<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T13:19:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8790</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/7094 AW, 98/1463 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:15&amp;g=2000-03-30">Algemene wet bestuursrecht 6:15</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:18&amp;g=2000-03-30">Algemene wet bestuursrecht 6:18</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:19&amp;g=2000-03-30">Algemene wet bestuursrecht 6:19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2000/143 met annotatie van A.R. Neerhof</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790 Centrale Raad van Beroep , 30-03-2000 / 97/7094 AW, 98/1463 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Na vernietiging bob door rb is ontslagbesluit herroepen en een nieuw ontslagbesluit genomen.</para>
        <para>Art. 6:19 Awb mist in casu toepassing; belang aan hoger beroep is ontvallen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/7094 AW en 98/1463 AW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep doen</para>
      <para>instellen tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van</para>
      <para>8 juli 1997, nr. Awb 94/906, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft de President van de Raad verzocht de werking van de aangevallen</para>
      <para>uitspraak te schorsen totdat de Raad in hoger beroep uitspraak zou hebben</para>
      <para>gedaan, teneinde tot dat tijstip te worden ontheven van de verplichting opnieuw</para>
      <para>op het bezwaar te beslissen.</para>
      <para>De President heeft het verzoek bij uitspraak van 13 september 1997 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft gelet op de aangevallen uitspraak en op de uitspraak van de</para>
      <para>President, voornoemd, op 13 januari 1998 een nader besluit genomen, waartegen</para>
      <para>gedaagde op 17 februari 1998 beroep bij de rechtbank heeft ingesteld. Gedaagde</para>
      <para>heeft de Raad op dit besluit geattendeerd en zijn opvatting daarover aan de</para>
      <para>Raad kenbaar gemaakt. Hierop is namens appellant gereageerd. Nadien zijn namens</para>
      <para>gedaagde nadere stukken ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van 17 februari 2000, waar appellant zich</para>
      <para>heeft laten vertegenwoordigen door mr Th.A. Vélo, advocaat te Nieuwegein en</para>
      <para>waar gedaagde in persoon is verschenen, bijgestaan door mr H. Leupen, werkzaam</para>
      <para>bij AbvaKabo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde was sedert 1976 als experimenteel oecoloog werkzaam bij het X en -</para>
      <para>nadat dit instituut was overgegaan in het Q (Q) - bij het Q. In het kader van</para>
      <para>een reorganisatie van het Q heeft hij op 13 december 1993 zijn belangstelling</para>
      <para>voor twee functies van senior-onderzoeker (WP 101 onderscheidenlijk WP 903)</para>
      <para>kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 8 februari 1994 is gedaagde op de hoogte gesteld van het</para>
      <para>voornemen hem wegens overtolligheid ontslag te verlenen, omdat zijn functie met</para>
      <para>een andere functie tot één functie (WP 101), zou samenvloeien, hij niet voor</para>
      <para>vervulling van WP 101 of WP 903 in aanmerking kwam en het niet gelukt was een</para>
      <para>andere passende functie te vinden. Bij voormelde brief werd gedaagde voorts als</para>
      <para>herplaatsingskandidaat aangemerkt en werd hem meegedeeld dat hij bij het</para>
      <para>mobiliteitsbureau van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen</para>
      <para>(KNAW) zou worden aangemeld, welk bureau met gedaagde naar structureel werk zou</para>
      <para>(blijven) zoeken. Vervolgens is gedaagde bij besluit van 9 maart 1994 op grond</para>
      <para>van artikel 5 van het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs (RWO)</para>
      <para>in verbinding met artikel 96, eerste lid, aanhef en onder b, van het Algemeen</para>
      <para>Rijksambtenarenreglement (ARAR) met ingang van 15 maart 1996 ontslag verleend.</para>
      <para>Dit besluit is na bezwaar bij besluit van 18 augustus 1994, zoals aangevuld bij</para>
      <para>besluit van 31 januari 1995 gehandhaafd; de laatste twee besluiten worden</para>
      <para>hierna als de bestreden besluiten aangeduid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak is gedaagdes beroep gegrond verklaard en zijn de</para>
      <para>bestreden besluiten vernietigd, omdat nu appellant het nadere standpunt had</para>
      <para>ingenomen dat het ontslag niet uit overtolligheid maar uit opheffing van</para>
      <para>gedaagdes functie voortkwam, deze besluiten op een onjuiste grondslag waren</para>
      <para>gebaseerd. De rechtbank heeft appellant opgedragen opnieuw op het bezwaar te</para>
      <para>beslissen en het betaalde griffierecht te vergoeden. Zij heeft appellants</para>
      <para>verzoek afgewezen om de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten met</para>
