<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:07:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:CRVB:1999:ZF3924</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3694</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">97/5882, 97/5883 en 97/5885 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:2&amp;g=1999-10-14">Algemene wet bestuursrecht 1:2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3&amp;g=1999-10-14">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001947&amp;g=1999-10-14">Ambtenarenwet</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 1999/153</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">1999-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694 Centrale Raad van Beroep , 14-10-1999 / 97/5882, 97/5883 en 97/5885 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1999:AA3694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>460 /                                                                                                                            97/5882 AW</para>
      <para>97/5883 AW</para>
      <para>97/5885 AW         </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para>in de gedingen tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, wonende te B,</para>
      <para>C, wonende te D,</para>
      <para>E, wonende te F, appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Korpsbeheerder van de politieregio Zeeland, </para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellanten is op bij aanvullend beroepschrift </para>
      <para>aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de </para>
      <para>Arrondissementsrechtbank te Middelburg op 28 mei 1997 onder </para>
      <para>nrs. AWB 96/706, 96/716 en 96/717 gegeven uitspraak, waarnaar </para>
      <para>hierbij wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gedingen zijn behandeld ter zitting van 22 juli 1999, waar </para>
      <para>namens appellanten is verschenen mr D. Duijvelshoff, werkzaam bij </para>
      <para>de Nederlandse Politie Bond en waar gedaagde zich heeft laten </para>
      <para>vertegenwoordigen door mr L.M. Burger, werkzaam bij de </para>
      <para>politieregio Zeeland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 13 december 1995 heeft gedaagde de </para>
      <para>aanstellingen van appellanten als basis politie functionaris A met </para>
      <para>ingang van 1 november 1995 gewijzigd, waarbij appellanten zijn </para>
      <para>benoemd in de functie van medewerker observatieteam bij de </para>
      <para>Regionale Eenheid in de rang van hoofdagent. Hierbij is bepaald </para>
      <para>dat voor deze functie een roulatietermijn geldt van zes jaar vanaf </para>
      <para>1 november 1995.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat appellanten tegen die aanstellingsbesluiten bezwaar hadden </para>
      <para>gemaakt, voorzover hieraan genoemde roulatie-termijn was </para>
      <para>verbonden, heeft gedaagde die besluiten bij de in dit geding </para>
      <para>bestreden besluiten van 14 juni 1996 gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de namens appellanten tegen die besluiten </para>
      <para>ingestelde beroepen gegrond verklaard en de bestreden besluiten </para>
      <para>vernietigd. Daarbij is overwogen dat met het vermelden van een </para>
      <para>roulatietermijn niet meer of anders is beoogd dan mededeling te </para>
      <para>doen van gedaagdes visie dat het uit een oogpunt van </para>
      <para>dienstbelang wenselijk is dat functionarissen als de onderhavige na </para>
      <para>een bepaalde periode worden verplaatst naar een andere functie. </para>
      <para>Gezien de van de zijde van gedaagde gegeven toelichting, waarbij </para>
      <para>is aangegeven dat te zijner tijd door de korpsleiding en door </para>
      <para>betrokkenen zal worden bezien of tot verplaatsing moet worden </para>
      <para>overgegaan, achtte de rechtbank met de door appellanten </para>
      <para>bestreden wijziging van het aanstellings-besluit geen wijziging van </para>
      <para>(rechts)positie of andere rechtsgevolgen in het leven geroepen. </para>
      <para>Concluderend achtte de rechtbank geen sprake van een besluit in </para>
      <para>de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen een </para>
      <para>rechts-middel in de zin van die wet openstaat. Op grond hiervan is </para>
      <para>in de aangevallen uitspraak overwogen dat gedaagde de bezwaren </para>
      <para>tegen de besluiten van 13 december 1994 ten onrechte in </para>
      <para>behandeling heeft genomen, nu tot niet-ontvankelijkverklaring had </para>
      <para>moeten worden overgegaan. De rechtbank heeft vervolgens de </para>
      <para>bestreden besluiten vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben over en weer hun standpunten met betrek-king tot </para>
      <para>de (niet-)ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep naar voren </para>
      <para>gebracht. De Raad overweegt dienaan-gaande als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de in de wijzigingsbesluiten van 13 december 1995 </para>
      <para>aangegeven roulatietermijn van zes jaar is beoogd dat appellanten </para>
      <para>de functie van medewerker observatieteam in principe slechts voor </para>
      <para>de periode van zes jaar kunnen vervullen. Door deze termijnstelling </para>
      <para>is naar het oordeel van de Raad een beslissing genomen omtrent </para>
      <para>de rechts-positie van appellanten. Omdat deze beslissing dus is </para>
      <para>gericht op rechtsgevolg, acht de Raad, in tegenstelling tot de </para>
      <para>rechtbank, sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de </para>
      <para>Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is voorts van oordeel dat bij de beslissing tot opneming </para>
      <para>van een roulatietermijn van zes jaar het belang van appellanten </para>
      <para>rechtstreeks is betrokken. Hoewel te zijner tijd ook nog nadere </para>
      <para>concrete besluiten genomen zullen moeten worden over de verdere </para>
      <para>loopbaan van appellanten, worden appellanten ook thans reeds </para>
      <para>door het wijzigingsbesluit direct en concreet getroffen: zij krijgen </para>
      <para>een functie toegewezen die zij maximaal zes jaar kunnen vervullen. </para>
      <para>Appellanten zijn derhalve aan te merken als belanghebbende in de </para>
      <para>zin van artikel 1:2 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad komt daarom tot de conclusie dat de aangevallen </para>
      <para>uitspraak moet worden vernietigd. Omdat de rechtbank zich nog </para>
      <para>niet heeft uitgesproken omtrent de inhoudelijke aspecten van de </para>
      <para>zaak, acht de Raad het gewenst deze met toepassing van artikel </para>
      <para>26, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet terug te </para>
      <para>wijzen naar de rechtbank te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank zich omtrent de inhoudelijke aspecten van de </para>
      <para>zaak nog dient uit te spreken, ziet de Raad aanleiding gedaagde op </para>
      <para>grond van artikel 8:75 van de Awb voorwaar-delijk te veroordelen in </para>
      <para>de proceskosten van appellanten in hoger beroep. Deze kosten </para>
      <para>worden begroot op fl. 1.420,- voor verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsmede op het bepaalde </para>
      <para>in artikel 25, eerste lid, van de Beroepswet, zal de Raad tot slot </para>
      <para>bepalen dat het door appellanten in hoger beroep betaalde </para>
      <para>griffierecht aan hen wordt vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beslist wordt derhalve als volgt.</para>
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>Wijst de zaak terug naar de rechtbank te Middelburg; </para>
      <para>Veroordeelt gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van </para>
      <para>appellanten in hoger beroep tot een bedrag groot fl. 1.420,-, te </para>
      <para>betalen door de politieregio Zeeland;</para>
      <para>Bepaalt dat de politieregio Zeeland aan gedaagden het door hen </para>
      <para>betaalde griffierecht van fl. 315,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr A. </para>
      <para>Beuker-Tilstra en mr Tj. Gerbranda als leden, in tegenwoordigheid </para>
      <para>van mr M.M. van Maurik als griffier en uitgesproken in het openbaar </para>
      <para>op 14 oktober 1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(get.) M.M. van Maurik.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AB</para>
      <para>Q</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>