<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T10:20:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3711</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/7510 AAW/WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:75&amp;g=1999-09-29">Algemene wet bestuursrecht 8:75</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:75&amp;g=1999-09-29">Algemene wet bestuursrecht 8:75</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711 Centrale Raad van Beroep , 29-09-1999 / 97/7510 AAW/WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA3711:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>483 / 97/7510 AAW/WAO</para>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A te B, appellante,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale</para>
      <para>verzekeringen 1997 in werking getreden. Ingevolge de</para>
      <para>Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt</para>
      <para>het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) in de</para>
      <para>plaats van de betrokken bedrijfsvereniging. In het onderhavige</para>
      <para>geval is het Lisv in de plaats getreden van de</para>
      <para>Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid, Geestelijke en</para>
      <para>Maatschappelijke Belangen. In deze uitspraak wordt onder</para>
      <para>gedaagde mede verstaan het bestuur van deze</para>
      <para>bedrijfsvereniging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 december 1995 heeft gedaagde de uitkeringen</para>
      <para>ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de</para>
      <para>Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk</para>
      <para>berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot</para>
      <para>100%, met ingang van</para>
      <para>23 januari 1996 herzien en nader vastgesteld naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Arrondissementsrechtbank te Zutphen heeft bij uitspraak van</para>
      <para>8 juli 1997 het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond</para>
      <para>verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante is mr J.S. Visser, advocaat te Stadskanaal,</para>
      <para>op bij beroepschrift aangegeven gronden van die uitspraak in</para>
      <para>hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 27 september 1997 heeft mr Visser, voornoemd,</para>
      <para>een rapport van de neuroloog-psychiater</para>
      <para>dr J. Dijkstra ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 15 februari 1998, 25 mei 1998 en 10 juni 1998</para>
      <para>zijn namens appellante nadere stukken toegezonden, waarop</para>
      <para>gedaagde heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de Raad heeft de psychiater R.P. Soeters op 17</para>
      <para>februari 1999 van verslag en advies gediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Van gedaagde is een reactie binnengekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op</para>
      <para>14 juli 1999, waar appellante in persoon is verschenen,</para>
      <para>bijgestaan door mr Visser, voornoemd, en waar gedaagde zich</para>
      <para>heeft laten vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr H. van Wijngaarden, werkzaam bij Cadans</para>
      <para>Uitvoeringsinstelling B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante was werkzaam als afdelingshoofd ziekenverzorgster</para>
      <para>toen zij zich op 15 mei 1991 ziek meldde met psychische</para>
      <para>klachten. Zij ontving gedurende 52 weken ziekengeld ingevolge</para>
      <para>de Ziektewet en aansluitend, ingaande 15 mei 1992 uitkeringen</para>
      <para>ingevolge de AAW en de WAO, welke uitkeringen in verband met</para>
      <para>inkomsten uit arbeid diverse keren werden herzien, maar</para>
      <para>laatstelijk werden berekend naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit van 15 december 1995 heeft gedaagde</para>
      <para>de uitkeringen van appellante met ingang van</para>
      <para>23 januari 1996 herzien en nader vastgesteld naar een mate van</para>
      <para>arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geding is de vraag of het bestreden besluit in rechte stand</para>
      <para>kan houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord, gelet op</para>
      <para>het op verzoek van de rechtbank uitgebrachte rapport van de</para>
      <para>zenuwarts-neuroloog en klinisch neurofysioloog P.L. The,</para>
      <para>waaraan naar het oordeel van de rechtbank niet kan afdoen het</para>
      <para>door appellante overgelegde rapport van de revalidatiearts dr</para>
      <para>R. Soerjanto en diens onderzoek door middel van de</para>
      <para>Ergos-werksimulator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierop heeft appellante, in hoger beroep, een in rubriek I</para>
      <para>genoemd rapport van dr J. Dijkstra overgelegd, waarin deze</para>
      <para>dekundige stelt dat appellante vanwege de zeer beperkte</para>
      <para>psychische belastbaarheid niet geschikt is om gedurende 40 uur</para>
      <para>achtereen reguliere arbeid te verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft op verzoek van de Raad, zoals reeds onder</para>
      <para>rubriek I vermeld, de psychiater R.P. Soeters van verslag en</para>
      <para>advies gediend. Deze deskundige kan zich niet verenigen met</para>
      <para>het door de verzekeringsgeneeskundige voor appellante</para>
