<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:02:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB9006</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00/3663 REA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0009565&amp;artikel=10&amp;g=2000-10-24">Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 10</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0009565&amp;artikel=22&amp;g=2000-10-24">Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 22</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0009565&amp;artikel=22&amp;g=2000-10-24">Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten 22</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2001, 25</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/303</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006 Centrale Raad van Beroep , 24-10-2000 / 00/3663 REA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB9006:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>00/3663 REA</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 november 1999 heeft gedaagde appellant in kennis</para>
      <para>gesteld van het besluit waarbij hij in aanmerking is gebracht voor</para>
      <para>vergoeding van de opleiding Algemene ondernemersvaardigheden via de</para>
      <para>Rooi Pannen te Tilburg. Dit besluit is genomen op grond van het bij</para>
      <para>en krachtens de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten (Wet</para>
      <para>REA) bepaalde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft gedaagde bij</para>
      <para>besluit van 1 maart 2000 (het bestreden besluit) ongegrond</para>
      <para>verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De President van de Arrondissementsrechtbank te Breda heeft met</para>
      <para>toepassing van het bepaalde in artikel 8:86, eerste lid, van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij uitspraak van 23 mei 2000 het</para>
      <para>tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr A. Schreurs, advocaat te Tilburg, tegen</para>
      <para>deze uitspraak, voor zover daarbij het inleidend beroep ongegrond</para>
      <para>is verklaard, hoger beroep ingesteld en de Raad op de bij het</para>
      <para>beroepschrift (met bijlagen) aangevoerde gronden verzocht het hoger</para>
      <para>beroep gegrond te verklaren en de aangevallen uitspraak te</para>
      <para>vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft bij schrijven van 28 augustus 2000 (met bijlagen)</para>
      <para>van verweer gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 12</para>
      <para>september 2000, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan</para>
      <para>door mr Schreurs, voornoemd, als</para>
      <para>zijn raadsvrouw en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen</para>
      <para>door mr H.J.A. Bos, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een uitgebreide weergave van de voor dit geding van belang</para>
      <para>zijnde feiten en omstandigheden en de van toepassing zijnde</para>
      <para>regelgeving verwijst de Raad naar hetgeen daaromtrent gelet op de</para>
      <para>gedingstukken met juistheid in de aangevallen uitspraak is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kortheidshalve vermeldt de Raad hier het volgende. Aan appellant</para>
      <para>zijn met ingang van 22 mei 1992 uitkeringen ingevolge de Algemene</para>
      <para>Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toegekend naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Vanuit de gedachte dat hij</para>
      <para>de meeste kans zou maken om in het arbeidsproces te reïntegreren</para>
      <para>met werk dat hij thuis zou kunnen verrichten, heeft appellant</para>
      <para>gedaagde om toekenning van een computer met ISDN-aansluiting</para>
      <para>verzocht om zich op deze nieuwe manier van werken te kunnen</para>
      <para>oriënteren en scholing te volgen. In het kader van de</para>
      <para>besluitvorming door gedaagde heeft P. Haest, als consulent werkzaam</para>
      <para>bij Start Kans/Avo Arbeid, een haalbaarheidsonderzoek gedaan en een</para>
      <para>scholingsplan opgesteld. Daarbij is naar voren gekomen dat</para>
      <para>appellant voornemens was arbeid als zelfstandige te verrichten.</para>
      <para>Geadviseerd werd appellant met het oog daarop een aantal</para>
      <para>opleidingen te laten volgen en voorzieningen te verstrekken</para>
      <para>(waaronder de gevraagde personal computer), maar daarbij een</para>
      <para>rangorde aan te brengen, omdat uit de genoten vooropleiding</para>
      <para>onmogelijk kon worden afgeleid dat appellant de opleidingen aankon.</para>
      <para>Daarop is appellant bij primair besluit van 18 november 1999 op</para>
      <para>grond van het bepaalde in artikel 22 van de Wet REA in aanmerking</para>
      <para>gebracht voor de opleiding Algemene ondernemersvaardigheden en is</para>
      <para>hem meegedeeld dat het vervolgtraject zou worden ingezet zodra deze</para>
      <para>opleiding was afgerond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de verschillende fases van dit geding heeft appellant in het</para>
      <para>bijzonder zich ertegen gekeerd dat hem niet al aanstonds een pc met</para>
      <para>ISDN- en internetaansluiting is toegekend door gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft gedaagde zijn standpunt</para>
      <para>gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak is het bestreden besluit in stand</para>
      <para>gelaten. De Raad onderschrijft in grote lijnen de aan die</para>
      <para>beslissing ten grondslag gelegde overwegingen en voegt daaraan nog</para>
      <para>het volgende toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft de aanvraag van appellant om een pc met ISDN- en</para>
      <para>internetaansluiting geplaatst tegen de achtergrond van diens</para>
      <para>verlangen om met werkzaamheden in de zelfstandige uitoefening van</para>
      <para>een bedrijf inkomsten te verwerven. De Raad heeft geen reden die</para>
      <para>zienswijze van gedaagde voor onjuist te houden gelet op de hiervoor</para>
      <para>al vermelde rapportage van de consulent P. Haest. Ook de</para>
      <para>omstandigheid dat appellant al eerder als zelfstandige heeft</para>
