<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:17:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8869</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/604 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=18&amp;g=2000-07-04">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 18</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000/183</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/209 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869 Centrale Raad van Beroep , 04-07-2000 / 98/604 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8869:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/604 AAW/WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet</para>
      <para>Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het Landelijk</para>
      <para>instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats van de</para>
      <para>betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv</para>
      <para>in de plaats getreden van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging. In</para>
      <para>deze uitspraak wordt onder appellant tevens verstaan het bestuur</para>
      <para>van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 april 1996 heeft appellant de uitkeringen van</para>
      <para>gedaagde ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en</para>
      <para>de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke</para>
      <para>laatstelijk werden berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid</para>
      <para>van 80 tot 100%, met ingang van</para>
      <para>1 juni 1996 ingetrokken, onder overweging dat de mate van haar</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid met ingang van die datum minder dan 25</para>
      <para>respectievelijk 15% was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank te Alkmaar heeft bij uitspraak van 17 december 1997</para>
      <para>het beroep tegen dat besluit gegrond verklaard, dat besluit</para>
      <para>vernietigd en bepaald dat appellant aan gedaagde het betaalde</para>
      <para>griffierecht van f 50,- vergoedt. Naar die uitspraak wordt hierbij</para>
      <para>verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is op bij aanvullend beroepschrift met bijlagen</para>
      <para>aangegeven gronden van die uitspraak in hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op</para>
      <para>15 februari 2000, waar voor appellant is verschenen</para>
      <para>S.J.M. Huisman, werkzaam bij Gak Nederland B.V., terwijl voor</para>
      <para>gedaagde is verschenen mr P.C.W.M. Meerbach, voorheen advocaat te</para>
      <para>Utrecht, thans te Woerden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is</para>
      <para>gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband</para>
      <para>waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van</para>
      <para>het geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het in</para>
      <para>rubriek I omschreven besluit van 3 april 1996 in rechte stand kan</para>
      <para>houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft die vraag in haar uitspraak ontkennend</para>
      <para>beantwoord. Daartoe heeft zij het volgende overwogen, waarbij voor</para>
      <para>"eiseres" "gedaagde" en voor "verweerder" "appellant" dient te</para>
      <para>worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Uit de gedingstukken blijkt, dat eiseres drie functies zijn</para>
      <para>voorgehouden, waarvan de functie van telefoniste een zogenaamde</para>
      <para>samengestelde functie betreft. Deze functie is samengesteld uit de</para>
      <para>functie telefoniste bij een Toeristenbond met 6 voorkomende</para>
      <para>arbeidsplaatsen en de telefoniste bij een bank met 3</para>
      <para>arbeidsplaatsen. Als functie-eis bij de functie van telefoniste bij</para>
      <para>een Toeristenbond is onder meer vermeld: luister- en</para>
      <para>spreekvaardigheid in de Nederlandse en Engelse taal.</para>
      <para>Naar de mening van verweerder wordt eiseres in staat geacht te</para>
      <para>kunnen functioneren op een MBO- tot zelfs HBO-niveau. Daaraan en</para>
      <para>aan de omstandigheid dat eiseres als opleiding enige jaren ULO</para>
      <para>zonder diploma heeft, verbindt verweerder de conclusie dat eiseres</para>
      <para>aan voormelde functie-eis voldoet.</para>
      <para>De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen. Uit de</para>
      <para>omstandigheid dat eiseres in staat wordt geacht op MBO- of zelfs</para>
      <para>HBO-niveau te functioneren, volgt naar het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>niet logischerwijs de gevolgtrekking dat eiseres voldoende</para>
      <para>luister- en spreekvaardigheid in de Engelse taal zal hebben, te</para>
      <para>minder nu eiseres geen volledige middelbare opleiding in de Engelse</para>
      <para>taal heeft genoten en er sedert de periode waarin eiseres enige</para>
      <para>jaren onderwijs in de Engelse taal moet hebben genoten, reeds 30</para>
      <para>jaren zijn verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank is deze</para>
      <para>functie op grond van het hiervoor overwogene niet als passend voor</para>
      <para>eiseres aan de merken.</para>
      <para>Daarmee resteren voor eiseres nog twee functies, hetgeen naar het</para>
      <para>in artikel (lees: 3), lid 1 van het Schattingsbesluit neergelegde</para>
