<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:20:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8661</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/2556 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002524&amp;artikel=44&amp;g=1999-12-31">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 44</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2000/57 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:56:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661 Centrale Raad van Beroep , 31-12-1999 / 97/2556 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Op grond van art. 33 AAW en 44 WAO worden kortingen toegepast op</para>
        <para> betrokkenes uitkeringen. Verdiensten te stellen op de in de</para>
        <para> BV-en gerealiseerde winst.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8661:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/2556 AAW/WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet</para>
      <para>Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het Landelijk</para>
      <para>instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de plaats van de</para>
      <para>betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv</para>
      <para>in de plaats getreden van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en</para>
      <para>Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen. In deze uitspraak</para>
      <para>wordt onder gedaagde tevens verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 april 1995 heeft gedaagde:</para>
      <para>-onder toepassing van artikel 33 van de Algemene</para>
      <para>Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en van artikel 44 van de Wet op de</para>
      <para>arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), zoals deze artikelen</para>
      <para>voorafgaande aan 1 augustus 1993 luidden, kortingen toegepast op</para>
      <para>appellants uitkeringen ingevolge die wetten, aldus dat die</para>
      <para>uitkeringen over het tijdvak van 10 maart 1988 tot 1 januari 1989</para>
      <para>werden uitbetaald naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, en</para>
      <para>over het tijdvak van 1 januari 1989 tot 1 januari 1991 niet langer</para>
      <para>werden uitbetaald;</para>
      <para>-de uitkeringen van appellant, welke op dat moment waren</para>
      <para>vastgesteld naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, ingaande</para>
      <para>1 januari 1991 ingetrokken, op de grond dat de mate van appellants</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid ingaande die datum was afgenomen naar minder</para>
      <para>dan 15%;</para>
      <para>-onder toepassing van primair artikel 48, eerste lid, aanhef en</para>
      <para>onder a (oud), van de AAW en van artikel 57, eerste lid, aanhef en</para>
      <para>onder a (oud), van de WAO, een bedrag van f 91.599,51 van appellant</para>
      <para>teruggevorderd, ter zake van aan appellant over het tijdvak van 1</para>
      <para>augustus 1988 tot 1 augustus 1993 onverschuldigd betaalde</para>
      <para>uitkeringen ingevolge die wetten, en subsidiair onder toepassing</para>
      <para>van de b-grond van genoemde bepalingen van appellant teruggevorderd</para>
      <para>hetgeen hem onverschuldigd was betaald over het tijdvak van 1</para>
      <para>augustus 1991 tot 1 augustus 1993.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch heeft bij uitspraak</para>
      <para>van 29 januari 1997 het tegen dat besluit ingestelde beroep</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft J.A. Bode, werkzaam bij het</para>
      <para>accountantskantoor Bode v/h Den Boon te Oudewater, op bij</para>
      <para>beroepschrift van 14 maart 1997 -met bijlagen- aangevoerde gronden,</para>
      <para>tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft bij schrijven van 22 mei 1997 -met bijlagen- van</para>
      <para>verweer gediend, op welk schrijven van de zijde van appellant is</para>
      <para>gereageerd bij brief van 26 juni 1997 met bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van</para>
      <para>de Raad op 19 november 1999, waar partijen niet zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad gaat bij zijn oordeelsvorming uit van de door de rechtbank</para>
      <para>in de aangevallen uitspraak vermelde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van appellant is zowel in beroep als in hoger beroep</para>