      <para>getracht met een bedrijf dat T-shirts bedrukte inkomsten te</para>
      <para>verwerven wijst in die richting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Wet REA kan gedaagde aan</para>
      <para>de arbeidsgehandicapte bedoeld in artikel 10 van die wet -waaronder</para>
      <para>appellant- voorzieningen toekennen die strekken tot behoud of</para>
      <para>herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid</para>
      <para>bevorderen. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat onder</para>
      <para>voorzieningen als bedoeld in het eerste lid in ieder geval worden</para>
      <para>verstaan: a. scholing of opleiding; b. voorzieningen die</para>
      <para>noodzakelijk zijn voor het kunnen volgen van scholing of opleiding</para>
      <para>als bedoeld in onderdeel a; c. (...).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad merkt allereerst op dat de bij primair besluit van 18</para>
      <para>november 1999 gedane toekenning van de vergoeding van</para>
      <para>opleidingskosten voor de opleiding algemene ondernemersvaardigheden</para>
      <para>door gedaagde terecht is gestoeld op het bepaalde in artikel 22 van</para>
      <para>de Wet REA. Deze wettelijke bepaling is in de plaats getreden van</para>
      <para>artikel 57, eerste lid, van de AAW (oud), waarbij aan de besturen</para>
      <para>van de toenmalige bedrijfsverenigingen de bevoegdheid was toegekend</para>
      <para>om zogeheten werkvoorzieningen te realiseren. De Raad heeft onder</para>
      <para>de vigeur van die bepaling in vaste jurisprudentie als zijn</para>
      <para>zienswijze kenbaar gemaakt dat het te ver voert om zonder meer en</para>
      <para>onder alle omstandigheden een voorziening ten behoeve van het</para>
      <para>volgen van onderwijs door een gehandicapte te beschouwen als een</para>
      <para>voorziening tot behoud, herstel of ter bevordering van de</para>
      <para>arbeidsgeschiktheid in de zin van artikel 57, eerste lid van de</para>
      <para>AAW. Naar in 's Raads uitspraak van 8 oktober 1999, reg.nr. 99/3967</para>
      <para>REA, ligt besloten kan vergoeding van de kosten, samenhangend met</para>
      <para>een opleiding, als voorziening in de zin van deze bepaling, in</para>
      <para>beginsel slechts aan de orde komen als daarvan met een redelijke</para>
      <para>mate van zekerheid valt te verwachten dat daarmee een adequate</para>
      <para>compensatie kan worden verkregen van het door de handicap</para>
      <para>veroorzaakt of dreigend verlies aan verdiencapaciteit. De Raad ziet</para>
      <para>geen reden dit uitgangspunt voor wat de toepassing van artikel 22</para>
      <para>van de Wet REA betreft, te verlaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hiervoor overwogene in aanmerking nemend onderschrijft de Raad</para>
      <para>de bij het bestreden besluit door gedaagde gehandhaafde keuze</para>
      <para>appellant eerst de opleiding algemene ondernemersvaardigheden te</para>
      <para>laten volgen en pas na het met succes doorlopen daarvan een</para>
      <para>beslissing te nemen over het vervolg(opleidings)traject met de</para>
      <para>noodzakelijke voorzieningen. Op grond van de daaromtrent in de</para>
      <para>gedingstukken voorkomende gegevens kan immers niet staande worden</para>
      <para>gehouden dat de vooropleiding van appellant en zijn werkervaring</para>
      <para>voldoende uitzicht boden om als zelfstandig ondernemer te kunnen</para>
      <para>functioneren en dat hij zonder meer in staat moest worden geacht</para>
      <para>met succes de daarvoor noodzakelijke opleidingen te volgen. Ook</para>
      <para>overigens acht de Raad de zienswijze van gedaagde dat de gevraagde</para>
      <para>voorzieningen voor appellant geen reëel perspectief op verwerving</para>
      <para>van een duurzaam verdienvermogen boden, voldoende onderbouwd door</para>
      <para>de daarop betrekking hebbende vanwege gedaagde bijgebrachte</para>
      <para>eenduidige onderzoeksbevindingen.</para>
      <para>In het licht van voormeld vereiste dat de te treffen voorzieningen</para>
      <para>een adequate compensatie moeten bieden voor het door de handicap</para>
      <para>van appellant veroorzaakte verlies aan verdiencapaciteit, ziet de</para>
      <para>Raad de bij het bestreden besluit door gedaagde gevolgde</para>
      <para>stapsgewijze behandeling van appellants aanvraag derhalve de</para>
      <para>(terughoudende) rechterlijke toetsing doorstaan. Terecht is er in</para>
      <para>de aangevallen uitspraak op gewezen dat die benadering ook in het</para>
      <para>belang van appellant is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte overweegt de Raad, in navolging van hetgeen daaromtrent</para>
      <para>in de aangevallen uitspraak is overwogen, dat een beslissing over</para>
      <para>de vraag of appellant op grond van het bepaalde in de Wet REA in</para>
      <para>aanmerking kan komen voor een pc met ISDN- en internetaansluiting,</para>
      <para>gelet op het hiervoor overwogene en in aanmerking genomen dat voor</para>
      <para>het volgen van de opleiding algemene ondernemersvaardigheden de</para>
      <para>beschikking over een pc thuis niet noodzakelijk is, eerst aan de</para>
      <para>orde komt binnen de besluitvorming over het vervolgtraject, nadat</para>
      <para>appellant deze opleiding met succes heeft afgerond.</para>
      <para>Aan de partijen mede verdeeld houdende vraag of een eventuele</para>
      <para>toekenning alsdan op grond van artikel 22 van de Wet REA dan wel in</para>
      <para>verband met de toepassing van artikel 30 van die wet heeft plaats</para>
      <para>te vinden, komt de Raad derhalve thans niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het</para>
      <para>bepaalde in artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr M.I. 't Hooft als voorzitter en</para>
      <para>mr D.J. van der Vos en mr R.M. van Male als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van A.H. Huls als griffier en uitgesproken in het</para>
      <para>openbaar op 24 oktober 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.I. 't Hooft.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.H. Huls.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>AB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>