<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:30:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9039</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/2676 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=3&amp;g=2000-10-05">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 249</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/288</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039 Centrale Raad van Beroep , 05-10-2000 / 98/2676 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9039:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/2676 WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A., wonende te B., appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van  de Nieuwe</para>
      <para>Algemene Bedrijfsvereniging. In deze uitspraak wordt onder</para>
      <para>gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op bij  beroepschrift aangevoerde gronden</para>
      <para>hoger beroep ingesteld tegen de door de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Almelo onder dagtekening van</para>
      <para>18 februari 1998 tussen partijen gegeven uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het schrijven gedagtekend 27 augustus 1998 heeft appellant</para>
      <para>een verklaring van zijn oud-werkgever omtrent zijn maandloon</para>
      <para>in 1983 overlegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft in een brief, gedagtekend 7 oktober 1998,</para>
      <para>gereageerd op het verweerschrift van gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij schrijven van 9 februari 1999 de Raad</para>
      <para>medegedeeld dat het dagloon van appellant herberekend is naar</para>
      <para>aanleiding van de brief van appellant van 27 augustus 1998 en</para>
      <para>dat deze herberekening niet leidt tot een hoger dagloon per</para>
      <para>1 maart 1983.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 8 maart 1999 heeft appellant aangevoerd dat</para>
      <para>een hoger dagloon van toepassing was. Dit schrijven was</para>
      <para>vergezeld van een verklaring van de vakorganisatie waarbij</para>
      <para>appellant aangesloten was en een door appellant daarvan</para>
      <para>gemaakte vertaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven van 14 april 1999 heeft appellant  een</para>
      <para>verklaring van zijn toenmalige werkgever overlegd, met een</para>
      <para>door appellant  daarvan gemaakte vertaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van appellant  zijn vervolgens nog  een brief ontvangen,</para>
      <para>gedagtekend 2 maart 2000, een brief, gedagtekend 21 maart</para>
      <para>2000, met bijlagen, en een brief van 22 maart 2000, met</para>
      <para>bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>6 april 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de behandeling ter zitting is de Raad tot het oordeel</para>
      <para>gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en heeft</para>
      <para>hij gedaagde om een reactie gevraagd op het schrijven van</para>
      <para>appellant van 8 maart 1999, de daarbij behorende verklaringen</para>
      <para>en het schrijven van 14 april 2000 en de door appellant aan de</para>
      <para>Raad ter zitting overlegde berekening van zijn dagloon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van gedaagde is bij brief van 19 juni 2000 een antwoord op dit</para>
      <para>verzoek ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft van zijn kant gereageerd op de brief van</para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is vervolgens behandeld ter zitting van de Raad,</para>
      <para>gehouden op 24 augustus 2000, waar appellant in persoon is</para>
      <para>verschenen en gedaagde, na voorafgaand bericht, niet is</para>
      <para>verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende</para>
      <para>feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is in Nederland werkzaam geweest vanaf 1956. Vanaf</para>
      <para>januari 1965 tot en met 1987 woonde hij in Zweden. Hij is</para>
      <para>aldaar vanaf 1 maart 1983 in aanmerking gekomen voor een</para>
      <para>invaliditeitspensioen. In 1987 is appellant naar Nederland</para>
      <para>teruggekeerd. Met ingang van 1 mei 1990 is hij part-time gaan</para>
      <para>werken via een uitzendbureau. Op 21 maart 1991 viel appellant</para>
      <para>uit wegens rug- en armklachten. Gedaagde heeft appellant met</para>
      <para>ingang van 20 maart 1992 in aanmerking gebracht voor</para>
      <para>uitkeringen ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet</para>
      <para>(AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO),</para>
      <para>berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot</para>
      <para>100%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien appellant zich niet kon verenigen met de</para>
      <para>ingangsdatum van het recht op uitkering, heeft hij tegen dat</para>
      <para>besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft bij uitspraak van</para>
      <para>16 april 1996 het beroep gegrond verklaard, het besluit</para>
      <para>vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 juli 1996 heeft gedaagde een nieuw besluit</para>
      <para>genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens heeft gedaagde bij besluit van 14 november 1996 beslist</para>
      <para>over het verzoek van appellant tot betaling van wettelijke</para>
      <para>rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft in verschillende brieven, waaronder ook in het</para>
      <para>hoger beroepschrift, aangevoerd dat zijn loon 6.608 Zweedse</para>
      <para>Kronen (Kr.) bedroeg, welk bedrag ook in de</para>
      <para>werkgeversverklaring van 12 maart 1998 voorkomt. Gedaagde</para>
      <para>heeft  het dagloon van appellant per 1 maart 1983 vastgesteld</para>
      <para>op f 126,33.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft bij schrijven van 8 maart 1999 aangevoerd dat</para>
      <para>zijn loon 6.829 Kr. bedroeg. Voorts stelt hij dat als</para>
      <para>vakantietoeslag 12% aangehouden moet worden.</para>
