<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:30:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8843</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">99/1641 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002221&amp;artikel=8&amp;g=2000-06-21">Algemene Ouderdomswet 8</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002221&amp;artikel=10&amp;g=2000-06-21">Algemene Ouderdomswet 10</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008136&amp;artikel=7&amp;g=2000-06-21">Inkomensbesluit AOW 1996 7</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 171</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/198</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2000-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843 Centrale Raad van Beroep , 21-06-2000 / 99/1641 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8843:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>99/1641 AOW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de Sociale Verzekeringsbank, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 januari 1997 heeft appellant, na bezwaar,</para>
      <para>gehandhaafd zijn besluit van 9 oktober 1996, houdende de</para>
      <para>toekenning ingaande 1 januari 1997 van een gedeeltelijke</para>
      <para>toeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan gedaagde</para>
      <para>op diens AOW-pensioen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechbank te Roermond heeft bij uitspraak van</para>
      <para>19 februari 1999 het beroep tegen het besluit van</para>
      <para>21 januari 1997 gegrond verklaard en dat besluit ver-nietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op de bij aanvullend beroepschrift van</para>
      <para>7 september 1999 aangevoerde gronden gevorderd de uitspraak</para>
      <para>van de rechtbank te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van gedaagde heeft bij brief van 4 november</para>
      <para>1999 verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei</para>
      <para>2000. Appellant is daar verschenen bij gemachtigde</para>
      <para>mr K.C.M. van Engelenhoven-Eijkelkamp, werkzaam bij de Sociale</para>
      <para>Verzekeringsbank. Gedaagde is, met bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het bereiken van de 65-jarige leeftijd heeft</para>
      <para>appellant aan gedaagde ingaande 1 januari 1997 een pensioen</para>
      <para>ingevolge de AOW toegekend. Aangezien zijn echtgenote (geboren</para>
      <para>in 1933) op 1 januari 1997 jonger was dan</para>
      <para>65 jaar, had gedaagde in beginsel tevens aanspraak op een</para>
      <para>toeslag ingevolge de AOW. Deze is hem toegekend bij besluit</para>
      <para>van 9 oktober 1996. Op het volledige bedrag van de toeslag is</para>
      <para>in mindering gebracht een bedrag groot f 208,22 per maand,</para>
      <para>zijnde het equivalent van het maandelijks pensioenbedrag dat</para>
      <para>gedaagdes echtgenote sedert 1 januari 1996 ontving op grond</para>
      <para>van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering van de</para>
      <para>Nederlandse Antillen (verder te noemen: AOV-uitkering).</para>
      <para>Appellant heeft daarbij overwogen dat laatstbedoelde uitkering</para>
      <para>wordt aangemerkt als inkomen in verband met arbeid en als</para>
      <para>zodanig volledig op de toeslag in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In beroep tegen het bestreden besluit is namens gedaagde onder</para>
      <para>meer gewezen op het ontbreken van enige relatie met arbeid bij</para>
      <para>het AOV-pensioen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd, van</para>
      <para>oordeel dat de AOV-uitkering niet valt aan te merken als</para>
      <para>-op de toeslag in mindering te brengen- inkomen in verband met</para>
      <para>arbeid, als omschreven in artikel 7 van het Inkomensbesluit</para>
      <para>AOW 1996 (Stct. 1996, 122).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft appellant betoogd dat de AOV-uitkering</para>
      <para>op grond van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, sub j, van</para>
      <para>het Inkomensbesluit AOW 1996 als inkomen in verband met arbeid</para>
      <para>moet worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8, eerste lid, van de AOW luidt:</para>
      <para>"De gehuwde pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 recht</para>
      <para>heeft op ouderdoms-pensioen en van wie de echtgenoot jonger is</para>
      <para>dan 65 jaar, heeft overeenkomstig de bepalingen van deze wet</para>
      <para>recht op een toeslag, tenzij, met inachtneming van artikel 11,</para>
      <para>het inkomen uit of in verband met arbeid in het beroepsleven</para>
      <para>van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige</para>
      <para>bruto-toeslag.".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 10, eerste, tweede en vierde lid, van de AOW luidt:</para>
      <para>1    .De volledige bruto-toeslag wordt toegekend voorzolang,</para>
      <para>met inachtneming van het bepaalde in artikel 11, het</para>
      <para>inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en</para>
      <para>beroepsleven van de echtgenoot van de pensioengerechtigde</para>
      <para>nihil bedraagt.</para>
      <para>2.   Op de volledige bruto-toeslag wordt in mindering</para>
      <para>gebracht het inkomen van de echtgenoot van de</para>
      <para>pensioengerechtigde uit of in verband met arbeid</para>
      <para>in het bedrijfs- en beroepsleven, vastgesteld</para>
      <para>met inachtneming van het bepaalde in artikel 11.</para>
      <para>(...)</para>
