<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:28:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8941</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/4115 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=16&amp;g=2000-06-21">Werkloosheidswet 16</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=20&amp;g=2000-06-21">Werkloosheidswet 20</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=35&amp;g=2000-06-21">Werkloosheidswet 35</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 188</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941 Centrale Raad van Beroep , 21-06-2000 / 98/4115 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Samenloop dienstbetrekkingen voorafgaand aan het intreden van de werkloosheid; wijze van berekening arbeidsurenverlies.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8941:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/4115 WW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid, Geestelijke en</para>
      <para>Maatschappelijke Belangen. In deze uitspraak wordt onder</para>
      <para>appellant tevens verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op daartoe bij beroepschrift aangegeven gronden</para>
      <para>hoger beroep ingesteld tegen een door de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Amsterdam op 18 maart 1998 tussen</para>
      <para>partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is door mr P. Hagemeijer, werkzaam bij ARAG</para>
      <para>Rechtsbijstand, een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10</para>
      <para>mei 2000, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr F. Gerritsma, werkzaam bij Cadans Uitvoeringsinstelling</para>
      <para>B.V., terwijl gedaagde niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde</para>
      <para>geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet</para>
      <para>(WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten</para>
      <para>tijde hier van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde is vanaf 1 mei 1991 gedurende 24 uur per week in</para>
      <para>dienst van de Stichting Verpleeghuizen Noord-Holland werkzaam</para>
      <para>geweest bij verpleeghuis X te Y als staffunctionaris</para>
      <para>begeleiding en opleiding. Daarnaast ontving zij vanaf oktober</para>
      <para>1992 wachtgeld over 9 uur per week. Per 1 december 1995 is</para>
      <para>gedaagde voor 15 uur per week in dienst getreden bij</para>
      <para>verpleeghuis Z, als gevolg waarvan haar wachtgeld is beëindigd.</para>
      <para>Vervolgens is gedaagdes arbeidsovereenkomst met voormelde</para>
      <para>stichting ontbonden, waardoor aan de werkzaamheden bij X per 1</para>
      <para>maart 1996 een einde is gekomen. Aan gedaagde is in verband</para>
      <para>daarmee ingaande die datum een uitkering ingevolge de WW</para>
      <para>toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 mei 1996 heeft appellant aangegeven dat op</para>
      <para>gedaagdes WW-uitkering een korting van 8,08 uur wordt toegepast</para>
      <para>in verband met haar werkzaamheden bij Z. Tegen dat besluit</para>
      <para>heeft gedaagde bezwaar gemaakt omdat zij het niet juist vond</para>
      <para>dat gewerkte uren die in de plaats zijn gekomen van het</para>
      <para>wachtgeld, dat zij naast haar dienstverband bij X had, op de</para>
      <para>uitkering in mindering werden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit van 26 september 1996 heeft appellant</para>
      <para>zijn aangevochten standpunt gehandhaafd, waartoe met verwijzing</para>
      <para>naar de artikelen 16, 20 en 35 van de WW is overwogen dat</para>
      <para>gedaagde weliswaar een dienstverband van 24 uur per week heeft</para>
      <para>verloren, maar dat, gezien het in de periode van 26 weken</para>
      <para>voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid gemiddeld als</para>
      <para>werknemer gewerkte aantal uren, in elke week 6,92 van de bij Z</para>
      <para>gewerkte uren buiten aftrek worden gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak overwogen dat</para>
      <para>van de kant van appellant ter zitting van de rechtbank is</para>
      <para>aangegeven dat de motivering van het bestreden besluit niet is</para>
      <para>gehandhaafd. De rechtbank heeft daarin reden gevonden om dat</para>
      <para>besluit te vernietigen en te bepalen dat appellant een nieuw</para>
      <para>besluit dient te nemen met inachtneming van de aangevallen</para>
      <para>uitspraak. De rechtbank heeft voorts overwogen geen aanleiding</para>
      <para>te zien voor instandlating van de rechtsgevolgen van het</para>
      <para>bestreden besluit, daar zij uit de door haar vastgestelde</para>
      <para>feiten afleidt dat de uren uit de dienstbetrekking bij Z niet</para>
      <para>in de plaats zijn gekomen van de arbeidsuren die voor gedaagde</para>
      <para>bij X verloren zijn gegaan en verandering van arbeidsuren</para>
      <para>daarom hier niet aan de orde is. De rechtbank heeft voorts</para>
      <para>bepaald dat appellant het door gedaagde gestorte griffierecht</para>
      <para>vergoedt en appellant veroordeeld in de proceskosten van</para>
      <para>gedaagde tot een bedrag van f 1.420,--.</para>
