<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:18:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8996</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG8725</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/5538 AL:GEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=3&amp;g=2000-08-03">Werkloosheidswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=3&amp;g=2000-08-03">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/263</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996 Centrale Raad van Beroep , 03-08-2000 / 98/5538 AL:GEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8996:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/5538 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A te B, België, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel</para>
      <para>en Vrije Beroepen. In deze uitspraak wordt onder gedaagde</para>
      <para>tevens verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 juli 1996 heeft gedaagde ongegrond verklaard</para>
      <para>de bezwaren van appellant tegen het besluit van</para>
      <para>30 maart 1995, waarbij hij verplicht verzekerd is geacht</para>
      <para>ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft bij uitspraak</para>
      <para>van 10 maart 1998 (onder meer) het namens appellant tegen dat</para>
      <para>besluit ingestelde beroep gegrond verklaard voorzover daarbij</para>
      <para>is geconcludeerd tot verzekeringsplicht over 1998 (lees: 1988)</para>
      <para>en 1989, dat besluit in zoverre vernietigd en het beroep voor</para>
      <para>het overige ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is bij gemachtigde mr F.R. Herreveld, advocaat te</para>
      <para>Amsterdam, op bij aanvullend beroepschrift van 1 april 1999</para>
      <para>aangevoerde gronden van die uitspraak bij de Raad in hoger</para>
      <para>beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 4 mei 1999,</para>
      <para>ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is hierop bij schrijven van 31 augustus 1999</para>
      <para>gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22</para>
      <para>juni 1999, waar voor appellant is verschenen mr Herreveld,</para>
      <para>voornoemd, en waar voor gedaagde is verschenen mr M. Mulder,</para>
      <para>werkzaam bij GAK Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten die in rubriek 3 van de aangevallen uitspraak zijn</para>
      <para>vermeld, worden door partijen niet betwist en vormen ook voor</para>
      <para>de Raad het uitgangspunt bij zijn oordeelsvorming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat</para>
      <para>het bestreden besluit ziet op de periode 1 januari 1988 tot en</para>
      <para>met 31 december 1992. Vervolgens heeft de rechtbank op basis</para>
      <para>van de door haar vastgestelde feiten aangegeven dat deze</para>
      <para>periode in een drietal perioden valt te onderscheiden, te weten</para>
      <para>de periode van 1 januari 1988 tot en met 31 december 1989, de</para>
      <para>periode van 1 januari 1990 tot en met 31 augustus 1991 en de</para>
      <para>periode van 1 september 1991 tot en met 31 december 1992.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de periode van 1 januari 1988 tot en met 31</para>
      <para>december 1989, in welke periode de verkoop van het</para>
      <para>familiebedrijf, waarin appellant participeerde, aan X - een aan</para>
      <para>de beurs te Londen genoteerde onderneming - werd afgerond,</para>
      <para>heeft de rechtbank geoordeeld dat, gelet op de in het kader van</para>
      <para>de aandelenoverdracht gemaakte afspraken, de werkzaamheden die</para>
      <para>appellant in die periode verrichtte, niet werden verricht in</para>
      <para>het kader van een privaatrechtelijke dienstbetrekking of een</para>
      <para>daarmee gelijk te stellen arbeidsverhouding. Naar het oordeel</para>
      <para>van de rechtbank was in deze periode veeleer sprake van nog</para>
      <para>gedurende enige tijd gezamenlijk opererende ondernemers. Op</para>
      <para>basis hiervan heeft de rechtbank het bestreden besluit voor wat</para>
      <para>de periode tot en met 1989 vernietigd. Gedaagde heeft hierin</para>
      <para>berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de twee andere perioden, in welke perioden</para>
      <para>appellant werkzaam was op basis van een management agreement,</para>
      <para>gedateerd 27 april 1988, tussen Y Beheer B.V., de vennootschap</para>
      <para>waarvan de aandelen zijn overgedragen, en zijn persoonlijke</para>
      <para>vennootschap Holding A B.V., onderscheidenlijk een management</para>
      <para>agreement, gedateerd 31 augustus 1992, tussen drie voormalige</para>
      <para>dochtervennootschappen van Y Beheer B.V. (A-fruit B.V.,</para>
      <para>A-fruit C B.V. en A-fruit D B.V.) en Z, een inmiddels door</para>
      <para>appellant naar het recht van Ierland opgerichte vennootschap,</para>
      <para>heeft de rechtbank geoordeeld dat aan alle voorwaarden voor het</para>
