<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T16:37:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA8714</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/6266 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001947&amp;g=1999-11-25">Ambtenarenwet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006517&amp;artikel=6&amp;g=1999-11-25">Besluit bezoldiging politie 6</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 2000/11</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2000-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714 Centrale Raad van Beroep , 25-11-1999 / 97/6266 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA8714:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/6266 AW</para>
    <para />
    <para> 	U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para> in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante] te [woonplaats], appellante,</para>
    <para />
    <para>	en</para>
    <para />
    <para>de Korpsbeheerder van de politieregio Gelderland Midden, gedaagde.</para>
    <para />
    <para> I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep doen instellen tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 8 juli 1997, nr. AW 95/1885, waarnaar hierbij wordt verwezen.</para>
    <para />
    <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend en zijn nadien nadere stukken  ingezonden.</para>
    <para />
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van 21 oktober 1999. Appellante is daar in persoon  verschenen, bijgestaan door P.J. Gortzak, werkzaam bij de Nederlandse Politie Bond.  Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr drs V.N. van Waterschoot,  advocaat te Nijmegen en J. Rijnders, werkzaam bij de politieregio Gelderland Midden. </para>
    <para />
    <para />
    <para> II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <para>Appellante was van 1 januari 1992 tot 1 maart 1993 als agent surveillancedienst (schaal  6) bij de gemeentepolitie werkzaam. Gedaagde heeft deze functie in het kader van het  per 1 april 1991 ingevoerde systeem van functiewaardering, na vergelijking met de in  het Referentiemateriaal Functiewaardering Nederlandse Politie voorkomende functie  van medewerker Basispolitiezorg A, blijkens zijn besluit van 7 november 1994 in schaal  7 ingedeeld, maar bij dat besluit geweigerd appellante in die schaal in te delen omdat hij  op haar geen terugwerkende kracht van toepassing achtte. Dit besluit is na bezwaar bij  het bestreden besluit van 31 maart 1995 gehandhaafd. </para>
    <para />
    <para>Bij de aangevallen uitspraak is appellantes beroep hiertegen ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Naar aanleiding van de gedingstukken en hetgeen door partijen ter zitting is aangevoerd  overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <para>De Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie hebben, naar aanleiding van met  de Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken gemaakte  afspraken, bij circulaires van 28 maart 1991 en 23 december 1992 beleid inzake de  invoering van voormeld functiewaarderingssysteem vastgesteld. Daaraan heeft ook  gedaagde zich, naar ter zitting is bevestigd, jegens alle betrokkenen gebonden, zodat dit  beleid ook als gedaagde bindend beleid geldt. Hieraan doet niet af dat aan het eerst per  1 april 1994 in werking getreden Besluit bezoldiging politie (BBP), waarin het  functiewaarderingssysteem is vastgelegd en uitgewerkt, geen terugwerkende kracht is  verleend.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge voormelde circulaires is het functiewaarderingssysteem wel per 1 april 1991  ingevoerd, maar is met de feitelijke invoering in de vorm van beschrijving en waardering  pas enige tijd nadien aangevangen en wordt aan (de resultaten van) deze  functiewaarderingen terugwerkende kracht gegeven. Dit houdt (voorzover hier van  toepassing) in dat, indien de waardering van de oorspronkelijke door betrokkene voor de  reorganisatie vervulde - in de nieuwe politieorganisatie ongewijzigd of nagenoeg  ongewijzigd terugkerende -functie aan de hand van het referentiemateriaal een  schaalverhoging rechtvaardigt, die hogere schaal voor betrokkene met terugwerkende  kracht tot uiterlijk 1 april 1991 bereikbaar is.  De Raad gaat ervan uit dat hiermee beoogd is tot uitdrukking te brengen dat aan de  indeling van de betrokken politieambtenaar in de hogere schaal terugwerkende kracht  dient te worden gegeven tot het - na 31 maart 1991 gelegen - tijdstip vanaf hetwelk  betrokkene zijn oorspronkelijke functie volledig vervulde. De eis van volledige vervulling  ligt in de rede, nu zij ook in andere gevallen waarin functiewaardering bepalend is voor  de schaal van betrokkene - zo ook in artikel 6, derde lid, van het BBP - wordt  gehanteerd.</para>
    <para />
    <para>Naast voormeld functiewaarderingsbeleid was tot 1 april 1994 tevens het Besluit  Bekwaamheidseisen Bevordering  Politie 1964 (BBBP'64) van kracht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het BBBP'64 kon een agent van gemeentepolitie eerst na vijf dienstjaren tot hoofdagent bevorderd  worden. </para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft deze bepaling ten grondslag gelegd aan zijn bij het bestreden besluit  gehandhaafde weigering om appellante met ingang van een voor 1 april 1994 gelegen  tijdstip in schaal 7 in te delen. Hij heeft daartoe overwogen dat appellante weliswaar  onder de werking van de procedure functiewaardering terugwerkende kracht viel, maar  dat haar functie pas na ruime werkervaring volledig vervuld kon worden. Hij meende dat  appellante, nu het BBBP'64 nog tot 1 april 1994 van kracht was, hiertoe aan de in artikel  2, eerste lid, van het BBBP'64 vervatte eis van tenminste vijf dienstjaren diende te  voldoen. </para>
