <para>gesteld dat hij de heer C.P.J. Meys gemachtigd heeft namens</para>
      <para>hem in de procedure op te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>16 november 2000, waar appellant in persoon is verschenen,</para>
      <para>vergezeld van zijn gemachtigde C.P.J. Meys, voornoemd.</para>
      <para>Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr D.B.</para>
      <para>Smaalders, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ontleent aan de aangevallen uitspraak, waarin</para>
      <para>appellant als eiser is aangeduid en gedaagde als verweerder,</para>
      <para>de navolgende feiten.</para>
      <para>X. Internationaal Transport B.V. te Y. (hierna: X.) is een</para>
      <para>transportonderneming met tien personeelsleden in vaste dienst,</para>
      <para>waaronder acht chauffeurs. Bij een tekort aan chauffeurs wordt</para>
      <para>een beroep gedaan op het GPDW, thans uitzendbureau Randstad</para>
      <para>Transportdiensten. In 1997 heeft eiser via GPDW 1400 uur bij</para>
      <para>X. gewerkt.</para>
      <para>Bij brief van 20 januari 1998 heeft eiser verweerder verzocht</para>
      <para>om een onderzoek naar zelfstandigheid. Eiser verhuurt zichzelf</para>
      <para>als (inter)nationaal chauffeur onder de naam Z. aan</para>
      <para>transportbedrijven tegen een vooraf bepaald tarief, zulks met</para>
      <para>gebruikmaking van een wagen van de desbetreffende</para>
      <para>transportonderneming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 maart 1998, gericht aan X., heeft verweerder</para>
      <para>besloten dat eiser verzekeringsplichtig is te achten omdat</para>
      <para>sprake is van werkzaamheden verricht in het kader van een</para>
      <para>privaatrechtelijke dienstbetrekking, subsidiair dat sprake is</para>
      <para>van werkzaamheden in een arbeidsverhouding die met een</para>
      <para>privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt gelijkgesteld (op</para>
      <para>grond van artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 24 december</para>
      <para>1986, Stb. 1986, 655).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van</para>
      <para>eiser tegen dit besluit gedeeltelijk gegrond verklaard, in</para>
      <para>zoverre dat de verzekeringsplicht van eiser slechts wordt</para>
      <para>gebaseerd op de artikelen 3 van de sociale verzekeringswetten,</para>
      <para>en voor het overige ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geschil betreft het antwoord op de vraag of appellant zijn</para>
      <para>werkzaamheden voor X. in een privaatrechtelijke</para>
      <para>dienstbetrekking heeft verricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals gedaagde en de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag</para>
      <para>bevestigend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad overweegt daartoe dat appellant gehouden was de</para>
      <para>werkzaamheden persoonlijk te verrichten. Ter zitting van de</para>
      <para>Raad is door appellants gemachtigde gewezen op zijn</para>
      <para>uitzonderlijke kwaliteiten ten aanzien van het</para>
      <para>goederenvervoer. Het lijkt de Raad dan ook aannemelijk dat als</para>
      <para>X. appellant benaderde voor een opdracht, appellant deze</para>
      <para>weliswaar kon weigeren of iemand anders kon voorstellen, doch</para>
      <para>dat zodra hij zichzelf beschikbaar had gesteld, hij verplicht</para>
      <para>was zelf de opdracht uit te voeren. Voorts staat vast dat</para>
      <para>appellant voor zijn werkzaamheden per uur werd betaald, zodat</para>
      <para>ook de loonbetalingsverplichting aanwezig was.</para>
      <para>Wat betreft de tussen X. en appellant bestaande</para>
      <para>gezagsverhouding hecht de Raad grote waarde aan de</para>
      <para>omstandigheid dat appellant tot november 1998 niet in het</para>
      <para>bezit was van de vereiste vergunningen ingevolge de Wet</para>
      <para>goederenvervoer over de weg, op grond waarvan hij gerechtigd</para>
      <para>was zelfstandig vervoer te verzorgen. Tot dat moment was hij</para>
      <para>afhankelijk van de vergunning(en) van X., waardoor naar</para>
      <para>'s Raads oordeel het ontbreken van gezag niet waarschijnlijk</para>
      <para>is, ook al brengt de aard van de werkzaamheden met zich dat</para>
      <para>dat gezag niet manifest aanwezig zal zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenoverwogene volgt dat de aangevallen uitspraak</para>
      <para>voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan</para>
      <para>artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Mitsdien dient te worden beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep;</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
      <para>Aldus gewezen door mr R.C. Schoemaker, als voorzitter en mr G.</para>
      <para>van der Wiel en mr L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid</para>
      <para>van L.H. Vogt als griffier, en uitgesproken in het openbaar op</para>
      <para>28 december 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) R.C. Schoemaker.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) L.H. Vogt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JdB</para>
      <para>0201</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>