      <para>In hoger beroep heeft appellant betoogd dat hij terecht op</para>
      <para>basis van artikel 16 van de WW 6,92 uur van de bij Z gewerkte</para>
      <para>uren niet op de WW-uitkering heeft gekort en 8,08 uur daarvan</para>
      <para>wel voor aftrek in aanmerking heeft gebracht, zodat een recht</para>
      <para>op uitkering resteert over 15,92 uur ofwel 15 uur en 55</para>
      <para>minuten. Ter zitting is van appellants kant nog uitgelegd dat</para>
      <para>in de uitvoeringspraktijk in geval van werkloosheid uit een</para>
      <para>dienstbetrekking welke werd gecombineerd met werkzaamheden</para>
      <para>welke niet beëindigd worden, bij het vaststellen van de omvang</para>
      <para>van het recht op uitkering wordt gewerkt met de begrippen</para>
      <para>aftrekbare en niet-aftrekbare uren. De uitkomst van het op deze</para>
      <para>wijze vaststellen van het arbeidsurenverlies wijkt in dit geval</para>
      <para>echter niet af van de berekening als voorgeschreven in artikel</para>
      <para>16, tweede lid, van de WW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is van oordeel dat het hoger beroep van appellant doel</para>
      <para>treft. Anders dan de rechtbank leidt de Raad uit de van</para>
      <para>appellants kant ter zitting van de rechtbank gegeven</para>
      <para>toelichting op het bestreden besluit, welke in hoger beroep is</para>
      <para>herhaald, niet af dat gedaagde de motivering van dat besluit</para>
      <para>niet handhaaft. Die toelichting maakt veeleer duidelijk dat het</para>
      <para>in geding zijnde besluit op de juiste wettelijke bepalingen is</para>
      <para>gebaseerd en dat deze bepalingen ook correct zijn toegepast.</para>
      <para>Appellant heeft immers conform artikel 16, tweede lid, van de</para>
      <para>WW het door gedaagde in de daar bedoelde periode van 26</para>
      <para>kalenderweken gemiddelde aantal arbeidsuren in beide</para>
      <para>dienstverbanden berekend, hetgeen per week 30,92 bedraagt. Nu</para>
      <para>gedaagde na 1 maart 1996 gedurende 15 uur per week is blijven</para>
      <para>werken is er derhalve sprake van een arbeidsurenverlies van</para>
      <para>15,92 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad merkt bij het voorgaande op dat toepassing van</para>
      <para>voormelde bepalingen in casu tot een voor gedaagde betrekkelijk</para>
      <para>ongunstig resultaat leidt, nu enerzijds de bij Z gewerkte uren</para>
      <para>niet de gehele in aanmerking te nemenperiode van 26</para>
      <para>kalenderweken bestreken en anderzijds de daarin vallende uren</para>
      <para>waarover wachtgeld werd betaald, niet meegeteld kunnen worden.</para>
      <para>Een en ander vloeit evenwel onvermijdelijk voort uit de door de</para>
      <para>wet- en regelgever gemaakte keuzes, waaraan ook door de rechter</para>
      <para>niet voorbij gegaan kan worden. In dit verband wijst de Raad er</para>
      <para>nog op dat het door de rechtbank gehuldigde standpunt dat de</para>
      <para>bij Z gewerkte uren niet van invloed zijn op het</para>
      <para>arbeidsurenverlies, berust op een onjuiste uitleg van de</para>
      <para>toepasselijke voorschriften.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenoverwogene leidt de Raad tot de slotsom dat de</para>
      <para>rechtbank het bestreden besluit ten onrechte heeft vernietigd.</para>
      <para>De aangevallen uitspraak kan deswege in rechte geen stand</para>
      <para>houden, met uitzondering evenwel van hetgeen daarin is beslist</para>
      <para>ten aanzien van griffierecht en proceskosten. Naar het oordeel</para>
      <para>van de Raad vormt namelijk de verwarring omtrent de precieze</para>
      <para>grondslag van het bestreden besluit, welke kan zijn ontstaan</para>
      <para>door de daarin onnodig opgenomen verwijzingen naar de artikelen</para>
      <para>20 en 35 van de WW en door de daarin gehanteerde</para>
      <para>uitvoeringstechnische terminologie, aanleiding om de kosten van</para>
      <para>het instellen van beroep tegen dat besluit niet voor rekening</para>
      <para>van gedaagde te laten. Om dezelfde reden zal de Raad appellant</para>
      <para>veroordelen in de door gedaagde in hoger beroep terzake van</para>
      <para>verleende rechtsbijstand gemaakte kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, behoudens voor zover</para>
      <para>daarin over de vergoeding van het griffierecht en de</para>
      <para>proceskosten in eerste aanleg is beslist;</para>
      <para>Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit alsnog</para>
      <para>ongegrond;</para>
      <para>Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger</para>
      <para>beroep tot een bedrag groot f 710,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr M.A. Hoogeveen als voorzitter en</para>
      <para>mr Th.C. van Sloten en mr Th.M. Schelfhout als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van A.H. Huls als griffier, en uitgesproken in</para>
      <para>het openbaar op 21 juni 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.A. Hoogeveen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) A.H. Huls.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BvW</para>
      <para>206</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>