<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8932</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/8944 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=27&amp;g=2000-05-24">Werkloosheidswet 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=24&amp;g=2000-05-24">Werkloosheidswet 24</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 167</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932 Centrale Raad van Beroep , 24-05-2000 / 98/8944 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nalaten passende arbeid te aanvaarden. Mogelijkheid om bij wijze van maatregel de uitkering over een periode van 26 weken te verlagen tot 35% ontbreekt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/8944 WW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid. In deze uitspraak</para>
      <para>wordt onder appellant tevens verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde</para>
      <para>gronden in hoger beroep gekomen van een door de</para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch onder dagtekening</para>
      <para>16 november 1998 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar</para>
      <para>hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde heeft mr H. Koelewijn, advocaat te Woerden,</para>
      <para>een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>12 april 2000, waar appellant zich heeft doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr T.L. Muller, werkzaam bij</para>
      <para>SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering N.V., en waar</para>
      <para>gedaagde -zoals aangekondigd- niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde</para>
      <para>geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet</para>
      <para>(WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten</para>
      <para>tijde als hier van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een</para>
      <para>uitvoerige weergave van de van belang zijnde feiten en</para>
      <para>omstandigheden volstaat de Raad hier met het volgende te</para>
      <para>vermelden.</para>
      <para>Gedaagde ontving sedert 27 februari 1995 een WW-uitkering op</para>
      <para>basis van een verlies aan arbeidsuren van 37,5 per week.</para>
      <para>Op 27 augustus 1996 heeft het arbeidsbureau te Schagen aan</para>
      <para>appellant bericht dat gedaagde het haar per 21 augustus 1996</para>
      <para>door werkgever C te D aangeboden werk als onderhoudsschilder</para>
      <para>niet had aanvaard. Gedaagde heeft van dit werkaanbod geen</para>
      <para>melding gemaakt op het door haar ingevulde werkbriefje over de</para>
      <para>periode 5 augustus 1996 tot en met 1 september 1996. Appellant</para>
      <para>heeft onderzoeken ingesteld bij het arbeidsbureau, werkgever C</para>
      <para>en gedaagde. Op basis van de resultaten daarvan heeft</para>
      <para>appellant zich op het standpunt gesteld dat gedaagde per 21</para>
      <para>augustus 1996 heeft nagelaten passende arbeid bij werkgever C</para>
      <para>te aanvaarden. Om die reden heeft appellant de WW-uitkering</para>
      <para>van gedaagde per 21 augustus 1996 alsnog blijvend geheel</para>
      <para>geweigerd wegens het nalaten passende arbeid te aanvaarden,</para>
      <para>dan wel het door eigen toedoen geen passende arbeid</para>
      <para>verkrijgen. Een en ander is vervat in het besluit op bezwaar</para>
      <para>van 17 januari 1997, strekkende tot ongegrondverklaring van de</para>
      <para>bezwaren van gedaagde tegen appellants besluit van 3 oktober</para>
      <para>1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, dat was ingesteld tegen het</para>
      <para>bestreden besluit, gegrond verklaard en dat besluit alsmede</para>
      <para>het besluit van 3 oktober 1996 vernietigd, onder toewijzing</para>
      <para>van proceskosten en griffierecht. Aan het aanvullend</para>
      <para>beroepschrift ontleent de Raad het volgende:</para>
      <para>"In de uitspraak heeft de rechtbank aangegeven dat gedaagde</para>
      <para>slechts zou kunnen worden verweten dat zij niet reeds op</para>