      <para>criterium van tenminste drie functies, een onvoldoende basis vormt</para>
      <para>om tot herziening of intrekking van de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsuitkering over te kunnen gaan.</para>
      <para>De onderhavige schatting moet op grond van het vorenstaande als</para>
      <para>onvoldoende zorgvuldig worden aangemerkt.</para>
      <para>Nu het bestreden besluit deswege voor vernietiging in aanmerking</para>
      <para>komt, zal de rechtbank de medische grondslag van het bestreden</para>
      <para>besluit verder buiten beschouwing laten.?.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. In het</para>
      <para>aanvullend beroepschrift heeft appellant aangevoerd dat:</para>
      <para>- de rechtbank ten onrechte geen aandacht heeft geschonken aan</para>
      <para>hetgeen appellant heeft opgemerkt naar aanleiding van de aard van</para>
      <para>de in de functie van telefoniste Toeristenbond voorkomende</para>
      <para>werkzaamheden;</para>
      <para>- het functieniveau, afgezet tegen de capaciteiten van gedaagde,</para>
      <para>geen aanleiding geeft die functie niet geschikt te achten;</para>
      <para>- de eis van luister- en spreekvaardigheid in de Engelse taal van</para>
      <para>een zwaarte is welke overeenkomt met de voor die functie vereiste</para>
      <para>opleidingseis, aan welke eisen gedaagde voldoet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft deze grieven in haar verweerschrift gemotiveerd</para>
      <para>weersproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat partijen in het bijzonder van mening</para>
      <para>verschillen over het antwoord op de vraag of de functie van</para>
      <para>telefoniste Toeristenbond bij de beoordeling van de mate</para>
      <para>van arbeidsongeschiktheid van gedaagde kan worden betrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de artikelen 5, vijfde lid van de AAW en 18, vijfde lid van de</para>
      <para>WAO volgt dat functies bij de beoordeling van de mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van een verzekerde kunnen worden betrokken</para>
      <para>indien zij zowel voor de krachten als voor de bekwaamheden van die</para>
      <para>verzekerde zijn berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de Memorie van Toelichting op de artikelen 5 van de AAW en</para>
      <para>18 van de WAO (kamerstukken 22824, nr. 3,</para>
      <para>pagina 23) ziet "bekwaamheden" op het moeten voldoen aan de</para>
      <para>eisen die werkgevers stellen aan een persoon om in aanmerking te</para>
      <para>komen voor een bepaalde arbeidsplaats. Hierbij wordt -aldus</para>
      <para>genoemde Toelichting- in de uitvoeringspraktijk onder meer gekeken</para>
      <para>naar eisen die worden gesteld aan opleiding en ervaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant maakt bij de beoordeling van de mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van een verzekerde gebruik van het Functie</para>
      <para>Informatie Systeem (Fis) waarin een grote verscheidenheid aan in</para>
      <para>Nederland voorkomende functies is opgenomen. De in dit systeem</para>
      <para>opgenomen informatie met betrekking tot die functies heeft</para>
      <para>appellant verkregen door middel van enquêtes bij werkgevers waar de</para>
      <para>desbetreffende functies voorkomen. Voor wat betreft de bekwaamheden</para>
      <para>die voor een functie zijn vereist heeft appellant de eisen die de</para>
      <para>werkgever daaraan stelt in het Fis opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt voorop dat zowel de verzekerde als, in het</para>
      <para>voorkomende geval, de toetsende instanties in beginsel van de</para>
      <para>juistheid van de in het Fis vermelde gegevens uit moeten kunnen</para>
      <para>gaan. Hij heeft dit al eerder overwogen in zijn uitspraak,</para>
      <para>gepubliceerd in USZ 1998/133 ten aanzien van de belasting die de</para>
      <para>werkzaamheden in de in het Fis opgenomen functies met zich</para>
      <para>meebrengen, en in zijn uitspraken, gepubliceerd in USZ 1998/275 en</para>
      <para>USZ 1998/311 ten aanzien van de aan het Fis ontleende loonwaarden.</para>
      <para>De Raad ziet geen aanleiding niet van dit uitgangspunt uit te gaan</para>
      <para>waar het gaat om de in het Fis neergelegde, door de werkgever voor</para>
      <para>de toelating tot een functie met betrekking tot opleiding en</para>
      <para>ervaring gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zulks laat onverlet dat het appellant vrij staat om voldoende</para>
      <para>gemotiveerd en gedocumenteerd de onjuistheid van de in het FIS</para>
      <para>vermelde gegevens aan te tonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat blijkens de Fis-gegevens in het dossier de</para>
      <para>desbetreffende werkgever voor de functie van telefoniste</para>
      <para>Toeristenbond als eis heeft gesteld dat de betrokkene ervaring</para>
      <para>heeft in luister- en spreekvaardigheid in de Nederlandse en Engelse</para>
      <para>taal.</para>
      <para>De Raad stelt voorts vast dat appellant niet gemotiveerd én</para>
      <para>gedocumenteerd heeft aangetoond dat die in het Fis vermelde</para>
      <para>ervaringseis niet juist is, zodat aan die eis dient te zijn voldaan</para>
      <para>om genoemde functie voor de bekwaamheden van gedaagde berekend te</para>