    <para />
    <para>Appellante voldeed hieraan niet. Toch is de Raad anders dan de rechtbank van oordeel  dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, nu bedoelde eis op de volgende  gronden niet aan dat besluit ten grondslag kon worden gelegd. </para>
    <para />
    <para>Het BBBP'64 geeft voorschriften inzake bevordering: de toekenning van een hogere  rang met de daarbij behorende hogere schaal. Het heeft derhalve naar formulering en  aard betrekking op een rangenstelsel.  Het bestreden besluit heeft niet op de toepassing van het rangenstelsel betrekking,  aangezien het ter uitvoering van bovenvermelde circulaires is genomen en aannemelijk  is, zoals de Raad reeds in zijn in TAR 1998, 182 gepubliceerde uitspraak heeft  vastgesteld, dat de circulaires slechts het oog hebben op implementatie van de  resultaten van functiewaarderingen. Het bestreden besluit betrof derhalve de indeling,  met terugwerkende kracht, in de na functiewaardering aan de functie verbonden hogere  schaal. Nu het BBBP'64 naar formulering en aard niet op een dergelijke indeling  betrekking heeft, kon het niet aan het bestreden besluit ten grondslag worden gelegd. </para>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft nog wel gewezen op de opmerking in de circulaire van 28 maart 1991  (blz. 14) dat de bestaande rechtspositieregelingen voorlopig ongewijzigd van kracht  zouden blijven. De Raad acht het evenwel niet aannemelijk dat de ministers hiermee tot  uitdrukking hebben willen brengen dat bij de bepaling (van de omvang) van de aan de  implementatie van de functiewaarderingsresulaten toe te kennen terugwerkende kracht  tevens de geldende eisen voor rangsverhoging toegepast moesten of althans mochten  worden.  Ook uit de circulaire van 14 november 1995, die de Minister van Binnenlandse Zaken ter  verduidelijking van de eerdere circulaires heeft uitgebracht, valt af te leiden dat de  ministers dit oogmerk niet hebben gehad. In die circulaire is gesteld dat bij het uitvoeren  van de functiewaarderingsoperatie geen sprake is van bevordering, aan de hand van in  regelgeving vastgelegde criteria, maar van de implementatie van een  waarderingsresultaat, waarbij de toepassing van dergelijke criteria niet aan de orde is. </para>
    <para />
    <para>Gelet op voormelde bedoeling van de circulaire van 1995 kan de door gedaagde  bedoelde passage in die circulaire: "Ik heb mij steeds op het standpunt gesteld dat het  akkoord de basis biedt om in de korpsen overleg te voeren over de wijze waarop de  personele reorganisatie in de regio's gestalte zou dienen te krijgen, waarbij voldoende  ruimte werd geboden om rekening te houden met de omstandigheden binnen het korps,  van welke aard dan ook", geen ruimte bieden om af te doen aan de essentie van de  invoering van functiewaardering met terugwerkende kracht door alsnog de bestreden  dienstjareneis te stellen. </para>
    <para />
    <para>Al het hiervoor overwogene brengt de Raad tot de conclusie dat gedaagde de bestreden  dienstjareneis niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. </para>
    <para />
    <para>Het bestreden besluit moet derhalve evenals de aangevallen uitspraak worden  vernietigd. Gedaagde zal met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar  moeten beslissen. </para>
    <para />
    <para>De Raad ziet aanleiding om gedaagde te veroordelen tot vergoeding van kosten wegens  aan appellante verleende rechtsbijstand, zijnde in eerste aanleg een bedrag van  f 1.420,-, en in hoger beroep een bedrag van f 1.420,-. Gelet op artikel 25, eerste lid,  van de Beroepswet, dient het door appellante zowel in eerste aanleg als in hoger beroep  betaalde griffierecht te worden vergoed zoals in rubriek III is bepaald. Beslist wordt  derhalve als volgt. </para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak; </para>
      <para>Verklaart het inleidend beroep tegen het bestreden besluit alsnog gegrond;  </para>
      <para>Vernietigt het bestreden besluit;  </para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar neemt met inachtneming van  hetgeen in deze uitspraak is overwogen; </para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag van f 2.840,-,  te betalen door de politieregio Gelderland Midden;  </para>
      <para>Bepaalt dat de politieregio Gelderland Midden aan appellante het door haar betaalde  griffierecht van in totaal f 515,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr J.H. van Kreveld en mr  J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van mr S.P. Madunic als griffier en  uitgesproken in het openbaar op 25 november 1999.</para>
    <para />
    <para>                       (get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>                      (get.) S.P. Madunic.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>HD </para>
      <para>04.11 </para>
      <para>Q</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>