<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:18:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8828</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/4854 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=16c&amp;g=2000-05-18">Coördinatiewet Sociale Verzekering 16c</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/181</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828 Centrale Raad van Beroep , 18-05-2000 / 98/4854 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8828:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>98/4854 ALGEM</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen in</para>
      <para>werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen (hierna:</para>
      <para>Lisv) in de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval</para>
      <para>is het Lisv in de plaats getreden van de Bedrijfsvereniging voor de Haven- en</para>
      <para>aanverwante bedrijven, Binnenscheepvaart en Visserij. In deze uitspraak wordt</para>
      <para>onder gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is op bij aanvullend beroepschrift van 8 oktober 1998 aangegeven</para>
      <para>gronden in hoger beroep gekomen van een door de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Rotterdam onder dagtekening 13 mei 1998 tussen partijen gewezen uitspraak,</para>
      <para>waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft op 26 november 1998 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 6 april 2000, waar</para>
      <para>namens appellante is verschenen W.J. Spiegelberg. Gedaagde heeft zich doen</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr M.P. Romijn, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante was van 28 juli 1992 tot en met 31 juli 1993 in het handelsregister</para>
      <para>ingeschreven als director van de naar het recht van de staat X, Y, opgerichte</para>
      <para>vennootschap Z Inc. Gedaagde heeft appellante op grond van artikel 16c, eerste</para>
      <para>lid, letter a, subsidiair letter c, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering</para>
      <para>(CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de door Z Inc. nog verschuldigde</para>
      <para>premies. Gedaagde heeft daarbij primair het standpunt ingenomen dat appellante</para>
      <para>dient te worden aangemerkt als de leider van de vaste inrichting binnen het</para>
      <para>Rijk, dan wel de vertegenwoordiger dan wel als degene die de leiding heeft van</para>
      <para>de hier te lande verrichte werkzaamheden. Subsidiair heeft gedaagde gesteld dat</para>
      <para>Z Inc. als een naar buitenlands recht opgerichte rechtspersoon niet volledig</para>
      <para>rechtsbevoegd is, zodat op grond van artikel 16c, eerste lid, letter c, van de</para>
      <para>CSV appellante als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat appellante</para>
      <para>feitelijk de leiding heeft gehad in Z Inc, zodat de primaire grond van de</para>
      <para>aansprakelijkstelling niet in stand kan blijven. Wel heeft de rechtbank de</para>
      <para>subsidiaire grond onderschreven, aangezien naar haar oordeel de onderhavige</para>
      <para>vennootschap een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam is dat niet volledig</para>
      <para>rechtsbevoegd is. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat een rechtsgeldige</para>
      <para>oprichting van een vennootschap naar vreemd recht meebrengt dat de vennootschap</para>
      <para>in Nederland wel wordt erkend en in en buiten rechte mag optreden, maar dat het</para>
      <para>Nederlandse rechtspersonen- en vennootschapsrecht niet van toepassing is,</para>
      <para>behoudens wanneer de Nederlandse wet anders bepaalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is nog slechts in geschil het antwoord op de vraag of appellante</para>
      <para>terecht op grond van artikel 16c, eerste lid, letter c, van de CSV hoofdelijk</para>
      <para>aansprakelijk kan worden gesteld voor de door Z Inc. ontbetaald gebleven</para>
      <para>premies. Ter zitting van de Raad heeft gedaagde desgevraagd geantwoord dat hij</para>
      <para>zich niet meer beroept op letter a van voormelde bepaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de totstandkoming van de Wet van 21 mei 1986, Stb 276, houdende nadere</para>
      <para>wijziging van enige sociale verzekeringswetten, de Wet betreffende verplichting</para>
      <para>deelneming in een bedrijfspensioenfonds en enige fiscale wetten in verband met</para>
      <para>het misbruik van rechtspersonen, ook wel genoemd de Tweede Misbruikwet, is in de</para>
      <para>Memorie van Toelichting op artikel 16c, eerste lid, letter c, van de CSV het</para>
      <para>volgende opgemerkt: "Onder onderdeel c vallen voorts onder andere:</para>
      <para>vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maar ook</para>
      <para>buitenlandse rechtspersonen die niet volledig rechtsbevoegd zijn." (TK</para>
      <para>1980-1981, 16530, nrs. 3-4, blz. 11).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is van oordeel dat hieruit volgt dat niet alle buitenlandse</para>
      <para>rechtspersonen onder letter c van evengenoemde bepaling vallen, anders had in de</para>
      <para>verklarende toelichting op die bepaling de beperking "die niet volledig</para>
      <para>rechtsbevoegd zijn" achterwege kunnen blijven.</para>
      <para>Buitenlandse rechtspersonen kunnen worden onderscheiden in rechtspersonen met en</para>
      <para>zonder volledige rechtsbevoegdheid. Of buitenlandse rechtspersonen volledig</para>
      <para>rechtsbevoegd zijn dient te worden beoordeeld naar het rechtsregiem waaronder</para>
      <para>zij zijn opgericht, in combinatie met alle relevante feiten en omstandigheden</para>
      <para>van het voorgelegde geval. Aangezien uit de gedingstukken niet is gebleken dat</para>
      <para>gedaagde enig onderzoek heeft verricht naar de rechtsbevoegdheid van Z Inc.</para>
      <para>volgens het recht van de staat X, heeft hij naar 's Raads oordeel appellantes</para>
      <para>hoofdelijke aansprakelijkheid niet - zonder meer - kunnen baseren op artikel</para>
      <para>16c, eerste lid, letter c. De Raad kan mitsdien onder de gegeven omstandigheden</para>
      <para>geen deugdelijke - subsidiaire - grondslag van het bestreden besluit in de</para>
      <para>aanname van laatst vermeld artikelonderdeel vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenoverwogene komt de aangevallen uitspraak, alsmede het</para>
      <para>bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om gedaagde met toepassing van artikel 8:75</para>
      <para>van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellante, nu</para>
      <para>niet is gebleken van op grond van deze bepaling te vergoeden kosten. Wel dient</para>
      <para>gedaagde het door appellante in hoger beroep gestorte griffierecht te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Mitsdien dient te worden beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, behoudens voor zover gedaagde daarbij is</para>
      <para>veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg van appellante en tot vergoeding</para>
      <para>van het door appellante in eerste aanleg gestorte griffierecht;</para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>Gelast dat gedaagde aan appellante het griffierecht ten bedrage van</para>
      <para>f 600,-- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr G. van der Wiel en</para>
      <para>mr F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van mr L.H. Vogt als griffier</para>
      <para>en uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>(get.) L.H. Vogt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>1205</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>