      <para>vooral bezwaar gemaakt tegen het aan het bestreden besluit ten</para>
      <para>grondslag liggende standpunt van gedaagde dat de door appellant in</para>
      <para>het kader van de drie besloten vennootschappen (BV-en) vanaf 1987</para>
      <para>ontplooide activiteiten beschouwd dienen te worden als</para>
      <para>inkomensvormende werkzaamheden, en tegen het aan dat standpunt door</para>
      <para>gedaagde verbonden gevolg dat aan appellant voor die werkzaamheden</para>
      <para>inkomsten dienen te worden toegerekend ter grootte van de in die</para>
      <para>BV-en gerealiseerde netto-winst (onder aftrek van de zogeheten</para>
      <para>AAA-premies).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft evenwel, evenals als de rechtbank, in hetgeen namens</para>
      <para>appellant dienaangaande naar voren is gebracht geen</para>
      <para>aanknopingspunten gevonden om het hiervoor weergegeven standpunt</para>
      <para>van gedaagde voor onjuist te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad merkt hierbij allereerst op dat hetgeen appellant in de</para>
      <para>onderhavige procedure heeft doen aanvoeren in beduidende mate</para>
      <para>afwijkt van hetgeen hij eerder tegenover een opsporingsfunctionaris</para>
      <para>van gedaagde heeft verklaard, zoals neergelegd in het</para>
      <para>opsporingsrapport van 16 juli 1993. De Raad heeft, mede in het</para>
      <para>licht van de overige beschikbare gegevens, geen aanleiding om die</para>
      <para>eerdere verklaring van appellant inzake de aard en omvang van de</para>
      <para>door hem verrichte arbeid op wezenlijke punten voor onjuist te</para>
      <para>houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt aldus vast dat de door appellant in zijn BV-en</para>
      <para>verrichte werkzaamheden, welke gezien zijn positie als</para>
      <para>directeur/enig aandeelhouder van de BV-en en de aanwezigheid van</para>
      <para>een bedrijfsleider met name zullen hebben bestaan uit het algehele</para>
      <para>management, coördinatie, advisering, acquisitie, e.d. terecht zijn</para>
      <para>aangemerkt als voor het recht op en de uitbetaling van zijn</para>
      <para>uitkeringen relevant te achten inkomensvormende werkzaamheden,</para>
      <para>terwijl de Raad voorts geen aanknopingspunten heeft om de keuze van</para>
      <para>gedaagde voor onjuist te houden om de aan appellant voor die</para>
      <para>werkzaamheden toe te rekenen verdiensten te stellen op de in de</para>
      <para>BV-en gerealiseerde winst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht daarbij niet van belang dat appellant, naar deze</para>
      <para>stelt, niet op de loonlijst van de BV-en heeft gestaan en aldus</para>
      <para>voor zijn werkzaamheden feitelijk geen salaris heeft ontvangen,</para>
      <para>daar hij -wat daar verder van zij- in zijn hoedanigheid van</para>
      <para>directeur/enig aandeelhouder in elk geval moet worden geacht met de</para>
      <para>door hem ontplooide werkzaamheden -indirect- te zijn verrijkt met</para>
      <para>een bedrag ter hoogte van de in de BV-en gebleven winsten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in het bestreden besluit vervatte kortingen op appellants</para>
      <para>uitkeringen over de tijdvakken van 10 maart 1988 tot 1 januari 1989</para>
      <para>en van 1 januari 1989 tot 1 januari 1991, alsmede de intrekking van</para>
      <para>appellants uitkeringen ingaande laatstgenoemde datum, tegen welke</para>
      <para>kortingen c.q. intrekking voor het overige geen bezwaren zijn</para>
      <para>aangevoerd, en ten aanzien waarvan ook de Raad geen aanleiding</para>
      <para>heeft deze overigens voor onjuist te houden, ontmoeten dan ook in</para>
      <para>rechte geen bezwaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de intrekking van appellants uitkeringen voegt de</para>
      <para>Raad daaraan nog toe dat geen relevantie toekomt aan de</para>
      <para>omstandigheid dat over het jaar 1991 geen winst is gerealiseerd, nu</para>
      <para>appellant immers reeds gedurende een reeks van jaren had aangetoond</para>
      <para>een bestendige en aanzienlijke verdiencapaciteit aan zijn</para>
      <para>werkzaamheden te ontlenen, zodanig dat in vergelijking met het in</para>
