<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:48:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8579</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG8626</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL1061</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/1350 ALGEM, 98/3254 ALGEM, 98/3258 ALGEM,;98/3259 ALGEM, 98/3261 ALGEM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=4&amp;g=1999-10-07">Coördinatiewet Sociale Verzekering 4</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=6&amp;g=1999-10-07">Coördinatiewet Sociale Verzekering 6</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002126&amp;artikel=10&amp;g=1999-10-07">Coördinatiewet Sociale Verzekering 10</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2000, 12 met annotatie van C.F. de Lemos Benvindo</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 1999/347</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:56:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579 Centrale Raad van Beroep , 07-10-1999 / 98/1350 ALGEM, 98/3254 ALGEM, 98/3258 ALGEM,;98/3259 ALGEM, 98/3261 ALGEM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst werkgevers en werknemers tot verlaging brutoloon in ruil voor onbelaste en premievrije reiskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8579:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>98/1350 ALGEM</para>
      <para>98/3254 ALGEM</para>
      <para>98/3258 ALGEM</para>
      <para>98/3259 ALGEM</para>
      <para>98/3261 ALGEM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>               U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in de gedingen tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>X B.V., gevestigd te Y, appellante 1 en het Landelijk instituut sociale</para>
      <para> verzekeringen, appellant 2 en tevens gedaagde (hierna: Lisv),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>                   en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A B.V.,</para>
      <para>B B.V.,</para>
      <para>C B.V.,</para>
      <para>D B.V., alle gevestigd te Y, gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997</para>
      <para>in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet Sociale</para>
      <para>Verzekeringen 1997 treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen in</para>
      <para>de plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is</para>
      <para>het Lisv in de plaats getreden van de Bedrijfsvereniging voor de Haven- en</para>
      <para>Aanverwante bedrijven, Binnenscheepvaart en Visserij. In deze uitspraak</para>
      <para>wordt onder Lisv tevens verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Lisv heeft ten laste van appellante 1 en gedaagden correctienota's</para>
      <para>premies sociale werknemersverzekeringswetten opgelegd over de jaren 1989</para>
      <para>tot en met 1993, waarvan in hoger beroep uitsluitend in geschil zijn de</para>
      <para>correcties die het gevolg zijn van de verlaging van de brutolonen, samenhangend</para>
      <para>met een in 1989 door appellante 1 en gedaagden ingevoerde reiskostenregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de respectieve besluiten op bezwaar, alle gedateerd 18 maart 1996,</para>
      <para>heeft het Lisv zijn standpunt inzake die correctie onverkort gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Haarlem heeft bij uitspraak van 1 december</para>
      <para>1997 het bestreden besluit ten name van appellante 1 op het onderhavige</para>
      <para>onderdeel in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante 1 hebben drs A.F. de Bats en mr M.L.H. Fruyt van Hertog,</para>
      <para>werkzaam bij Lindhout, Bours en Partners, belastingadviseurs te</para>
      <para>'s-Gravenhage, tegen dit onderdeel van die uitspraak bij de Raad hoger</para>
      <para>beroep ingesteld, op bij aanvullend beroepschrift d.d. 26 mei 1998</para>
      <para>aangegeven gronden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Lisv heeft onder dagtekening 23 juli 1998 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Appellante 1 heeft bij brief van 7 augustus 1998 nog een aantal stukken ingezonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepen van gedaagden tegen de respectieve besluiten van 18 maart 1996</para>
      <para>zijn bij uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam onder</para>
      <para>dagtekening 27 februari 1998 gegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Lisv heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld bij aanvullende</para>
      <para>beroepschriften (met bijlage) d.dis 22 oktober 1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de kant van gedaagden zijn onder dagtekening 30 november 1998</para>
      <para>verweerschriften (met bijlagen) ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 15</para>
      <para>juli 1999, waar voor appellante 1 en gedaagden als gemachtigden zijn</para>
      <para>verschenen mr M.L.H. Fruyt van Hertog en drs A.F. de Bats, voornoemd,</para>
      <para>terwijl het Lisv zich heeft doen vertegenwoordigen door mr M.T.M. van der</para>
      <para>Veer, werkzaam bij Gak Nederland B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken hebben gedaagden die tot een concern behoren in</para>
      <para>1989, dit naar aanleiding van de zogenoemde 'Oortwetgeving' besloten om hun</para>
      <para>werknemers voor de keus te stellen om afstand te doen van een deel van hun</para>
      <para>aan belastingheffing en premieheffing onderworpen brutosalaris teneinde</para>
      <para>daarmee een onbelast voordeel te genieten in de vorm van een, onbelaste</para>
      <para>vergoeding, ingevolge het zogenoemde reiskostenforfait. Het door de</para>
      <para>werknemers gebrachte offer bedraagt, naar de stelling van gedaagden, een</para>
      <para>verlaging van het brutoloon met 75% van het brutobedrag van de maximaal</para>
      <para>vrijgestelde reiskostenvergoeding op basis van voornoemd forfait.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden in hoger beroep uitsluitend verdeeld gehouden over het</para>
      <para>antwoord op de vraag of gedaagden en appellante 1 het brutoloon van de</para>
      <para>werknemers daadwerkelijk hebben verlaagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Lisv heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat gedaagden en</para>
      <para>appellante 1 voor de berekening van het vakantiegeld, loonsverhogingen en</para>