      <para>toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
      <para>in stand te laten, omdat zij het noodzakelijk achtte dat appellant, nu in de</para>
      <para>ontslagprocedure voortdurend gedaagdes overtolligheid centraal had gestaan,</para>
      <para>alsnog zorgvuldig zou bezien of er inderdaad sprake was van opheffing van</para>
      <para>gedaagdes functie en van mindere geschiktheid van gedaagde voor functies in de</para>
      <para>nieuwe organisatie. Voor toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb zag</para>
      <para>de rechtbank voorts geen aanleiding omdat de bestreden besluiten mede niet in</para>
      <para>stand konden blijven nu het ontslag verleend was zonder dat daaraan enig</para>
      <para>zorgvuldig onderzoek naar herplaatsing was voorafgegaan en ook ten tijde van de</para>
      <para>bestreden besluiten van een dergelijk afgerond onderzoek nog geen sprake was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afwijzing van het verzoek om de uitspraak te schorsen heeft appellant bij</para>
      <para>besluit van 13 januari 1998, gelet op de aangevallen uitspraak gedaagdes</para>
      <para>functie alsnog opgeheven, het ontslagbesluit herroepen en het dienstverband</para>
      <para>hersteld, en daarvoor in de plaats het besluit gesteld om gedaagde op grond van</para>
      <para>artikel 12.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Rechtspositiereglement</para>
      <para>wetenschappelijk onderwijs en onderzoek (RWOO) met ingang van 1 februari 1998</para>
      <para>ontslag te verlenen. Daartoe heeft appellant onder meer overwogen dat er</para>
      <para>blijkens het tot 13 januari 1998 voortgezette herplaatsingsonderzoek ook in die</para>
      <para>periode binnen de KNAW geen passende functie voor gedaagde beschikbaar was gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is niet tegen de vernietiging van de bestreden besluiten</para>
      <para>gericht, maar slechts tegen de weigering van de rechtbank de rechtsgevolgen van</para>
      <para>die besluiten in stand te laten. Appellant bestrijdt die weigering, omdat hij</para>
      <para>gedaagde door het hanteren van de onjuiste ontslaggrond in het besluit van 9</para>
      <para>maart 1994 niet benadeeld acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde voert aan dat appellant door het nemen van het besluit van 13 januari</para>
      <para>1998 bij een uitspraak op het hoger beroep geen belang meer heeft. Nu de</para>
      <para>aangevallen uitspraak er niet toe noopte het ontslagbesluit te herroepen en een</para>
      <para>nieuw primair besluit met een latere ingangsdatum te nemen, nu voorts bij het</para>
      <para>besluit van 13 januari 1998 niet het voorbehoud is gemaakt dat het zou</para>
      <para>vervallen of worden ingetrokken indien het hoger beroep mocht slagen, heeft</para>
      <para>appellant met het nieuwe ontslagbesluit een van de eerdere besluiten min of</para>
      <para>meer losstaand besluit genomen. Dit is derhalve geen wijzigingsbesluit als</para>
      <para>bedoeld in artikel 6:18 van de Awb en kan mitsdien niet op grond van artikel</para>
      <para>6:19 van de Awb bij het onderhavige geding worden betrokken. Voorts, aldus</para>
      <para>gedaagde, kan het hoger beroep tevens niet geacht worden tegen het besluit van</para>
      <para>13 januari 1998 te zijn gericht, nu alleen appellant hoger beroep heeft</para>
      <para>ingesteld. Gedaagde verzoekt de Raad laatstgenoemd besluit niet bij het</para>
      <para>onderhavige geding te betrekken maar de zaak in zoverre naar de rechtbank te verwijzen.</para>
      <para>Appellant betoogt dat hij bij het hoger beroep nog wel belang heeft, nu de</para>
      <para>rechtbank het oorspronkelijke ontslagbesluit heeft vernietigd en de</para>
      <para>rechtsgevolgen van de bestreden besluiten ten onrechte niet in stand heeft</para>
      <para>gelaten en voorts omdat het nieuwe ontslagbesluit met de juiste ontslaggrond in</para>
      <para>opdracht van de rechtbank moest worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad overweegt dienaangaande dat - anders dan gedaagde stelt - artikel 6:19</para>
      <para>van de Awb, ook indien alleen het bestuursorgaan hoger beroep instelt, wel</para>
      <para>betekenis heeft ten aanzien van de nieuwe beslissing op bezwaar die dat orgaan</para>
      <para>heeft genomen ter uitvoering van de uitspraak waartegen het hoger beroep is</para>
      <para>gericht. De nieuwe beslissing wordt ingevolge 's Raads vaste rechtspraak, omdat</para>
      <para>zij ter uitvoering van bedoelde uitspraak is genomen, op de voet van genoemd</para>
      <para>artikel in beginsel bij het geding in hoger beroep betrokken. Bij vernietiging</para>
      <para>van die uitspraak door de Raad ontvalt vervolgens de grondslag aan de nieuwe</para>
      <para>beslissing op bezwaar, zodat die beslissing in dat geval eveneens voor</para>