      <para>4.   Bij ministeriële regeling worden nadere regels</para>
      <para>gesteld met betrekking tot de vaststelling van het</para>
      <para>inkomen, bedoeld in de vorige leden en in de</para>
      <para>artikelen 8, eerste lid, en 11, alsmede de periode</para>
      <para>waarop de vaststelling betrekking heeft.".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 7, eerste lid, aanhef en sub j, van het</para>
      <para>Inkomensbesluit AOW 1996 (bevattende de ministeriële regeling</para>
      <para>als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de</para>
      <para>AOW) luidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid,</para>
      <para>artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 11 van de wet</para>
      <para>wordt onder inkomen in verband met arbeid in het bedrijfs- en</para>
      <para>beroepsleven verstaan:</para>
      <para>(....)</para>
      <para>j. een uitkering ingevolge de wetgeving van de Nederlandse</para>
      <para>Antillen, Aruba, een volkenrechtelijke organisatie of een of</para>
      <para>meer andere Mogendheden, die naar aard en strekking</para>
      <para>overeenkomt met een uitkering als bedoeld in dit lid,</para>
      <para>voorzover niet al begrepen onder a, of met een</para>
      <para>nabestaandenuitkering, met uit-zondering van een uitkering,</para>
      <para>die naar aard en strek-king overeenkomt met een uitkering op</para>
      <para>grond van de Algemene Kinderbijslagwet of met een verstrekking</para>
      <para>op grond van de Ziekenfondswet, of de Algemene Wet Bijzondere</para>
      <para>Ziektekosten.".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit samenstel van regels is de laatstgeciteerde bepaling</para>
      <para>een concretisering van het begrip "inkomen in verband met</para>
      <para>arbeid" zoals dat voorkomt in de artikelen 8 en 10 van de AOW.</para>
      <para>De Raad leidt uit deze artikelen af dat het Inkomens-besluit</para>
      <para>AOW 1996 niet kan bewerkstelligen dat inkomen dat niet als</para>
      <para>"uit of in verband met arbeid" kan worden aange-merkt, wordt</para>
      <para>aangewezen als op de toeslag in mindering te brengen inkomen.</para>
      <para>In zoverre enige bepaling van het besluit ertoe leidt dat</para>
      <para>inkomen als zojuist bedoeld op de toeslag in mindering moet</para>
      <para>worden gebracht, moet die bepaling als strijdig met de AOW</para>
      <para>buiten toepassing worden gelaten. De Raad merkt daarbij op dat</para>
      <para>artikel 10 van de AOW niet de mogelijkheid biedt om behalve</para>
      <para>nadere, ook "zonodig afwijkende" regels te stellen, zoals dat</para>
      <para>wel het geval is in, bijvoorbeeld, de Toeslagenwet (artikel 6,</para>
      <para>tweede lid), zonder daarmee overigens te willen impliceren dat</para>
      <para>een dergelijke clausule een vrijbrief zou geven om elk</para>
      <para>willekeurig inkomen als in mindering te brengen inkomen aan te</para>
      <para>merken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het onderhavige geval kan worden vastgesteld dat,</para>
      <para>overeenkomstig de zienswijze van partijen, het AOV-pensioen</para>
      <para>van gedaagdes echtgenote niet als inkomen (uit of) in verband</para>
      <para>met arbeid kan worden aangemerkt. De verzekeringsloopbaan van</para>
      <para>gedaagdes echtgenote is uitsluitend gebaseerd geweest op</para>
      <para>tijdvakken van ingezetenschap in de Nederlandse Antillen,</para>
      <para>terwijl aan haar verblijfstitel een arbeidsverbod was</para>
      <para>gekoppeld.</para>
      <para>Nu er geen sprake is van inkomen in verband met arbeid kan de</para>
      <para>toepassing van het Inkomensbesluit AOW 1996 er niet toe leiden</para>
      <para>dat de AOV-uitkering als inkomen op de toeslag van gedaagde in</para>
      <para>mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep kan niet slagen. De aangevallen uitspraak,</para>
      <para>waarbij het bestreden besluit is vernietigd, kan worden</para>
      <para>bevestigd. Appellant dient aan gedaagde ingaande 1 januari</para>
      <para>1997 de volledige toeslag te betalen, vermeerderd met de</para>
      <para>wettelijke rente als gevorderd in hoger beroep. Deze is</para>
      <para>verschuldigd ingaande 1 februari 1997 en zal moeten worden</para>
      <para>berekend overeenkomstig hetgeen de Raad heeft overwogen in</para>
      <para>zijn uitspraak, gepubliceerd in JB 1995/314 en RSV 1996/182.</para>
      <para>Voorts wordt appellant veroordeeld in de proceskosten in hoger</para>
      <para>beroep aan de zijde van gedaagde, welke worden begroot op f</para>
      <para>710,-  aan kosten van rechtsbijstand. Tenslotte dient op grond van</para>
      <para>artikel 22, derde lid, van de Beroepswet van appellant een</para>
      <para>recht te worden geheven van f 675,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Veroordeelt appellant tot vergoeding van renteschade als</para>
      <para>hierboven is aangegeven;</para>
      <para>Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een</para>
      <para>bedrag van f 710,-;</para>
      <para>Bepaalt dat van appellant een recht wordt geheven van</para>
      <para>f 675,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr F.P. Zwart als voorzitter en</para>
      <para>mr T.L. de Vries en mr J.Th. Wolleswinkel als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr J.D. Streefkerk als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) F.P. Zwart.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>IS                            (get.) J.D. Streefkerk.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>