<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T20:21:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8226</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/11855 AWW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 1999/145</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:55:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226 Centrale Raad van Beroep , 24-03-1999 / 97/11855 AWW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8226:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/11855 AWW</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A te B, appellant,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Sociale Verzekeringsbank, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
      <para>Bij besluit van 4 oktober 1996, het thans bestreden</para>
      <para>besluit, heeft gedaagde zijn eerdere besluit van 4 januari</para>
      <para>1996, waarbij aan appellant met ingang van 1 september 1994</para>
      <para>een pensioen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW)</para>
      <para>is toegekend, gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Breda heeft bij uitspraak van</para>
      <para>19 november 1997 het tegen dit besluit ingestelde beroep</para>
      <para>ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is mr F.J. Koningsveld, advocaat te Breda, op</para>
      <para>bij aanvullend beroepschrift -met bijlagen- aangegeven gronden</para>
      <para>in hoger beroep gekomen van die uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift -met bijlagen- ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op</para>
      <para>10 februari 1999, waar appellant in persoon is verschenen,</para>
      <para>bijgestaan door mr Koningsveld, voornoemd, en waar gedaagde</para>
      <para>zich heeft doen vertegenwoordigen door mr J. Roose, werkzaam</para>
      <para>bij de Sociale Verzekeringsbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 juli 1996 is in werking getreden de Algemene</para>
      <para>Nabestaandenwet (Anw), welke wet in de plaats is getreden van</para>
      <para>de Algemene Weduwen en Wezenwet. Ingevolge artikel 105, tweede</para>
      <para>lid van de Anw blijven de AWW en de daarop rustende bepalingen</para>
      <para>van toepassing op de rechten, verplichtingen en bevoegdheden</para>
      <para>over de tijdvakken gelegen voor 1 juli 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft op 20 september 1995 een aanvraag om</para>
      <para>AWW-pensioen ingediend in verband met het overlijden op</para>
      <para>11 juli 1991 van C, met wie hij van 25 mei 1967 tot 6 mei 1991</para>
      <para>gehuwd is geweest. In verband met die aanvraag heeft appellant</para>
      <para>in november 1995 verklaard dat hij niet op de hoogte was van</para>
      <para>zijn mogelijke aanspraak op AWW-pensioen terzake van dit</para>
      <para>overlijden en dat hij eerst drie maanden tevoren door een</para>
      <para>kennis daarop werd geattendeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze aanvraag heeft geleid tot het besluit van 4 januari 1996,</para>
      <para>waarbij aan appellant met ingang van 1 september 1994 een</para>
      <para>pensioen ingevolge de AWW is toegekend. Gedaagde heeft ten</para>
      <para>aanzien van appellant een bijzonder geval als bedoeld in</para>
      <para>artikel 25, vijfde lid, van de AWW aanwezig geacht, op grond</para>
      <para>waarvan hij bevoegd is het pensioen met ingang van een eerder</para>
      <para>tijdstip te doen ingaan dan één jaar voor de datum van</para>
      <para>aanvraag, maar heeft van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt</para>
      <para>omdat naar zijn oordeel handhaving van de termijn van één jaar</para>
      <para>overeenkomstig artikel 25, derde lid, van de AWW geen hardheid</para>
      <para>in financiële zin jegens appellant met zich brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad dient in dit geding te beoordelen of gedaagde in</para>
      <para>redelijkheid heeft kunnen beslissen geen gebruik te maken van</para>
      <para>zijn bevoegdheid ingevolge artikel 25, vijfde lid, van de AWW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals de rechtbank komt de Raad tot een bevestigende</para>
      <para>beantwoording van deze vraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft doen aanvoeren dat hij, in verband met het</para>
      <para>overlijden van zijn voormalige echtgenote, zich in september</para>
      <para>1991 tot de Sociale Verzekeringsbank heeft gewend om</para>
      <para>kinderbijslag aan te vragen. Hoewel appellant bij die</para>
      <para>gelegenheid medewerkers van de Sociale Verzekeringsbank in</para>
      <para>kennis heeft gesteld van het overlijden van zijn gewezen</para>
      <para>echtgenote, hebben zij hem niet geattendeerd op zijn aanspraak</para>
