<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:55:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8257</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/2238 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:55:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257 Centrale Raad van Beroep , 24-03-1999 / 97/2238 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8257:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>E N K E L V O U D I G E  K A M E R</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>97/2238 AAW/WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de Nieuwe Algemene</para>
      <para>Bedrijfsvereniging. In deze uitspraak wordt onder gedaagde</para>
      <para>mede verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 11 december 1995 heeft gedaagde aan appellant</para>
      <para>kennis gegeven van het besluit de hem toegekende uitkeringen</para>
      <para>ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de</para>
      <para>Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke</para>
      <para>uitkeringen laatstelijk waren berekend naar een</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met</para>
      <para>ingang van 29 januari 1996 in te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Rotterdam heeft bij uitspraak</para>
      <para>van 23 januari 1997 het tegen dit besluit ingestelde beroep</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op bij aanvullend beroepschrift van 20 augustus 1997</para>
      <para>uiteengezette gronden heeft appellant tegen deze uitspraak</para>
      <para>hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting</para>
      <para>van de Raad van 24 februari 1999 waar partijen</para>
      <para>- van wie gedaagde als tevoren aangekondigd - niet zijn</para>
      <para>verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant was laatstelijk fulltime werkzaam als</para>
      <para>produktiemedewerker via een uitzendbureau toen hij op 2</para>
      <para>oktober 1992 uitviel met psychische klachten. In verband</para>
      <para>hiermee zijn hem met ingang van 30 september 1993 uitkeringen</para>
      <para>ingevolge de AAW en de WAO toegekend naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit van 11 december 1995 heeft gedaagde</para>
      <para>deze uitkeringen ingaande 29 januari 1996 ingetrokken wegens</para>
      <para>daling van de arbeidsongeschiktheid tot beneden 15%. Volgens</para>
      <para>het aan dit besluit ten grondslag liggende medische oordeel</para>
      <para>was appellant op dat tijdstip, met beperkingen als opgenomen</para>
      <para>in het belastbaarheidspatroon, in staat tot arbeid gedurende hele dagen.</para>
      <para>Volgens het arbeidskundige oordeel was appellant met</para>
      <para>inachtneming van die beperkingen (onder meer inhoudend dat</para>
      <para>sprake zou moeten zijn van stressbeperkt werk) nog in staat</para>
      <para>functies te vervullen, leidend tot een verlies aan</para>
      <para>verdienvermogen van minder dan 15%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geding is de vraag of gedaagde bij het bestreden</para>
      <para>besluit terecht de uitkeringen van appellant ingaande</para>
      <para>29 januari 1996 heeft ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord en heeft</para>
      <para>zich kunnen verenigen met de conclusie van de door gedaagde</para>
      <para>geraadpleegde psychiater G.M.M.L. Frijns. Deze psychiater</para>
      <para>heeft appellant in zijn rapport d.d. 2 november 1995 als psychisch</para>
      <para>beperkt belastbaar beschouwd maar geen belemmering aangenomen</para>
      <para>voor stressbeperkt werk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft appellant - opnieuw - stelling genomen</para>
      <para>tegen de conclusie van psychiater Frijns. Appellant heeft</para>
      <para>hiertoe verwezen naar het rapport van</para>
      <para>R.A. Jongedijk en M. Verbraak, respectievelijk psychiater en</para>
      <para>psycholoog, d.d. 5 september 1994 waarin naar de</para>
      <para>mening van appellant een afwijkende conclusie is getrokken.</para>
      <para>De Raad kan dit standpunt van appellant niet volgen, nu ook in</para>
      <para>dit rapport - dat overigens door de rapporteurs zelf destijds</para>
      <para>de status van "zeer voorlopig rapport" heeft meegekregen -</para>
      <para>wordt geconcludeerd dat appellant gedeeltelijk belastbaar is</para>
      <para>voor lichte, niet stresserende werkzaamheden.</para>
      <para>Ook overigens heeft de Raad geen aanleiding gevonden om, met</para>
      <para>inachtneming van het rapport van de deskundige</para>
      <para>Frijns, de eerder vermelde vraag niet in dezelfde zin te</para>
      <para>beantwoorden als de rechtbank. Voorts moet de Raad aan het</para>
      <para>verzoek van appellant om door een onafhankelijke deskundige</para>
      <para>onderzocht te worden, voorbijgaan nu appellants persoonlijke</para>
      <para>opvatting over zijn gezondheidstoestand niet met nadere</para>
      <para>gegevens is onderbouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft appellant in hoger beroep - opnieuw - een beroep op</para>
      <para>het gelijkheidsbeginsel gedaan, daarmee kennelijk bedoelend</para>
      <para>dat personen met een verschillend (maand)salaris maar met</para>
      <para>eenzelfde ziekte of gebrek, voor de berekening van de mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid door de arbeidsongeschiktheidswetgeving</para>
      <para>verschillend behandeld worden. De Raad merkt op dit punt op</para>
      <para>dat de AAW/WAO-uitkeringen loongerelateerde uitkeringen zijn,</para>
      <para>hetgeen meebrengt dat aan salarisverschillen verschillende</para>
      <para>gevolgen in de hoogte van de uitkeringen zijn verbonden.</para>
      <para>Aangezien er in de door appellant geschetste situaties</para>
      <para>derhalve geen sprake is van gelijke gevallen, kan het beroep</para>
      <para>op het gelijkheidsbeginsel niet slagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in</para>
      <para>aanmerking. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van</para>
      <para>de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene</para>
      <para>wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr N.J. Haverkamp, in tegenwoordigheid van</para>
      <para>mr S. Breuls als griffier en uitgesproken in het openbaar op</para>
      <para>24 maart 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) N.J. Haverkamp.</para>
    <para />
    <para>(get.) S. Breuls.</para>
    <para />
    <para>AB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>