      <para>gratificaties, het voorheen geldende brutoloon zijn blijven hanteren.</para>
      <para>Bovendien is aan het Lisv in het kader van de Ziektewet een brutoloonopgave</para>
      <para>gedaan als ware de reiskostenvergoedingenregeling niet inwerking getreden.</para>
      <para>Op grond hiervan stelt het Lisv zich op het standpunt dat van een</para>
      <para>daadwerkelijke verlaging van het brutoloon geen sprake is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad overweegt het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad leidt uit de gedingstukken af dat het gedaagden en appellante 1 uit</para>
      <para>een oogpunt van wijziging van de belastingwetgeving, als gevolg van de</para>
      <para>zogenoemde 'Oortwetgeving', voordeliger voorkwam een deel van het brutoloon</para>
      <para>van de werknemers om te zetten in onbelast, en ook vrij van premieheffing</para>
      <para>ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten, loon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken zijn de werknemers van gedaagden en appellante 1</para>
      <para>voor de keuze gesteld om al dan niet aan deze omzetting van</para>
      <para>belast/premieloon dan wel onbelast/premievrijloon, deel te nemen. Uit de</para>
      <para>gedingstukken, waaronder een aantal door werknemers ingevulde en</para>
      <para>ondertekende vragenstroken terzake, blijkt naar het oordeel van de Raad</para>
      <para>genoegzaam dat werknemers van gedaagden de keuzemogelijkheid hebben benut</para>
      <para>om te kiezen voor een verlaging van het brutoloon op vorenaangegeven wijze</para>
      <para>in ruil voor de betaling van een onbelaste cq premievrije reiskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad acht hiermee afdoende aangetoond dat tussen gedaagden en appellante</para>
      <para>1 en haar werknemers een overeenkomst tot stand gekomen is als door</para>
      <para>gedaagden en appellante 1 en hun werknemers is bedoeld.</para>
      <para>De omstandigheid dat gedaagden en appellante 1, naar zij hebben gesteld,</para>
      <para>per abuis, het 'oude' brutoloon als rekenfactor hebben gehanteerd voor de</para>
      <para>berekening van een aantal van het brutoloon afgeleide loonelementen kan</para>
      <para>hierin geen verandering brengen. Dit geldt evenzeer voor de onjuiste</para>
      <para>opgaven van de kant van gedaagden en appellante 1, gedaan in het kader van</para>
      <para>ziekmeldingen voor de toepassing van de Ziektewet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft bij het vorenstaande van belang geacht dat blijkens een tot</para>
      <para>de gedingstukken behorende verklaring d.d. 13 juni 1995 van de voorzitter</para>
      <para>van de Ondernemingsraad van gedaagden en appellante 1, van de zijde van de</para>
      <para>werknemers uitdrukkelijk is ingestemd met bedoelde verlaging van het</para>
      <para>brutosalaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, heeft de Raad</para>
      <para>- mede met het oog op de tussen gedaagden, appellante 1 en het Lisv</para>
      <para>gevoerde correspondentie op grond waarvan de door gedaagden en appellante 1</para>
      <para>getroffen regeling per 1 januari 1996 voor het Lisv wel aanvaardbaar wordt</para>
      <para>geacht - voldoende de overtuiging gekregen dat gedaagden en appellante 1</para>
      <para>uitvoering hebben gegeven aan hun met hun werknemers gemaakte afspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenstaande dient de uitspraak van de rechtbank te</para>
      <para>Haarlem d.d. 1 december 1997 te worden vernietigd, terwijl die van de</para>
      <para>rechtbank te Rotterdam bevestigd dient te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet voorts aanleiding om het Lisv te veroordelen tot vergoeding</para>
      <para>van kosten van appellante 1 in eerste aanleg, begroot op f 1.420,--, en in</para>
      <para>hoger beroep, begroot op f 1.420,--, voor verleende rechtsbijstand.</para>
      <para>Hetzelfde geldt voor de in hoger beroep door gedaagden gemaakte kosten</para>
      <para>terzake van verleende rechtsbijstand ten bedrage van f 2.130,--, waarbij de</para>
      <para>Raad op grond van artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten</para>
      <para>bestuursrecht, gezien het aantal samenhangende zaken van vier, de factor</para>
      <para>1,5 heeft gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet voorts aanleiding op het Lisv te veroordelen tot betaling van</para>
      <para>het door appellante 1 in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde</para>
      <para>griffierecht ten bedrage van f 1.030,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt het Lisv tot betaling van het griffierecht in hoger beroep ten</para>
      <para>bedrage van f 675,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Raad beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Haarlem d.d. 1 december 1997 ten name van appellante 1, voorzover in hoger</para>
      <para>beroep aangevochten;</para>
      <para>Vernietigt het ten name van appellante 1 gestelde besluit van het Lisv d.d.</para>
      <para>18 maart 1996 in zoverre;</para>
      <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Rotterdam d.d. 27 februari 1997 ten name van gedaagden;</para>
      <para>Veroordeelt het Lisv in de proceskosten van appellante 1 in eerste aanleg</para>
      <para>tot een bedrag van f 1.420,-- en in hoger beroep tot een bedrag van f 1.420,--;</para>
      <para>Veroordeelt het Lisv in de proceskosten van gedaagden in hoger beroep tot</para>
      <para>een bedrag van in totaal f 2.130,--;</para>
      <para>Bepaalt dat het Lisv aan appellante 1 het in eerste aanleg en in hoger</para>
      <para>beroep gestorte griffierecht vergoedt ten bedrage van in totaal f 1.030,--;</para>
      <para>Veroordeelt het Lisv tot betaling van het griffierecht in hoger beroep ten</para>
      <para>bedrage van f 675,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net als voorzitter en mr R.C. Schoemaker</para>
      <para>en mr G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Huls als</para>
      <para>griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>                               (get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>                               (get.) A.H. Huls.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>2709</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>