<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T18:08:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8743</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AJ9621</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL1081</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/6435 NABW + 98/6468 NABW + 98/6469 NABW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=59&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 59</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=59&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 59</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=69&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 69</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=69&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 69</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=81&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=81&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=83&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 83</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=83&amp;g=2000-01-25">Algemene bijstandswet 83</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0008015&amp;artikel=XVI&amp;g=2000-01-25">Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid XVI</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 58</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 82 met annotatie van R. Stijnen</rdf:li>
          <rdf:li>JABW 2000, 57</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:57:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743 Centrale Raad van Beroep , 25-01-2000 / 98/6435 NABW + 98/6468 NABW + 98/6469 NABW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijstand om niet; leenbijstand; herzieningsbesluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8743:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>98/6435 NABW</para>
      <para>98/6468 NABW</para>
      <para>98/6469 NABW</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para>in de gedingen tussen:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 14 augustus 1998 heeft gedaagde een tweetal door mr G.G.A.J.</para>
      <para>Adang, advocaat te Utrecht, bij de gemeente Zwolle ingediende bezwaarschriften</para>
      <para>ter behandeling als beroepschriften met toepassing van artikel 6:15 van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan de Raad doen toekomen. De beroepschriften</para>
      <para>zijn gericht tegen besluiten die gedaagde op 29 juni 1998 met betrekking tot</para>
      <para>de toepassing van de Algemene bijstandswet (Abw) ten aanzien van appellante</para>
      <para>heeft genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 14 december 1999, waar</para>
      <para>appellante zich heeft doen vertegenwoordigen door mr J.Th. van Rossum,</para>
      <para>advocaat te Utrecht, en gedaagde door J.B. Inklaar, werkzaam bij de gemeente Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan appellante, geboren in 1961 en van Poolse nationaliteit, is bij besluit</para>
      <para>van 30 september 1994 bijzondere bijstand voor inrichtingskosten in de vorm</para>
      <para>van een renteloze lening toegekend tot een bedrag van f 6.000,--. De aflossing</para>
      <para>van die lening is ingaande 1 november 1994 vastgesteld op f 10,-- per maand,</para>
      <para>te vervallen per de eerste van iedere maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bij besluit van 10 maart 1995 aan appellante toegekende uitkering ingevolge</para>
      <para>de Algemene Bijstandswet (ABW) is wegens werkaanvaarding beëindigd. Vervolgens</para>
      <para>is opnieuw algemene bijstand aan appellante toegekend op grond van de Algemene</para>
      <para>bijstandswet (Abw).</para>
      <para>Bij besluit van 29 mei 1998 is andermaal bijzondere bijstand toegekend aan</para>
      <para>appellante tot een bedrag van f 1.477,97 in de vorm van een renteloze lening.</para>
      <para>De toekenning van deze zogeheten overbruggingsuitkering voor de kosten van</para>
      <para>levensonderhoud hield verband met een besluit van de raad van de gemeente</para>
      <para>Zwolle om bijstandsuitkeringen niet meer aan het begin maar op de laatste dag</para>
      <para>van iedere maand uit te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 29 juni 1998 heeft gedaagde:</para>
      <para>a) de aan appellante toegekende Abw-uitkering beëindigd met ingang van 1 juli</para>
      <para>1998 op grond van de artikelen 7 (oud) en 12 (oud) van de Abw;</para>
      <para>b) een bedrag van f 1.988,34 van appellante teruggevorderd en een bedrag van f</para>
      <para>94,06 met de haar toekomende vakantie-uitkering verrekend wegens te veel</para>
      <para>ontvangen bijstand over de periode van 28 mei 1998 tot 1 juli 1998;</para>
      <para>c) de verstrekte leningen voor inrichtingskosten en voor de kosten van</para>
      <para>levensonderhoud van appellante teruggevorderd, en de hoogte van de termijnen</para>
      <para>ter aflossing van de vordering sub b en de leningen bepaald op f 100,-- per</para>
      <para>maand. Daaraan is toegevoegd dat zonder nadere waarschuwing tot</para>
      <para>dwanginvordering van het verschuldigde bedrag zal worden overgegaan, indien</para>
      <para>appellante in gebreke blijft de genoemde termijnen te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante kan zich blijkens hetgeen namens haar in beroep is aangevoerd niet</para>
      <para>met die besluiten verenigen. Aan de Raad is verzocht om zich onbevoegd te</para>
      <para>verklaren en subsidiair om de bestreden besluiten te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt allereerst vast dat appellante geen vreemdeling is als bedoeld</para>
      <para>in artikel 7, tweede lid, (oud) van de Abw. Verder is van belang dat de</para>
      <para>korpschef van de regio IJsselland laatstelijk voor het tijdstip van</para>
      <para>bekendmaking van de bestreden besluiten ten aanzien van haar een verklaring</para>
      <para>heeft afgegeven, inhoudende dat op haar het bepaalde in artikel 12 van de Abw</para>
      <para>niet van toepassing is en dat zij per 28 mei 1998 niet langer met instemming</para>
      <para>van de Nederlandse overheid in Nederland verblijft.</para>