      <para>vernietiging in aanmerking komt. Dit brengt mee dat het appellerende</para>
      <para>bestuursorgaan, ook als het bij de nieuwe beslissing op bezwaar betrokkene</para>
      <para>volledig tegemoet komt, zijn belang bij het hoger beroep toch niet verliest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige geval evenwel heeft appellant er voor gekozen een andere weg</para>
      <para>te volgen dan bij de aangevallen uitspraak was aangegeven.</para>
      <para>Bij die uitspraak is immers, anders dan appellant betoogt, het ontslagbesluit</para>
      <para>van 9 maart 1994 niet vernietigd en is appellant niet opgedragen een nieuw</para>
      <para>ontslagbesluit te nemen, maar zijn alleen de bestreden - op gedaagdes bezwaar</para>
      <para>tegen het ontslagbesluit genomen - besluiten vernietigd en is appellant</para>
      <para>opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Deze opdracht was er op gericht</para>
      <para>dat appellant de aan het ontslagbesluit van 9 maart 1994 klevende gebreken (zo</para>
      <para>mogelijk) zou herstellen door nader te bezien of dat besluit inderdaad op</para>
      <para>opheffing van gedaagdes functie kon worden gebaseerd en door alsnog - zoals</para>
      <para>artikel 5 van het RWO in verbinding met artikel 96, tweede lid, van het ARAR</para>
      <para>eiste - zorgvuldig te onderzoeken of in de periode voorafgaand aan de</para>
      <para>ontslagverlening passende werkzaamheden voor gedaagde beschikbaar waren.</para>
      <para>Appellant heeft voor een andere weg gekozen door het aanvankelijke</para>
      <para>ontslagbesluit te herroepen, het onderzoek naar passende werkzaamheden over een</para>
      <para>later - hoofdzakelijk na de ingangsdatum van het aanvankelijke ontslag gelegen</para>
      <para>- tijdvak te verrichten en op basis van de uitkomsten daarvan opnieuw te</para>
      <para>besluiten dat er aanleiding was gedaagde alsnog, met ingang van een veel later</para>
      <para>tijdstip, ontslag te verlenen.</para>
      <para>Van dit nieuwe - primaire - ontslagbesluit kan naar het oordeel van de Raad</para>
      <para>niet worden gezegd dat het ter uitvoering van de aangevallen uitspraak is</para>
      <para>genomen. Derhalve kan een eventuele vernietiging van de aangevallen uitspraak</para>
      <para>er niet toe leiden dat de grondslag aan dit besluit komt te ontvallen en is er</para>
      <para>geen grond om dit besluit op de voet van artikel 6:19 van de Awb bij het</para>
      <para>onderhavige geding te betrekken.</para>
      <para>Door de weg die appellant heeft gekozen, heeft hij bij een oordeel over het</para>
      <para>hoger beroep geen belang meer. Met het instellen van hoger beroep is beoogd een</para>
      <para>uitspraak van de Raad te verkrijgen inzake de vraag of de rechtbank terecht</para>
      <para>heeft geweigerd de rechtsgevolgen van de vernietigde bestreden besluiten in</para>
      <para>stand te laten.</para>
      <para>Bij een oordeel van de Raad over die vraag heeft appellant, nu hij het</para>
      <para>oorspronkelijke bij de bestreden besluiten gehandhaafde ontslagbesluit</para>
      <para>onvoorwaardelijk heeft herroepen en heeft vervangen door een nieuw</para>
      <para>ontslagbesluit dat blijkens het hiervoor overwogene geen onderdeel van het</para>
      <para>onderhavige geding vormt, geen belang meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het teloor gaan van het belang bij een uitspraak op het hoger beroep</para>
      <para>moet dit beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt voorts mee dat de Raad niet toekomt aan een beoordeling</para>
      <para>van de rechtmatigheid van het ontslagbesluit van 13 januari 1998.</para>
      <para>Nu tegen dit, primaire, besluit bezwaar kon worden gemaakt, zal de rechtbank</para>
      <para>het beroep dat gedaagde tegen dit besluit heeft ingesteld op grond van artikel</para>
      <para>6:15 van de Awb naar appellant moeten doorzenden opdat deze dat beroep alsnog</para>
      <para>als bezwaar behandelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet in het hiervoor vorenoverwogene aanleiding appellant te</para>
      <para>veroordelen in de kosten van gedaagde in hoger beroep ten bedrage van f 1.775,-</para>
      <para>voor verleende rechtsbijstand en f 78,20 voor reiskosten. Beslist wordt derhalve als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
      <para>Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag van</para>
      <para>f 1.853,20, te betalen door de KNAW;</para>
      <para>Bepaalt dat van de KNAW een griffierecht van f 675,- wordt geheven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr J.H. van</para>
      <para>Kreveld en mr K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van mr M.M. van</para>
      <para>Maurik als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.</para>
    <para />
    <para>(get.) M.M. van Maurik.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HD</para>
      <para>29.03</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>