      <para>21 augustus 1996 is begonnen, in plaats van af te spreken dat</para>
      <para>zij pas op 26 augustus 1996 aan het werk zou gaan. In verband</para>
      <para>hiermee had het recht op WW gedurende de periode 21 augustus</para>
      <para>1996 tot 26 augustus 1996 geweigerd kunnen worden op grond van</para>
      <para>het niet beschikbaar zijn, als voorgeschreven in artikel 16</para>
      <para>WW. Het maken van de afspraak kan volgens de rechtbank niet</para>
      <para>worden gezien als handelen in strijd met het bepaalde in</para>
      <para>artikel 24, lid 1 sub b WW.</para>
      <para>Door het maken van de afspraak is juist wel passende arbeid</para>
      <para>aanvaard, zij het pas enkele dagen later dan mogelijk was</para>
      <para>geweest. Voorts staat volgens de rechtbank niet vast dat</para>
      <para>gedaagde op 26 augustus 1996 verwijtbaar heeft nagelaten</para>
      <para>passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen</para>
      <para>passende arbeid heeft verkregen. Vanwege het eindigen van de</para>
      <para>relatie en de daarop gevolgde verhuizing kan worden betwijfeld</para>
      <para>of het aangeboden werk nog wel passend was.</para>
      <para>Appellant acht het de vraag of uit het feit dat gedaagde</para>
      <para>liever eerst per 26 augustus 1996 het werk weer wilde</para>
      <para>hervatten, de conclusie kan worden getrokken dat zij met</para>
      <para>ingang van deze datum in het geheel niet meer beschikbaar was</para>
      <para>voor de arbeidsmarkt en zij derhalve met ingang van</para>
      <para>21 augustus 1996 niet langer werkloos was. Appellant acht het</para>
      <para>niet opportuun deze grond alsnog als primaire weigeringsgrond</para>
      <para>in geding te brengen. Voorts acht appellant het niet</para>
      <para>begrijpelijk dat betwijfeld kan worden of de aangeboden arbeid</para>
      <para>per 26 augustus 1996 nog wel passend moeten worden geacht nu</para>
      <para>gedaagde om persoonlijke redenen na 21 augustus 1996 heeft</para>
      <para>verkozen helemaal naar 's-Hertogenbosch te verhuizen.</para>
      <para>Appellant blijft van oordeel dat de beoordeling of de</para>
      <para>situaties, als bedoeld in artikel 24 lid 1 sub b onder ten 2e</para>
      <para>WW, ten aanzien van gedaagde van toepassing waren, per dag</para>
      <para>dient te worden gedaan. De rechtbank gaat hieraan ten onrechte</para>
      <para>voorbij.</para>
      <para>Door te overwegen dat gedaagde per 21 augustus 1996 niet in</para>
      <para>strijd heeft gehandeld met artikel 24 lid 1, aanhef sub b</para>
      <para>onder ten 2e WW, miskent de rechtbank dat gedaagde</para>
      <para>daadwerkelijk per 21 augustus 1996 het werk had kunnen en,</para>
      <para>vanuit een oogpunt van toepassing van de WW, had dienen aan te</para>
      <para>vangen nu vaststaat dat gedaagde zelfstandig heeft bepaald dat</para>
      <para>zij niet eerder dan 26 augustus 1996 het werk wilde hervatten,</para>
      <para>terwijl dat wel mogelijk was.".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is tegen dit standpunt van appellant uitvoerig</para>
      <para>verweer gevoerd. Daarbij is de Raad verzocht de uitspraak van</para>
      <para>de rechtbank te bevestigen, zonodig onder verbetering van de</para>
      <para>gronden en appellant te veroordelen in de kosten van de</para>
      <para>procedure in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten tweede, van de</para>
      <para>WW bepaalt dat de werknemer voorkomt dat hij werkloos is of</para>
      <para>blijft, doordat hij nalaat aangeboden passende arbeid te</para>
      <para>aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid</para>
      <para>verkrijgt.</para>
      <para>Naar het oordeel van de Raad staat voldoende vast dat</para>
      <para>werkgever C gedaagde met ingang van 21 augustus 1996 voor haar</para>
      <para>passende arbeid voor de volledige werktijd heeft aangeboden.</para>
      <para>De door gedaagde in verschillende stadia van de procedure</para>
      <para>aangevoerde redenen om het aanbod niet te aanvaarden,</para>