      <para>vastgestelde belastbaarheidpatroon en acht appellante niet in</para>
      <para>staat de voorgehouden functies te verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde heeft als reactie op dit rapport aangegeven dat</para>
      <para>appellante ook met inachtneming van de zwaardere beperkingen</para>
      <para>zoals door de deskundige Soeters voorgestaan op het onderdeel</para>
      <para>psychisch belastende factoren, nog in staat zou zijn tot het</para>
      <para>vervullen van (het merendeel van) de voorgehouden functies,</para>
      <para>omdat de overschrijdingen van appellantes belastbaarheid in de</para>
      <para>functies minimaal zouden zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad kan evenwel, lettend op de nader gebleken gegevens,</para>
      <para>het oordeel van gedaagde niet delen. Indien immers met</para>
      <para>inachtneming van het rapport van de deskundige Soeters</para>
      <para>appellantes belastbaarheid op de onderdelen 28b (dwingend</para>
      <para>werktempo) en 28h (verantwoordelijkheid, afbreukrisico)</para>
      <para>beperkt is, dan blijven drie van de zes voorgehouden functies</para>
      <para>-de functie metaalbewerker ongeschoold is niet aangezegd en</para>
      <para>dient derhalve in casu buiten beschouwing te worden</para>
      <para>gelaten- niet binnen het voor appellante geldende</para>
      <para>belastbaarheidspatroon. Nu een nadere toelichting ten aanzien</para>
      <para>van de overschrijdingen op deze aspecten ontbreekt, zoals ook</para>
      <para>door de gemachtigde ter zitting is bevestigd, kan de Raad dan</para>
      <para>ook tot geen andere conclusie komen dan dat slechts drie</para>
      <para>functies binnen de door de deskundige aangegeven beperkingen</para>
      <para>blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het bestreden besluit is gedateerd 15 december 1995 mag de</para>
      <para>functie plantenstekker, welke functie behoort tot de drie</para>
      <para>overgebleven functies en die, naar de Raad ambtshalve is</para>
      <para>gebleken, in het kader van de zogeheten Herzieningsoperatie</para>
      <para>Linschoten op 18 september 1995 uit het Functie Informatie</para>
      <para>Systeem is verwijderd, niet bij de onderhavige schatting</para>
      <para>worden betrokken. De vaststelling van de resterende</para>
      <para>verdiencapaciteit berust derhalve op een te smalle basis,</para>
      <para>hetgeen er toe leidt dat het bestreden besluit, evenals de</para>
      <para>aangevallen uitspraak, dient te worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek om schadevergoeding</para>
      <para>dient te worden toegewezen. Voor de wijze waarop gedaagde de</para>
      <para>aan appellante toekomende vergoeding van de schade, bestaande</para>
      <para>uit de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, dient</para>
      <para>te berekenen verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1</para>
      <para>november 1995, gepubliceerd in JB 1995/314.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts acht de Raad, gelet op het vorengaande, termen aanwezig</para>
      <para>om gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene</para>
      <para>wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van</para>
      <para>appellante in beroep en in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in beroep</para>
      <para>begroot de Raad op f 1.420,- en in hoger beroep eveneens op f</para>
      <para>1.420,-. Aan reiskosten, gemaakt voor het ondergaan van de</para>
      <para>diverse medische onderzoeken en het bijwonen van de zittingen</para>
      <para>in beroep en in hoger beroep, dient aan appellante te worden</para>
      <para>vergoed f 193,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook het verzoek van appellante om vergoeding van de in beroep</para>
      <para>en in hoger beroep gemaakte kosten voor de op verzoek van</para>
      <para>appellante uitgebrachte deskundigenrapporten, te weten een</para>
      <para>nota van f 534,50 van dr R. Soerjanto en van f 1.282,60 van dr</para>
      <para>J. Dijkstra, alsmede de kosten gemaakt in verband met het</para>
      <para>onderzoek door middel van de Ergos-werksimulator van</para>
      <para>f 1.500,- komen voor vergoeding in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte stelt de Raad vast dat gedaagde aan appellante het</para>
      <para>in beroep en in hoger beroep gestorte griffierecht ad</para>
      <para>f 210,- dient te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de schade als in</para>
      <para>rubriek II aangegeven;</para>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante in</para>
      <para>beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot</para>
      <para>f 6.350,70;</para>
      <para>Bepaalt dat gedaagde aan appellante het gestorte griffierecht</para>
      <para>ad f 210,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr N.J. Haverkamp als voorzitter  en mr</para>
      <para>T.L. de Vries en prof. mr W.M. Levelt-Overmars als leden, in</para>
      <para>tegenwoordigheid van mr M.F. van Moorst als griffier en</para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 29 september 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>(get.) N.J. Haverkamp.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.F. van Moorst.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>AB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>