<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T16:38:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA4617</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/11542 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001950&amp;artikel=39 (oud)&amp;g=1999-11-25">Algemeen Rijksambtenarenreglement 39 (oud)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001950&amp;artikel=44 (oud)&amp;g=1999-11-25">Algemeen Rijksambtenarenreglement 44 (oud)</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 2000/21</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:57:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617 Centrale Raad van Beroep , 25-11-1999 / 97/11542 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA4617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>97/11542 AW </para>
    <para />
    <para> 	U I T S P R A A K </para>
    <para />
    <para> in het geding tussen: </para>
    <para />
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, appellant, </para>
    <para />
    <para>	en </para>
    <para />
    <para>A, wonende te B, gedaagde. </para>
    <para />
    <para> I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING </para>
    <para />
    <para>Namens appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger  beroep ingesteld tegen de door de Arrondissementsrechtbank te Roermond op 29  oktober 1997 onder nr. 97/838 AW gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt  verwezen. </para>
    <para />
    <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van 21 oktober 1999, waar appellant zich heeft  laten vertegenwoordigen door mr M.T.J.H. Berns, verbonden aan het Centraal  Adviesbureau voor Publiek Recht en Administratie, en waar gedaagde in persoon is  verschenen, bijgestaan door mr P.J. van Sambeek, verbonden aan L.A.R.  Rechtsbijstand N.V. </para>
    <para />
    <para> II. MOTIVERING </para>
    <para />
    <para>Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de  volgende voor dit geding van belang zijnde feiten. Gedaagde, destijds als zweminstructeur werkzaam in het gemeentelijk zwembad X in  Y, is op 10 augustus 1995 gevallen, als gevolg waarvan hij langer dan 18 maanden  wegens ziekte verhinderd is geweest zijn betrekking te vervullen. De val heeft zich  voorgedaan toen gedaagde, die het voorgeschreven schoeisel droeg, na de pauze van  de kantine door de garderobe naar de zwemhal liep en in de garderobe is uitgegleden. Appellant heeft bij primair besluit van 7 januari 1997 met ingang van 10 februari 1997  een korting van 20% toegepast op gedaagdes bezoldiging, omdat gedaagde langer  dan 18 maanden verhinderd was zijn betrekking te vervullen. Bij het thans in geding  zijnde besluit van 1 april 1997 heeft appellant het kortingsbesluit gehandhaafd. </para>
    <para />
    <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen dit laatste besluit ingestelde  beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepalingen gegeven over de  vergoeding van proceskosten en griffierecht. </para>
    <para />
    <para>Naar aanleiding van het door appellant tegen die uitspraak ingestelde hoger beroep  overweegt de Raad als volgt. </para>
    <para />
    <para>Bij het gehandhaafde kortingsbesluit heeft appellant toepassing gegeven aan artikel  7:1, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling Arbeidsvoorwaarden gemeente  Roermond (hierna: RAgR). Daarin is, voorzover hier van belang, bepaald, dat de  ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen, gedurende 18  maanden de volle bezoldiging geniet en vervolgens tot het einde van het  dienstverband 80% van de bezoldiging. Appellant heeft geen toepassing gegeven aan  het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, van artikel 7:1 van de RAgR, luidend: "De  ambtenaar geniet ook na afloop van de in het eerste lid, onderdeel a genoemde  periode van 18 maanden tot aan het einde van zijn dienstverband de volle bezoldiging: indien de ziekte haar oorzaak vindt in een ongeval in of door de dienst en dit  ongeval niet aan zijn schuld of nalatigheid is te wijten." </para>
    <para />
    <para>Appellant heeft zijn besluit om geen toepassing te geven aan deze laatste bepaling  gemotiveerd met verwijzing naar rechtspraak van de Raad. Gesteld is: "Naar vaste  jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is van oorzakelijk verband tussen de  ziekte c.q. het ongeval en de dienstuitoefening sprake indien het ongeval is ontstaan  bij de uitoefening van een (wezenlijk) bestanddeel van de functie." Appellant heeft hier  het oog op onder meer de uitspraken van de Raad van 13 april 1990, TAR 1990, 133  en van 30 november 1989, TAR 1990, 16. </para>
    <para />
    <para>De Raad stelt voorop dat bedoelde rechtspraak betrekking heeft op gevallen waarin de  uitleg aan de orde is van wettelijke voorschriften als artikel 39 en 44 (oud) van het  Algemeen Rijksambtenarenreglement en daarmee vergelijkbare bepalingen in andere  rechtspositievoorschriften (zoals het voorheen door gemeenten gebruikte artikel E11  van het model Algemeen Ambtenarenreglement). In die bepalingen gaat het om ziekte  die (in overwegende mate) haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar  opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze  moesten worden verricht. </para>
    <para />
    <para>Waar het hier toepasselijke voorschrift van artikel 7:1, tweede lid, van de RAgR een  duidelijk andere tekst bevat, ziet de Raad de verwijzing naar evenbedoelde vaste  jurisprudentie geen doel treffen. Daarbij merkt de Raad op dat blijkens de tekst van het  RAgR het ongeval "in" óf "door" de dienst moet zijn ontstaan wil betrokkene op  doorbetaling van de volle bezoldiging aanspraak kunnen maken. </para>
    <para />
    <para>Het gedaagde overkomen ongeval, waarvan de boven weergegeven toedracht tussen  partijen niet in geschil is en dat, zoals de gemachtigde van appellant ter zitting stelde,  onder werktijd heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de Raad een ongeval "in  de dienst" in de zin van artikel 7:1, tweede lid, onderdeel a, van de RAgR. Anders dan  de woorden "door de dienst" in dat artikelonderdeel stelt de formulering "in de dienst"  geen verdere eisen dan dat er naar tijd en plaats een directe relatie is met de dienst.  Daarvan is in casu sprake. </para>
    <para />
    <para>De aangevallen uitspraak komt op evenvermelde gronden voor bevestiging in  aanmerking. Omdat een nieuwe beslissing op bezwaar, waartoe de rechtbank  overigens niet de uitdrukkelijke opdracht heeft gegeven, slechts kan inhouden dat de  kortingsbeslissing niet wordt gehandhaafd, zal de Raad met toepassing van artikel  8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf alsnog het primaire besluit  vernietigen. </para>
    <para />
    <para>In het vorenstaande ziet de Raad aanleiding om appellant met toepasssing van artikel  8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van  gedaagde in hoger beroep tot een bedrag van ¦ 1.420,- wegens verleende  rechtsbijstand. </para>
    <para />
    <para>Beslist wordt daarom als volgt. </para>
    <para />
    <para> III. BESLISSING </para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep, </para>
    <para />
    <para>Recht doende: </para>
    <para />
    <para>Bevestigt de aangevallen uitspraak; Vernietigt alsnog het primaire besluit van 7 januari 1997; Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep tot een  bedrag van f 1.420,-, te betalen door de gemeente Roermond; Bepaalt dat van de gemeente Roermond een griffierecht wordt geheven van f 675,-. </para>
    <para />
    <para> Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter, en mr J.H. van Kreveld en  mr J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van mr S.P. Madunic als griffier,  en uitgesproken in het openbaar op 25 november 1999. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para>                        (get.) H.A.A.G. Vermeulen. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para>                        (get.) S.P. Madunic. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para> HD 04.11 Q</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>