      <para>Ten tijde van de bekendmaking van die besluiten was artikel 139 (oud) van de</para>
      <para>Abw nog van kracht. Op grond van deze bepaling staat tegen de onderhavige</para>
      <para>besluiten het rechtsmiddel van beroep bij de Raad open en niet dat van</para>
      <para>bezwaar, zoals ten onrechte onder die besluiten is vermeld. Ook overigens ziet</para>
      <para>de Raad geen beletselen voor een beoordeling van de besluiten ten gronde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het nu te bespreken besluit a merkt de Raad op dat dit</para>
      <para>besluit wegens strijd met de wet moet worden vernietigd, omdat dat besluit,</para>
      <para>inhoudende beëindiging van de Abw-uitkering van appellante per 1 juli 1998,</para>
      <para>gebaseerd is op bepalingen in de Abw die met ingang van die datum zijn vervallen.</para>
      <para>Het staat gedaagde vrij om thans te bezien of de bepalingen van de Abw zoals</para>
      <para>die luiden vanaf 1 juli 1998, een toereikende grondslag voor een beëindiging</para>
      <para>van de uitkering van appellante kunnen vormen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft het onder b vermelde terugvorderingsbesluit doen steunen op</para>
      <para>artikel 81 van de Abw, waarbij kennelijk de toepassing van het eerste lid van</para>
      <para>dat artikel voor ogen heeft gestaan. Hiervoor is echter een afzonderlijk</para>
      <para>besluit vereist als omschreven in dat artikellid, dat voorafgaand dan wel</para>
      <para>gelijktijdig met het besluit tot terugvordering kan worden genomen.</para>
      <para>Ter zitting is desgevraagd door de gemachtigde van gedaagde bevestigd dat een</para>
      <para>op artikel 69, derde lid, van de Abw steunend besluit met betrekking tot het</para>
      <para>recht op algemene bijstand van appellante over het tijdvak van 28 mei 1998 tot</para>
      <para>en met 30 juni 1998 ontbreekt. Dat brengt mee dat besluit b op een</para>
      <para>ontoereikende grondslag berust en derhalve wegens strijd met artikel 3:46 van</para>
      <para>de Awb voor vernietiging in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder c vermelde terugvorderingsbesluit berust eveneens op artikel 81 van</para>
      <para>de Abw. Het ziet in de eerste plaats op in 1994 onder vigeur van de ABW</para>
      <para>verstrekte bijstand in de vorm van geldlening. Uit hetgeen de Raad in zijn</para>
      <para>uitspraak van 27 juli 1999 heeft beslist met betrekking tot artikel XVI,</para>
      <para>eerste lid, van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale</para>
      <para>zekerheid (onder meer gepubliceerd in RSV 1999/255 en JABW 1999/132) volgt</para>
      <para>echter dat een terugvorderingsbesluit dat ziet op onder vigeur van de ABW</para>
      <para>verstrekte bijstand ten materiële beoordeeld moet worden aan de hand van de</para>
      <para>bepalingen zoals die bij of krachtens de ABW hebben gegolden. Gelet op het</para>
      <para>bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de ABW (tekst sedert 1 augustus 1992)</para>
      <para>vindt terugvordering van kosten van bijstand in de vorm van geldlening plaats,</para>
      <para>indien de betrokkene de hieruit voortvloeiende verplichtingen niet of niet</para>
      <para>behoorlijk nakomt. Ter zitting is desgevraagd bevestigd dat ten tijde hier van</para>
      <para>belang aan deze voorwaarde niet werd voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorzover besluit c ziet op terugvordering van in juni 1998 onder vigeur van</para>
      <para>de Abw verstrekte bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening, is het</para>
      <para>volgende van belang.</para>
      <para>Anders dan gedaagde in het verweerschrift kennelijk veronderstelt, is een</para>
      <para>besluit tot herziening of intrekking als bedoeld in artikel 69, derde lid, van</para>
      <para>de Abw niet vereist als basis voor een besluit tot terugvordering van</para>
      <para>leenbijstand. De wettelijke basis voor een besluit tot terugvordering van</para>
      <para>leenbijstand ligt ook hier niet in artikel 81 van de Abw maar in een andere,</para>
      <para>bijzondere bepaling die geschreven is voor de terugvordering van kosten van</para>
      <para>bijstand verleend in de vorm van een geldlening. Dat is artikel 83, eerste</para>
      <para>lid, van de Abw.</para>
      <para>Op grond van laatstgenoemde bepaling worden evenbedoelde kosten teruggevorderd</para>
      <para>indien de betrokkene de hieruit voortvloeiende verplichtingen niet of niet</para>
      <para>behoorlijk nakomt.</para>
      <para>Gedaagde nu heeft in zijn besluit van 29 mei 1998 aangegeven dat de hier aan</para>
      <para>de orde zijnde lening alleen dan behoeft te worden terugbetaald indien en voor</para>
      <para>zover naar aanleiding van een beëindiging van de uitkering aan haar een premie</para>
      <para>wegens werkaanvaarding wordt toegekend. Die situatie doet zich in het geval</para>
      <para>van appellante niet voor. Voor terugvordering van de verstrekte bijzondere</para>
      <para>bijstand is derhalve geen plaats.</para>
      <para>Gezien het vorenstaande komt besluit c wegens strijd met de wet voor</para>
      <para>vernietiging in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht, ten slotte, termen aanwezig om gedaagde te veroordelen in de</para>
      <para>proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op f 2.130,-- voor</para>
      <para>verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de beroepen gegrond;</para>
      <para>Vernietigt de bestreden besluiten;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot f</para>
      <para>2.130,--, te betalen door de gemeente Zwolle aan de griffier van de Raad;</para>
      <para>Gelast de gemeente Zwolle het gestorte recht ad f 55,-- aan appellante te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr J.G. Treffers als voorzitter en mr G.A.J. van den Hurk</para>
      <para>en mr Ch. de Vrey als leden, in tegenwoordigheid van mr I. de Hartog als</para>
      <para>griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) J.G. Treffers.</para>
    <para />
    <para>(get.) I. de Hartog.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>JdB</para>
      <para>2101</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>