<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:37:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8707</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL1099</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/4544 ABW + 98/4546 ABW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=3&amp;g=2000-03-14">Algemene bijstandswet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007333&amp;artikel=30&amp;g=2000-03-14">Algemene bijstandswet 30</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 103</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-27T16:38:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707 Centrale Raad van Beroep , 14-03-2000 / 98/4544 ABW + 98/4546 ABW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Maatregel. Niet opgeven van inkomen en in bezit van auto met een aanzienlijke waarde op naam van appellante. In een besluit tot oplegging van een maatregel behoort uit een oogpunt van rechtszekerheid behalve de grondslag van de maatregel en de omvang en duur daarvan ook te worden vermeld met ingang van welke datum de uitkering zal worden verlaagd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>98/4544 ABW</para>
    <para>98/4546 ABW</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in de gedingen tussen:</para>
  <para />
  <para>
    [A.], wonende te [B.], appellante,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente</para>
    <para>Helmond, gedaagde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Namens appellante heeft mr C.J. Hamburger, advocaat te</para>
    <para>Amsterdam, op bij het beroepschrift aangegeven gronden hoger</para>
    <para>beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te</para>
    <para>'s-Hertogenbosch op 1 april 1998 tussen partijen gewezen</para>
    <para>uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend en de Raad bij</para>
    <para>brief van 6 december 1999 nadere informatie doen toekomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De gedingen zijn behandeld ter zitting van de Raad op</para>
    <para>1 februari 2000, waar appellante niet is verschenen en gedaagde</para>
    <para>zich heeft doen vertegenwoordigen door mr D. Slegers, werkzaam</para>
    <para>bij de gemeente Helmond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij brief van 24 oktober 1995, verzonden op 31 oktober 1995,</para>
    <para>heeft gedaagde aan appellante kennis gegeven van het besluit om</para>
    <para>de uitkering ingevolge de Algemene Bijstandswet (ABW) welke zij</para>
    <para>sedert 26 oktober 1993 ontving, gedurende twee maanden met 20%</para>
    <para>van de voor haar geldende norm te verlagen, op de grond dat zij</para>
    <para>heeft nagelaten voor de uitkering relevante gegevens inzake</para>
    <para>inkomsten en vermogen door te geven. In dezelfde brief is aan</para>
    <para>appellante medegedeeld dat zij over de periode van 24 februari</para>
    <para>1994 tot en met 31 juli 1995 ten onrechte bijstand heeft</para>
    <para>ontvangen en het ten onrechte ontvangen bedrag terug dient te</para>
    <para>betalen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nadat appellante tegen beide onderdelen van dit besluit een</para>
    <para>afzonderlijk bezwaarschrift had ingediend, heeft gedaagde bij</para>
    <para>besluit van 23 februari 1996 (besluit I) de bezwaren tegen de</para>
    <para>opgelegde maatregel ongegrond verklaard, en bij besluit van</para>
    <para>dezelfde datum het bezwaar tegen het besluit tot terugvordering</para>
    <para>van de ten onrechte genoten uitkering deels ongegrond en deels</para>
    <para>niet-ontvankelijk verklaard (besluit II).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft het door appellante ingediende beroep tegen</para>
    <para>besluit I gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor</para>
    <para>zover het de grondslag van de maatregel betreft, omdat ten</para>
    <para>onrechte artikel 1, tweede lid, van de ABW als wettelijke</para>
    <para>grondslag van de maatregel is genoemd. De rechtbank heeft</para>
    <para>aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde deel</para>
    <para>van besluit I in stand te laten, omdat toepassing van de</para>
    <para>bevoegdheid neergelegd in artikel 3, vijfde lid, van de ABW tot</para>
    <para>geen andere dan de toegepaste maatregel zou leiden, en gedaagde</para>
    <para>in redelijkheid tot het opleggen van die maatregel heeft kunnen</para>
    <para>overgaan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De vraag of besluit II in rechte kan worden gehandhaafd is door</para>
    <para>de rechtbank bevestigend beantwoord, op de grond dat tegen een</para>
    <para>besluit tot terugvordering van bijstand vóór 1 juli 1997 geen</para>
    <para>bezwaar of beroep openstond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellante kan zich blijkens het gestelde in het</para>
    <para>beroepschrift niet verenigen met het oordeel van de rechtbank</para>
    <para>met betrekking tot de opgelegde maatregel en de terugvordering.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>De Raad overweegt dienaangaande het volgende.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gedaagde is tot het opleggen van een maatregel overgegaan op</para>
    <para>grond van de bevindingen van een in 1995 door het Buro Sociale</para>
    <para>Recherche ingesteld onderzoek. Daaruit kwam naar voren dat</para>
    <para>appellante per 1 december 1994 als oproepkracht en per 1</para>
    <para>januari 1995 als vaste medewerker in dienst was getreden bij</para>
    <para>een confectiebedrijf. Verder bleek in de periode van 24</para>
    <para>februari tot en met 8 september 1994 een auto van het merk</para>
    <para>Mercedes Benz met een aanzienlijke waarde op haar naam te</para>
    <para>hebben gestaan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Evenals gedaagde en de rechtbank is de Raad van oordeel dat</para>
    <para>appellante door van haar werkzaamheden, de daaruit genoten</para>
    <para>inkomsten en het bezit van een Mercedes geen mededeling te doen</para>
