<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T18:09:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8878</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/5545 NABW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=7&amp;g=2000-06-20">Algemene bijstandswet 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=14&amp;g=2000-06-20">Algemene bijstandswet 14</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=17&amp;g=2000-06-20">Algemene bijstandswet 17</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JABW 2000, 127</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878 Centrale Raad van Beroep , 20-06-2000 / 98/5545 NABW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorliggende voorziening; WW-uitkering; maatregel; aanvullende bijstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8878:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/5545 NABW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A en B, beiden wonende te C, appellanten,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellanten heeft mr Ph. van Zinnicq Bergmann, advocaat te Eindhoven, op</para>
      <para>bij een aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld</para>
      <para>tegen een door de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch op 29 mei 1998</para>
      <para>tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Bij brief van 11 januari 2000 is namens gedaagde een nader stuk ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van 9 mei 2000, waar appellanten zijn</para>
      <para>verschenen bij hun gemachtigde mr Zinnicq Bergmann, voornoemd, en waar gedaagde</para>
      <para>zich heeft laten vertegenwoordigen door drs R.A.J. Wilbers, werkzaam bij gedaagdes gemeente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant A is op 20 juni 1996 op staande voet ontslagen bij X B.V. te Y, wegens</para>
      <para>ongeoorloofde afwezigheid van zijn werk. Hij is door het bestuur van de</para>
      <para>voormalige bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en de Electrotechnische</para>
      <para>industrie terzake van dit ontslag bij besluit van 18 juli 1996 met ingang van 20 juni 1996</para>
      <para>in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW), waarbij</para>
      <para>een sanctie is toegepast van 30% gedurende 21 weken. Dit sanctiebesluit is rechtens</para>
      <para>onaantastbaar geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat appellanten als gevolg van genoemde sanctie een inkomen ontvingen dat</para>
      <para>f 564,92 per maand minder was dan de voor hen als echtpaar geldende</para>
      <para>bijstandsnorm hebben zij op 26 juli 1996 gedaagde verzocht om een aanvullende</para>
      <para>uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde is op dit verzoek afwijzend beslist bij besluit van 16 augustus</para>
      <para>1996, welk besluit na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 27 november 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het namens appellanten tegen dit besluit ingestelde beroep</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat gedaagde zich op</para>
      <para>het standpunt stelt dat in beginsel dient te worden aangesloten bij een in het</para>
      <para>kader van de WW opgelegde sanctie en dat in het algemeen voor aanvullende</para>
      <para>bijstandsverlening geen plaats is. Dit leidt slechts uitzondering indien - zoals</para>
      <para>is neergelegd in de door de Dienst Algemeen Welzijn gehanteerde richtlijnen -</para>
      <para>'het inkomen als gevolg van de sanctie van de bedrijfsvereniging onredelijk veel</para>
      <para>lager is dan de betreffende bijstandsnorm minus de sanctie welke door de Dienst</para>
      <para>AW zou zijn opgelegd'. Gedaagde acht deze uitzondering niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals gedaagde heeft de rechtbank geoordeeld dat het in het licht van artikel</para>
      <para>17, eerste lid, van de Abw, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Abw,</para>
      <para>onwenselijk dient te worden geacht dat door middel van toekenning van bijstand</para>
      <para>een aan de Abw voorliggende voorziening (de WW) wordt doorkruist dan wel dat een</para>
      <para>aan de belanghebbende te wijten tekort aan financiële middelen op die wijze</para>
      <para>geheel of ten dele zou worden gecompenseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad acht dat uitgangspunt niet juist en overweegt terzake het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 7 van de Abw heeft iedere Nederlander, die</para>
      <para>hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij</para>
      <para>niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te</para>
      <para>voorzien, recht op bijstand van overheidswege.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Abw bestaat geen recht op bijstand voorzover een</para>
      <para>beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en</para>
      <para>doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aan appellant toegekende uitkering ingevolge de WW is slechts als een</para>
      <para>voorliggende voorziening voor appellanten aan te merken voor zover hij</para>
      <para>daadwerkelijk voor zodanige uitkering in aanmerking is gebracht. Nu appellant</para>
      <para>als gevolg van de opgelegde sanctie gedurende 21 weken geen volledige aanspraak</para>
      <para>op uitkering aan die wet kan ontlenen, kan de WW in zoverre niet als voorliggende</para>
      <para>voorziening in de zin van artikel 17, eerste lid, van de Abw worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten hadden op de datum van aanvraag een inkomen dat f 564,92 lager was</para>
      <para>dan de voor hen geldende bijstandsnorm, zodat op hen het bepaalde in artikel 7</para>
      <para>van de Abw van toepassing was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande houdt in dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel</para>
      <para>7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet in stand kan</para>
      <para>blijven; de aangevallen uitspraak kan evenmin worden gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde zal terzake van de aanvraag van appellanten om (aanvullende) uitkering</para>
      <para>ingevolge de Abw een nieuw besluit op bezwaar dienen te nemen met inachtneming</para>
      <para>van het bepaalde in deze uitspraak. Gedaagde kan dan, rekening houdend met de</para>
      <para>daarbij relevante omstandigheden, bezien of aan appellanten een maatregel op</para>
      <para>grond van het ten tijde in geding van toepassing zijnde artikel 14 van de Abw</para>
      <para>juncto het Sanctiebesluit Abw, Ioaw en Ioaz dient te worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb gedaagde te</para>
      <para>veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep ad f 1.420,-- en in</para>
      <para>hoger beroep ad f 1.420,--, in totaal derhalve f 2.840,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist moet worden als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Verklaart het inleidend beroep gegrond;</para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van</para>
      <para>deze uitspraak;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellanten tot een bedrag, groot f</para>
      <para>2.840,--, te betalen door de gemeente Helmond aan de griffier van de Raad;</para>
      <para>Bepaalt dat de gemeente Helmond aan appellanten het in beroep en hoger beroep</para>
      <para>gestorte griffierecht van in totaal f 210,--  vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr J.G. Treffers als voorzitter en mr Ch. de Vrey en</para>
      <para>mr drs N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in tegenwoordigheid van mr P.C. de</para>
      <para>Wit als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) J.G. Treffers.</para>
    <para />
    <para>(get.) P.C. de Wit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>1406</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>