      <para>kunnen achten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat gedaagde in haar arbeidsleven ervaring</para>
      <para>heeft opgedaan in luister- en spreekvaardigheid in de Engelse taal.</para>
      <para>De Raad is evenmin gebleken dat gedaagde buiten haar arbeidsleven</para>
      <para>ervaring op dit gebied heeft opgedaan, anders dan in de door haar</para>
      <para>30 jaar geleden gedurende ruim twee en een half jaar gevolgde</para>
      <para>ULO-opleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan appellant is de Raad er niet van overtuigd geraakt dat</para>
      <para>gedaagde met het Engels dat zij op de ULO heeft gevolgd, voldoet</para>
      <para>aan de door de werkgever voor de functie van telefoniste</para>
      <para>Toeristenbond geëiste ervaring, in het bijzonder met betrekking tot</para>
      <para>de spreekvaardigheid van de Engelse taal. Het betoog van appellant</para>
      <para>dat de werkzaamheden slechts bestaan uit het doorverbinden van</para>
      <para>personen, en aan de luister- en spreekvaardigheid derhalve geen</para>
      <para>hoge eisen worden gesteld, doet aan het vorenstaande niet af. Nog</para>
      <para>daargelaten dat op geen enkele wijze is gebleken dat gedaagde na 30</para>
      <para>jaar de Engelse taal nog in enige mate beheerst, volgt uit de</para>
      <para>functie-inhoud niet per definitie dat conversatie in de Engelse</para>
      <para>taal tot een minimumniveau beperkt kan blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de functie van telefoniste Toeristenbond naar het</para>
      <para>oordeel van de Raad niet voor de bekwaamheden van gedaagde is</para>
      <para>berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan dit oordeel doet niet af het betoog dat appellant blijkens een</para>
      <para>rapport van 26 mei 1996 door de psycholoog</para>
      <para>N.M. Lijftogt op grond van haar intelligentieniveau in staat wordt</para>
      <para>geacht werkzaamheden op MBO- of HBO-niveau te verrichten. Hiermee</para>
      <para>is immers slechts gegeven dat gedaagde in staat is te achten de</para>
      <para>vereiste ervaring in de Engelse taal te verkrijgen en niet dat zij</para>
      <para>die reeds heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenmin doet aan het oordeel van de Raad af het ter zitting naar</para>
      <para>voren gebrachte argument dat als opleidingseis bij de functie van</para>
      <para>telefoniste Toeristenbond slechts is gesteld "mavo-niveau" en niet</para>
      <para>dat vaardigheid in de Engelse taal is vereist. De vraag of een</para>
      <para>verzekerde aan een in het Fis vermelde opleidingseis voldoet dient</para>
      <para>naar het oordeel van de Raad te worden onderscheiden van de vraag</para>
      <para>of die verzekerde aan de blijkens het Fis door de werkgever</para>
      <para>gestelde ervaringseisen voldoet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat twee functies als grondslag voor de</para>
      <para>schatting resteren. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel</para>
      <para>dat dit in het licht van artikel 3, eerste lid van het</para>
      <para>Schattingsbesluit, dat verlangt dat de voor het bepalen van de</para>
      <para>resterende verdiencapaciteit in aanmerking te nemen arbeid dient te</para>
      <para>worden omschreven in de vorm van drie verschillende in Nederland</para>
      <para>uitgeoefende functies waarmee het hoogste inkomen kan worden</para>
      <para>verworven en dat die functies tezamen ten minste 30 arbeidsplaatsen</para>
      <para>vertegenwoordigen, te weinig is, zodat het bestreden besluit op</para>
      <para>deze grond voor vernietiging in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de vernietiging van het bestreden besluit is gegeven dat</para>
      <para>gedaagde op 1 juni 1996 onveranderd aanspraak heeft op uitkeringen</para>
      <para>krachtens de AAW en de WAO, berekend naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Om deze reden komt de Raad,</para>
      <para>evenals de rechtbank, aan een beoordeling van het medische aspect</para>
      <para>van de onderhavige beoordeling niet meer toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt</para>
      <para>en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking</para>
      <para>komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht appellant te veroordelen in de</para>
      <para>proceskosten van gedaagde in hoger beroep. Deze kosten worden</para>
      <para>begroot op f 1.420,- voor verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande alsmede op het bepaalde in artikel 22,</para>
      <para>derde lid van de Beroepswet, stelt de Raad ten slotte vast dat van</para>
      <para>appellant een recht van f 675,- dient te worden geheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger</para>
      <para>beroep tot een bedrag groot f 1.420,-;</para>
      <para>Verstaat dat van appellant een recht van f 675,- wordt geheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr K.J.S. Spaas als voorzitter en</para>
      <para>mr M.M. van der Kade en mr J.Th. Wolleswinkel als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr P.W.A. van Geloven als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) K.J.S. Spaas.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) P.W.A. van Geloven.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>IS</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>