      <para>aanmerking te nemen maatgevende inkomen niet langer sprake was van</para>
      <para>een relevant inkomensverlies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de Raad staat voorts vast -en zulks sluit eveneens aan bij de</para>
      <para>door appellant zelf bij voormeld opsporingsonderzoek ten overstaan</para>
      <para>van de opsporingsfunctionaris afgelegde eerdere verklaring- dat</para>
      <para>appellant gedaagde terzake van zijn werkzaamheden en inkomsten in</para>
      <para>strijd met de op hem ingevolge artikel 78 van de AAW en artikel</para>
      <para>80 van de WAO rustende wettelijke informatieplicht niet onverwijld</para>
      <para>eigener beweging tijdig en volledig heeft geïnformeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband daarmee heeft gedaagde zich terecht op het standpunt</para>
      <para>gesteld onverschuldigd uitkeringen te hebben betaald als gevolg van</para>
      <para>toedoen van appellant in de zin van de primair aan de</para>
      <para>terugvordering ten grondslag gelegde bepalingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is dan ook van oordeel dat gedaagde de</para>
      <para>bevoegdheid toekomt met toepassing van die bepalingen tot</para>
      <para>terugvordering over te gaan van de over het tijdvak van</para>
      <para>1 augustus 1988 tot 1 augustus 1993 aan appellant onverschuldigd</para>
      <para>betaalde uitkeringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad tekent hierbij aan dat hij appellant niet kan volgen in de</para>
      <para>opvatting dat gedaagdes brief van 29 juli 1993 niet kan gelden als</para>
      <para>de voor het bepalen van de aanvang van terugvorderingstermijn van</para>
      <para>5 jaar relevante eerste terugvorderingshandeling, om reden dat hij</para>
      <para>die -niet-aangetekend verzonden- brief niet zou hebben ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht het namelijk genoegzaam aannemelijk dat appellant de</para>
      <para>bewuste brief wel heeft ontvangen. Daarbij acht de Raad in het</para>
      <para>bijzonder van belang dat appellant, naar is aangegeven in het</para>
      <para>rapport d.d. 5 oktober 1993 van de verzekeringsgeneeskundige L.</para>
      <para>Moraca-Kvapilova, tijdens het spreekuurconact op die datum</para>
      <para>tegenover die arts heeft verklaard beroep te hebben aangetekend</para>
      <para>tegen de beslissing van de bedrijfsvereniging van juli 1993.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad houdt het voor ongeloofwaardig dat appellant, naar deze</para>
      <para>heeft doen stellen, daarmee heeft gedoeld op een andere beslissing</para>
      <para>dan de door gedaagde bij de stuitingsbrief van 29 juli 1993 aan</para>
      <para>appellant meegedeelde beslissing dat tot terugvordering zal worden</para>
      <para>overgegaan van de in het tijdvak van 18 september 1987 tot</para>
      <para>1 augustus 1993 onverschuldigd aan appellant betaalde uitkeringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft, tenslotte, ook geen aanknopingspunten om de wijze</para>
      <para>waarop gedaagde van de hem toekomende terugvorderingsbevoegdheid</para>
      <para>heeft gebruik gemaakt voor onjuist te houden. Naar aanleiding van</para>
      <para>hetgeen te dien aanzien namens appellant is aangevoerd, merkt de</para>
      <para>Raad op dat appellant, nu in zijn geval zonder meer sprake is van</para>
      <para>opzettelijke verzwijging van gegevens, reeds deswege geen</para>
      <para>bescherming kan ontlenen aan de zogeheten</para>
      <para>zes-maanden-jurisprudentie van de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak komt, gelet op het vorenoverwogene, voor</para>
      <para>bevestiging in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan</para>
      <para>artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
      <para>III. BESLISSING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr J. Janssen als voorzitter en</para>
      <para>mr J.W. Schuttel en mr H.G. Lubberdink als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr H.E. Scheepers-van Die als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 31 december 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) J. Janssen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) H.E. Scheepers-van Die.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>AB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>