<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:18:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8969</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/1398 Algem</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=8&amp;g=2000-07-27">Coördinatiewet Sociale Verzekering 8</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/267 met annotatie van Mr. A. Moesker</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969 Centrale Raad van Beroep , 27-07-2000 / 98/1398 Algem</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8969:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/1398 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>Stichting X als rechtsopvolger van de X h.o.d.n. X, gevestigd te Y, appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 in werking</para>
      <para>getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het</para>
      <para>Landelijk instituut sociale verzekeringen (hierna: Lisv) in de plaats van de betrokken</para>
      <para>bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen. In</para>
      <para>deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante is drs M.A.B. Speetjens, belastingadviseur te Tilburg, op bij</para>
      <para>beroepschrift (met bijlagen) aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een uitspraak</para>
      <para>van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 16 december 1997, waarnaar hierbij wordt</para>
      <para>verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft onder dagtekening 14 oktober 1998 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 15 juni 2000, waar</para>
      <para>appellante zich heeft doen vertegenwoordigen door haar ambtshalve opgeroepen gemachtigde</para>
      <para>drs Speetjens, voornoemd, terwijl als medegemachtigde is verschenen C., bestuurslid van</para>
      <para>appellante. Gedaagde, eveneens daartoe ambtshalve opgeroepen, is verschenen bij zijn</para>
      <para>gemachtigde mr M. Mulder, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft naar aanleiding van een bij appellante, een woningbouwcorporatie, eind</para>
      <para>1994 aangevangen looncontrole nadere premies ingevolge sociale</para>
      <para>werknemersverzekeringswetten vastgesteld bij correctienota's van 26 september 1995 met</para>
      <para>betrekking tot de jaren 1990 tot en met 1993, alsmede bij correctienota van 12 januari</para>
      <para>1996 met betrekking tot 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Terzake van deze correctie's zijn boete's opgelegd voor de jaren 1990 tot en met 1993 bij</para>
      <para>respectieve besluiten van 4 oktober 1995, alsmede bij besluit van 17 januari 1996 met</para>
      <para>betrekking tot 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij respectieve bezwaarschriften van 14 februari 1996 is tegen de correctienota en het</para>
      <para>boetebesluit met betrekking tot 1994 bezwaar gemaakt.</para>
      <para>Bij respectieve bezwaarschriften van 13 november 1995 is ditzelfde geschied tegen de</para>
      <para>boetenota's met betrekking tot de jaren 1990 tot en met 1993.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit van 6 januari 1997 heeft gedaagde uitsluitend het bezwaar met</para>
      <para>betrekking tot de boete ter zake van de kleedgeldvergoeding voor huismeesters gegrond</para>
      <para>verklaard en de bezwaren voor het overige ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, voorzover het zich richtte tegen de</para>
      <para>correctienota betreffende kleedgeldvergoeding en tegen de hoogte van de boetenota's</para>
      <para>betreffende de in rekening gebrachte vergoeding voor het genot van dienstwoningen, en het</para>
      <para>beroep voor het overige ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen zijn in hoger beroep uitsluitend de volgende onderdelen van het bestreden</para>
      <para>besluit in geschil:</para>
      <para>a. heeft gedaagde het verschil tussen de door appellante aan de bij haar in dienst zijnde</para>
      <para>huismeesters in rekening gebrachte vergoedingen voor de dienstwoningen en de waarde in</para>
      <para>het economisch verkeer terecht tot het premieloon gerekend;</para>
      <para>b. heeft gedaagde terecht, voorzover de boetenota's betrekking hebben op partijen bekende</para>
      <para>onkostenvergoedingen en een vergoeding van AWBZ-premies, opzet/grove schuld aangenomen</para>
      <para>als bedoeld in artikel 3 van het ABC-besluit en heeft gedaagde ermee kunnen volstaan de</para>
      <para>aldus opgelegde boete te matigen tot op 25%, en</para>
      <para>c. staat de duur van de bezwaarfase aan het opleggen van boetenota's in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Ad a.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante brengt aan haar huismeesters als vergoeding voor de bewoning van een</para>
      <para>dienstwoning de landelijke huurquote in rekening, zijnde onbetwist, 25% van het</para>
      <para>netto-inkomen, die meestal tot een lagere uitkomst leidt dan de huurpijs die betaald moet</para>
      <para>worden voor vergelijkbare woningen (economische huurwaarde).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Te dezen is van belang het bij en krachtens artikel 8 van de Coördinatiewet sociale</para>
      <para>verzekering (CSV) bepaalde, zoals deze bepalingen ten tijde hier van belang luidden.</para>
      <para>Uit deze bepalingen, in onderlinge samenhang beschouwd, volgt naar het oordeel van de</para>
      <para>Raad dat de grief van appellante dat de waarde van de dienstwoningen op een lager bedrag</para>
      <para>moet worden gesteld dan de economische huurwaarde niet kan slagen. Immers, ingevolge de</para>
      <para>toepasselijke regelgeving is dit slechts mogelijk indien de inspecteur der directe</para>
      <para>belastingen op grond van artikel 11, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting</para>
      <para>1990 bij beschikking de waarde van het genot van een woning op een geringer bedrag heeft</para>
      <para>vastgesteld. Niet gesteld of gebleken is dat dergelijke beschikkingen zijn genomen. De</para>
      <para>Raad verwijst in dit verband ook naar een arrest van de HR van 12 oktober 1998, nr</para>
      <para>25.027, abusievelijk als nr 25.027 aangeduid in Infonr 8700306 in Bull 1989/39.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De vorenbedoelde vraag dient dan ook bevestigend te worden beantwoord.</para>
    <para />
    <para>Ad b.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft deze beide vragen bevestigend beantwoord.</para>
      <para>De Raad kan zich met dit oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde</para>
      <para>overwegingen verenigen en maakt deze tot de zijne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ad c.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat het bezwaar tegen de boetenota terzake van 1994 iets minder dan</para>
      <para>een jaar in behandeling is geweest. De behandeling van het bezwaar tegen de boetenota's</para>
      <para>terzake van 1990 tot en met 1993 heeft bijna 14 maanden in beslag genomen.</para>
      <para>De Raad acht deze termijnen, gelet op de geringe mate van complexiteit van de onderhavige</para>
      <para>materie, te lang en derhalve in strijd met artikel 6 EVRM. De Raad is van oordeel dat</para>
      <para>gedaagde zich dient te beraden over een matiging van de thans voorliggende boetebesluiten</para>
      <para>en dienaangaande een nieuw besluit dient te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat appellantes grieven tegen het bestreden besluit en de aangevallen</para>
      <para>uitspraak in zoverre doel treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep</para>
      <para>begroot op f 1.420,-- voor verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt tot slot vast dat het door appellante in hoger beroep gestorte griffierecht</para>
      <para>door gedaagde dient te worden vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak in zoverre daarin het beroep ongegrond is verklaard</para>
      <para>met betrekking tot de hoogte van de boetenota's terzake van 1990 tot en met 1994;</para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit in zoverre;</para>
      <para>Verstaat dat gedaagde een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van f 1.420,--;</para>
      <para>Gelast dat het Lisv aan appellante het gestorte griffierecht van f 630,-- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr R.C. Schoemaker en</para>
      <para>mr G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>(get.) R.E. Lysen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>2807</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>