      <para>aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking werd</para>
      <para>voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met dit oordeel kan appellant zich niet verenigen. Van zijn</para>
      <para>kant is aangevoerd dat ook na 1 januari 1990 zijn verhouding</para>
      <para>tot X rechtstreeks voortvloeide uit en onlosmakelijk verbonden</para>
      <para>was met de verkoop van de aandelen en de bij die verkoop</para>
      <para>geformuleerde rechten en verplichtingen. Uitgangspunt was</para>
      <para>steeds dat appellant en familieleden van hem op een</para>
      <para>ondernemingsgewijze basis en dus risicodragend zouden blijven</para>
      <para>participeren in de onderneming(en). X hechtte eraan dat de</para>
      <para>betrokken familieleden hun ondernemingsgeest zouden blijven</para>
      <para>inzetten voor de onderneming(en). Met het oog hierop is ook</para>
      <para>gepoogd tot een Partnership Agreement te komen, een met een</para>
      <para>vennootschap onder firma gelijkende constructie. Aangezien de</para>
      <para>Engelse beursregels in dat geval onwelgevallige gevolgen voor X</para>
      <para>zouden hebben, is hiervan afgezien. In plaats daarvan is de</para>
      <para>management agreement van 31 augustus 1992 opgesteld, welke</para>
      <para>overeenkomst dezelfde condities behelst als een</para>
      <para>firma-overeenkomst. Deze condities komen met name tot</para>
      <para>uitdrukking in het gegeven dat deze overeenkomst geen vaste</para>
      <para>vergoeding kent. Appellant, althans zijn vennootschap ontvangt</para>
      <para>een vast percentage van de behaalde winst. In het geval er</para>
      <para>verlies wordt geleden, wordt er niet alleen niets uitgekeerd</para>
      <para>maar wordt tevens een gelijk percentage van het verlies</para>
      <para>verrekend met het aandeel in de winst dat hopelijk in het</para>
      <para>daarop volgende jaar of de daarop volgende jaren wordt behaald.</para>
      <para>Dit systeem is geënt op het systeem van fiscale</para>
      <para>verliesverrekening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt dienaangaande het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking</para>
      <para>is vereist dat er sprake is van een verplichting tot</para>
      <para>persoonlijke arbeidsverrichting, van een gezagsverhouding en</para>
      <para>van een verplichting tot loonbetaling. Naar vaste jurisprudentie</para>
      <para>van de Raad is voor het antwoord op de vraag of aan deze</para>
      <para>drie voorwaarden wordt voldaan niet beslissend de kwalificatie</para>
      <para>die betrokkenen zelf aan hun arbeidsverhouding gegeven, noch</para>
      <para>hetgeen daarbij voor ogen is gestaan. Hiervan uitgaande moet de</para>
      <para>Raad vaststellen dat in beide perioden aan deze voorwaarden</para>
      <para>werd voldaan. Het lijdt geen twijfel dat het ging om de</para>
      <para>persoonlijke arbeid van appellant, en dat appellant na de</para>
      <para>afronding van de aandelenoverdracht onder gezag kwam te staan</para>
      <para>van X. De Raad sluit zich aan bij hetgeen de rechtbank</para>
      <para>hieromtrent heeft overwogen. Met betrekking tot de verplichting</para>
      <para>tot loonbetaling is niet beslissend dat deze betaling wordt</para>
      <para>verricht aan een vennootschap waarvan appellant directeur en</para>
      <para>enig aandeelhouder is. Middels die vennootschap komt die</para>
      <para>betaling appellant immers ten goede. In de periode voor 1</para>
      <para>september 1992 was voorzien in een vaste (basis)vergoeding.</para>
      <para>Gelet hierop moet worden vastgesteld dat ook aan de voorwaarde</para>
      <para>van een verplichting van loonbetaling werd voldaan. De Raad is</para>
      <para>voorts van oordeel dat aan deze voorwaarde ook werd voldaan in</para>
      <para>de periode daarna, omdat loon niet alleen is een naar tijd</para>
      <para>bepaalde (geldelijke) vergoeding. Van loon kan ook sprake zijn</para>
      <para>indien, gelijk te dezen het geval is, de vergoeding afhankelijk</para>
      <para>is gesteld van het resultaat van de arbeid. De Raad verwijst</para>
      <para>hierbij naar het arrest van de Hoge Raad van 2 april 1982, NJ</para>
      <para>1982/321, alsmede naar de in de conclusie bij dit arrest</para>
      <para>vermelde jurisprudentie en literatuur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het hiervoor overwogene komt de Raad tot de</para>
      <para>conclusie dat de aangevallen uitspraak dient te worden</para>
      <para>bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te</para>
      <para>geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr</para>
      <para>R.C. Schoemaker en mr G. van der Wiel als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr L.H. Vogt als griffier en uitgesproken</para>
      <para>in het openbaar op 3 augustus 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) L.H. Vogt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>3107</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>