      <para>Gedaagde heeft als wisselkoers de waarde van de Zweedse kroon</para>
      <para>op 1 maart 1983 aangehouden, de dag van ingang van de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant, te weten</para>
      <para>f 0,36095. Appellant heeft bezwaar tegen deze rekenwijze. Hij</para>
      <para>voert aan dat de gemiddelde koers over het refertejaar</para>
      <para>voorafgaand aan 1 maart 1983 moet worden aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep tegen de besluiten van gedaagde</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geschil betreft de volgende vragen:</para>
      <para>- heeft gedaagde het dagloon op de juiste wijze</para>
      <para>vastgesteld?</para>
      <para>- heeft gedaagde de juiste wisselkoers gehanteerd?</para>
      <para>- heeft gedaagde het vakantiegeld op de juiste wijze</para>
      <para>verrekend in het dagloon?</para>
      <para>- heeft gedaagde de wettelijke rente op de juiste wijze</para>
      <para>vastgesteld?</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat gedaagde de juiste omrekenkoers heeft</para>
      <para>gehanteerd door de wisselkoers van de datum van ingang van de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkering van appellant te nemen. De</para>
      <para>Raad heeft in vaste jurisprudentie bepaald dat voor de</para>
      <para>vaststelling van het dagloon de omrekenkoers van de dag van</para>
      <para>ingang van de uitkering relevant is. De Raad verwijst naar de</para>
      <para>uitspraak van 28 juni 1985, gepubliceerd in RSV 1987/21, als</para>
      <para>voorbeeld van deze jurisprudentie. De Raad kan aan het Verdrag</para>
      <para>inzake sociale zekerheid gesloten tussen het Koninkrijk der</para>
      <para>Nederlanden en het Koninkrijk Zweden, anders dan appellant</para>
      <para>kennelijk beoogt, geen andere rekenwijze ontlenen. Dat in het</para>
      <para>onderhavige geval deze rekenwijze tot een voor appellant</para>
      <para>ongunstig resultaat leidt, gelet op de in het referte-jaar</para>
      <para>sterk verminderde waarde van de Zweedse kroon, kan niet leiden</para>
      <para>tot toepassing van een andere omrekenkoers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de stelling van appellant dat zijn loon op</para>
      <para>1 maart 1983 6.829 Kr. bedroeg, merkt de Raad  op dat hij er</para>
      <para>niet van overtuigd is geraakt dat het door appellant</para>
      <para>oorspronkelijk en herhaaldelijk vermelde bedrag van 6.608 Kr</para>
      <para>onjuist is. Beide bedragen worden ondersteund door een</para>
      <para>verklaring van respectievelijk de vakorganisatie van appellant</para>
      <para>en van appellants ex-werkgever.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In latere verklaringen hebben de ex-werkgever en</para>
      <para>vakorganisatie op uitdrukkelijk verzoek van appellant een</para>
      <para>verklaring afgegeven die het maandloon van 6.829 Kr.</para>
      <para>ondersteunen, maar de Raad kan aan deze niet nader</para>
      <para>gemotiveerde verklaringen niet het belang hechten dat appellant</para>
      <para>eraan toegekend wil zien, aangezien authentieke stukken uit de</para>
      <para>in geding zijnde periode die deze verklaringen genoegzaam</para>
      <para>zouden kunnen ondersteunen, ontbreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek naar de feiten is niet met de vereiste</para>
      <para>zekerheid komen vast te staan welk percentage moet worden</para>
      <para>gehanteerd met betrekking tot het vakantiegeld in 1983. De</para>
      <para>Raad stelt evenwel in elk geval vast dat het door appellant</para>
      <para>aangevoerde percentage van 12, toegepast op een loon van 6829</para>
      <para>Kr., en met toepassing van de omrekenkoers geldend op 1 maart</para>
      <para>1983, niet tot een hoger dagloon leidt dan vastgesteld door</para>
      <para>gedaagde. De Raad kan om die reden reeds in het midden laten</para>
      <para>hoe de vakantietoeslag precies verwerkt moet worden in het</para>
      <para>dagloon van appellant, nu ook een percentage van 12 niet tot</para>
      <para>een hoger dagloon leidt dan het door gedaagde vastgestelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft appellant aangevoerd dat gedaagde wettelijke</para>
      <para>rente moet betalen vanaf 1 maart 1983. Gedaagde heeft in zijn</para>
      <para>besluit van 21 februari 1997, waarin hij oordeelde over het</para>
      <para>bezwaar van appellant tegen het besluit van 14 november 1996,</para>
      <para>vastgelegd, dat wettelijke rente betaald wordt van 1 december</para>
      <para>1992 tot 1 april 1994. De rechtbank heeft hieromtrent</para>
      <para>overwogen dat gedaagde gevolgd kan worden in zijn besluit dat</para>
      <para>eerst aanspraak op betaling van rente bestaat vanaf 1 december</para>
      <para>1992.</para>
      <para>Op basis van informatie van 17 februari 1992 had immers</para>
      <para>uiterlijk op 16 november 1992 een beslissing genomen moeten</para>
      <para>worden. Vanaf 1 december 1992 is dan vervolgens wettelijke</para>
      <para>rente verschuldigd. Nalatigheid van het uitvoeringsorgaan in</para>
      <para>Zweden leidt niet tot een aan gedaagde toe te rekenen</para>
      <para>onrechtmatige daad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad sluit zich te dien aanzien aan bij de overwegingen van</para>
      <para>de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat de aangevallen</para>
      <para>uitspraak dient te worden bevestigd. De Raad ziet geen</para>
      <para>aanleiding om tot een proceskostenveroordeling ingevolge</para>
      <para>artikel 8:75 Awb over te gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en</para>
      <para>mr G. van der Wiel en mr F.J.L. Pennings als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van A.H. Huls als griffier, en uitgesproken</para>
      <para>in het openbaar op 5 oktober 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.H. Huls.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JdB</para>
      <para>0910</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>