    <para>aan het bijstandsverlenend orgaan, de ingevolge artikel 30,</para>
    <para>tweede lid, van de ABW op haar rustende rechtsplicht heeft</para>
    <para>geschonden, en dat dit voldoende grond opleverde om een</para>
    <para>maatregel op te leggen. De Raad deelt voorts het standpunt van</para>
    <para>de rechtbank dat de grondslag van een maatregel wegens</para>
    <para>schending van de informatieplicht hier artikel 3, vijfde lid,</para>
    <para>van de ABW in plaats van artikel 1, tweede lid, van de ABW</para>
    <para>dient te zijn.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Naar het oordeel van de Raad komt besluit I echter niet alleen</para>
    <para>wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar ook om een</para>
    <para>andere reden voor vernietiging in aanmerking. Daartoe overweegt</para>
    <para>de Raad, dat in een besluit tot oplegging van een maatregel uit</para>
    <para>een oogpunt van rechtszekerheid behalve de grondslag van de</para>
    <para>maatregel en de omvang en duur daarvan ook behoort te worden</para>
    <para>vermeld met ingang van welke datum de uitkering zal worden</para>
    <para>verlaagd.</para>
    <para>Aangezien in het primaire besluit noch in het besluit op</para>
    <para>bezwaar de ingangsdatum van de maatregel is aangegeven, ziet de</para>
    <para>Raad, anders dan de rechtbank, aanleiding om besluit I in zijn</para>
    <para>geheel te vernietigen zonder de rechtsgevolgen van het te</para>
    <para>vernietigen besluit in stand te laten. Gedaagde zal met</para>
    <para>inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit dienen te nemen</para>
    <para>op het bezwaarschrift van appellante dat gericht is tegen de</para>
    <para>haar opgelegde maatregel. Daarbij wijst de Raad erop dat een</para>
    <para>maatregel als hier aan de orde niet eerder kan ingaan dan op de</para>
    <para>datum dat de betrokkene van het daartoe strekkende besluit</para>
    <para>heeft kunnen kennisnemen of zoveel eerder als die maatregel de</para>
    <para>betrokkene is medegedeeld. Aangezien in dit geval niet is</para>
    <para>gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden dat in</para>
    <para>afwijking van dit algemene uitgangspunt aanleiding bestaat om</para>
    <para>de maatregel met terugwerkende kracht op te leggen kan, gelet</para>
    <para>op de datum van verzending van het primaire besluit, de</para>
    <para>ingangsdatum van de maatregel niet op een vóór 1 november 1995</para>
    <para>gelegen datum worden gesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In dit geding ten overvloede overweegt de Raad dat hij de in</para>
    <para>dit geval toegepaste verlaging van 20% gedurende twee maanden,</para>
    <para>waarbij rekening is gehouden met de - met inachtneming van het</para>
    <para>vrij te laten bescheiden vermogen bepaalde - omvang van de</para>
    <para>fraude, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke</para>
    <para>omstandigheden van appellante, niet onevenredig acht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ten aanzien van de terugvordering overweegt de Raad, dat de</para>
    <para>rechtbank terecht heeft geoordeeld dat tegen vóór</para>
    <para>1 juli 1997 genomen besluiten, strekkende tot terugvordering</para>
    <para>van teveel of ten onrechte genoten bijstand geen rechtsmiddel</para>
    <para>openstond. De Raad stelt evenwel vast dat besluit II deels</para>
    <para>strekt tot ongegrondverklaring en deels tot</para>
    <para>niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren, zodat dit besluit</para>
    <para>niet in stand kan blijven. De Raad zal, doende hetgeen de</para>
    <para>rechtbank had behoren te doen, met gegrondverklaring in zoverre</para>
    <para>van het beroep en vernietiging van besluit II, de bezwaren van</para>
    <para>appellante op dit punt alsnog niet-ontvankelijk verklaren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van</para>
    <para>de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de</para>
    <para>proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze kosten worden</para>
    <para>begroot op f 710,-- voor verleende rechtsbijstand.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het vorenstaande leidt de Raad tot de navolgende</para>
    <para>beslissing.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak, behoudens voor zover</para>
    <para>daarin beslissingen zijn gegeven over proceskosten en</para>
    <para>griffierecht;</para>
    <para>Verklaart de inleidende beroepen alsnog gegrond en vernietigt</para>
    <para>de bestreden besluiten van 23 februari 1996;</para>
    <para>Verstaat dat gedaagde met inachtneming van deze uitspraak een</para>
    <para>nieuw besluit zal nemen op het bezwaarschrift van appellante</para>
    <para>tegen het besluit van 24 oktober 1995, voor zover dit</para>
    <para>betrekking heeft op de verlaging van haar bijstandsuitkering;</para>
    <para>Verklaart het bezwaar tegen het besluit van 24 oktober 1995,</para>
    <para>voor zover dit de terugvordering van bijstand betreft, alsnog</para>
    <para>niet-ontvankelijk;</para>
    <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in hoger</para>
    <para>beroep tot een bedrag groot f 710,--, te betalen door de</para>
    <para>gemeente Helmond;</para>
    <para>Bepaalt dat de gemeente Helmond aan appellante het in hoger</para>
    <para>beroep gestorte recht van f 160,-- vergoedt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gewezen door mr G.A.J. van den Hurk als voorzitter en mr</para>
    <para>Ch. de Vrey en mr drs N.J. van Vulpen-Grootjans als leden, in</para>
    <para>tegenwoordigheid van D. Nebbeling als griffier en uitgesproken</para>
    <para>in het openbaar op 14 maart 2000.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) G.A.J. van den Hurk.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>(get.) D. Nebbeling.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>HL</para>
    <para>603</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>