      <para>op AWW-pensioen. Appellant is van mening dat gedaagde tekort</para>
      <para>is geschoten in zijn voorlichtingstaak, hetgeen zijns inziens</para>
      <para>reden is om hem vanaf juli 1991 AWW-pensioen toe te kennen.</para>
      <para>Voorts is namens appellant aangevoerd dat sprake is van</para>
      <para>financiële hardheid omdat appellant na het overlijden van zijn</para>
      <para>voormalige echtgenote in meerdere mate heeft moeten bijdragen</para>
      <para>in de kosten van levensonderhoud van zijn beide kinderen en</para>
      <para>dat hij mede om die reden eind 1993 een lening van</para>
      <para>$ 31.000,- heeft gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van gedaagde heeft ter zitting van de Raad</para>
      <para>verklaard dat bij onderzoek uitsluitend is gebleken dat</para>
      <para>appellant op het aanvraagformulier voor kinderbijslag</para>
      <para>heeft vermeld dat hij de kinderbijslag over het vierde</para>
      <para>kwartaal van 1991 aanvroeg omdat zijn voormalige echtgenote</para>
      <para>was overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat gesteld noch gebleken is dat appellant</para>
      <para>van de zijde van gedaagde onjuist is voorgelicht en om die</para>
      <para>reden niet eerder dan in september 1995 het AWW-pensioen heeft</para>
      <para>aangevraagd.</para>
      <para>Voorts is de Raad van oordeel dat op gedaagde niet de</para>
      <para>verplichting rust om uit eigen beweging informatie te</para>
      <para>verstrekken over mogelijke aanspraken op uitkering of</para>
      <para>pensioen. De omstandigheid dat medewerkers van gedaagde in het</para>
      <para>kader van de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet</para>
      <para>kennis hebben genomen van het overlijden van de voormalige</para>
      <para>echtgenote van appellant betekent niet dat een rechtsplicht</para>
      <para>bestond om appellant te informeren over zijn aanspraken</para>
      <para>ingevolge de AWW. Bovendien was niet uit te sluiten dat</para>
      <para>appellant op andere wijze was geïnformeerd en inmiddels een</para>
      <para>aanvraag om AWW-pensioen had ingediend. Het gebrek aan</para>
      <para>voorlichting is derhalve geen grond voor toekenning van het</para>
      <para>pensioen op een vroeger tijdstip dan één jaar voor de datum</para>
      <para>van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals de Raad in zijn uitspraken van 29 april 1993,</para>
      <para>RSV 1994/11 en 26 mei 1994, RSV 1995/88 heeft overwogen, is de</para>
      <para>Raad van oordeel dat -in aanmerking genomen de beperkte</para>
      <para>toetsing die de Raad in gevallen als het onderhavige</para>
      <para>toekomt- de wijze waarop gedaagde in het algemeen en in het</para>
      <para>geval van appellant van de hem ingevolge artikel 25, vijfde</para>
      <para>lid, van de AWW toekomende bevoegdheid gebruik heeft gemaakt</para>
      <para>de rechterlijke toetsing kan doorstaan.</para>
      <para>De Raad heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden voor het</para>
      <para>oordeel dat het beleid van gedaagde in het onderhavige geval</para>
      <para>geen toepassing zou moeten vinden of niet juist zou zijn</para>
      <para>toegepast. Daargelaten of het inkomen van appellant in de</para>
      <para>periode 11 juli 1991 tot 1 september 1994 beneden het voor hem</para>
      <para>geldende AWW-pensioenbedrag is gedaald, heeft appellant niet</para>
      <para>aannemelijk gemaakt dat een causaal verband bestaat tussen de</para>
      <para>gemaakte kosten voor het levensonderhoud van zijn kinderen, en</para>
      <para>in het bijzonder de eind 1993 gesloten lening van $ 31.000,-,</para>
      <para>en het overlijden van zijn gewezen echtgenote.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de Raad voorts niet van een eerdere aanvraag dan</para>
      <para>21 september 1995 is gebleken, heeft gedaagde terecht de</para>
      <para>ingangsdatum van het AWW-pensioen op 1 september 1994 gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande brengt mee dat de aangevallen uitspraak voor</para>
      <para>bevestiging in aanmerking komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de</para>
      <para>proceskosten als geregeld in artikel 8:75 van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Derhalve wordt beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr N.J. Haverkamp als voorzitter en</para>
      <para>mr F.P. Zwart en mr T.L. de Vries als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr S. Breuls als griffier en uitgesproken</para>
      <para>in het openbaar op 24 maart 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) N.J. Haverkamp.</para>
    <para />
    <para>(get.) S. Breuls.</para>
    <para />
    <para>IS</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>