      <para>waaronder de omstandigheid dat zij bij haar ouders te 's-</para>
      <para>Hertogenbosch aan het schilderen was en die klus eerst wilde</para>
      <para>afmaken, dienen vanuit het oogpunt van de WW als ondeugdelijk</para>
      <para>te worden aangemerkt. Hieruit volgt dat gedaagde per 21</para>
      <para>augustus 1996 evengenoemde verplichting niet is nagekomen. Het</para>
      <para>enkele feit dat gedaagde wel bereid was op 26 augustus 1996 de</para>
      <para>aangeboden arbeid te aanvaarden, doet daar niet aan af. De van</para>
      <para>de kant van gedaagde aangevoerde privé-omstandigheden om</para>
      <para>vervolgens ook op 26 augustus 1996 de aangeboden arbeid niet</para>
      <para>aan te vangen, kunnen naar het oordeel van de Raad in dit</para>
      <para>geding geen rol spelen, nu deze los staan van de door gedaagde</para>
      <para>aangevoerde redenen om niet al op de in geding zijnde datum,</para>
      <para>21 augustus 1996, bij C aan de slag te gaan. Bedoelde</para>
      <para>omstandigheden behoeven derhalve geen bespreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 27, tweede lid, van de WW,</para>
      <para>zoals die bepaling luidt vanaf 1 augustus 1996, is appellant</para>
      <para>gehouden de maatregel van blijvende gehele weigering op te</para>
      <para>leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagdes gemachtigde heeft bij verweerschrift nog aangevoerd</para>
      <para>dat appellant ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan de</para>
      <para>mogelijkheid om de uitkering over een periode van 26 weken te</para>
      <para>verlagen tot 35%.</para>
      <para>Genoemde gemachtigde miskent hiermee evenwel dat het in dit</para>
      <para>geval van toepassing zijnde tweede lid van artikel 27 van de</para>
      <para>WW, anders dan het eerste lid van dit artikel, niet de</para>
      <para>bedoelde uitkeringsmogelijkheid kent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook in de stelling dat het bestreden besluit geen stand kan</para>
      <para>houden omdat gedaagde niet tevoren zou zijn gehoord, kan de</para>
      <para>Raad de gemachtigde van gedaagde niet volgen.</para>
      <para>Gedaagde is door gedaagdes districtskantoor te Zaandam</para>
      <para>tweemaal schriftelijk opgeroepen om inlichtingen te</para>
      <para>verstrekken omtrent het thans aan de orde zijnde, niet</para>
      <para>spontaan door haar op het betreffende werkbriefje opgegeven,</para>
      <para>werkaanbod. Voor zover gedaagde op bedoelde oproepen niet</para>
      <para>heeft gereageerd omdat zij inmiddels naar 's-Hertogenbosch was</para>
      <para>verhuisd, ligt dit in de risicosfeer van gedaagde, nu het in</para>
      <para>de eerste plaats op haar weg ligt een dergelijke verandering</para>
      <para>in omstandigheden bij appellant te melden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovendien is gedaagde op 25 oktober 1996 door een medewerker</para>
      <para>van het districtskantoor te 's-Hertogenbosch alsnog</para>
      <para>telefonisch gehoord. Vervolgens heeft gedaagde afgezien van</para>
      <para>het bijwonen van de hoorzitting. Desgevraagd heeft haar</para>
      <para>toenmalige gemachtigde op 20 november 1996 als reden daarvoor</para>
      <para>gegeven dat het bezwaar voldoende was toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak</para>
      <para>voor vernietiging in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan</para>
      <para>het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het inleidend beroep alsnog ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr M.A. Hoogeveen als voorzitter en</para>
      <para>mr Th.C. van Sloten en mr Th.M. Schelfhout als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr I. de Hartog als griffier, en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.A. Hoogeveen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) I. de Hartog.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BvW</para>
      <para>235</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>