<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T14:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB8180</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96/9423 AOW, 96/9426 AOW, 96/9429 AOW, 96/9432 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:88&amp;g=1998-11-19">Algemene wet bestuursrecht 8:88</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:55:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180 Centrale Raad van Beroep , 19-11-1998 / 96/9423 AOW, 96/9426 AOW, 96/9429 AOW, 96/9432 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om herziening gebaseerd op een vermeende onjuiste rechtsopvatting wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>96/9423 AOW</para>
      <para>96/9426 AOW</para>
      <para>96/9429 AOW</para>
      <para>96/9432 AOW</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>U I T S P R A A K</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>A te B (Spanje), verzoekster,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, gedaagde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verzoekster heeft mr C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te</para>
      <para>Amsterdam, op bij aanvullend beroepschrift d.d. 27 september 1996</para>
      <para>aangevoerde gronden herziening verzocht van de door de Raad op 11</para>
      <para>februari 1994 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij</para>
      <para>wordt verwezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schrijven d.d. 12 december 1996 is vanwege gedaagde aan de Raad te</para>
      <para>kennen gegeven dat aanleiding is gevonden de krachtens Algemene</para>
      <para>Ouderdomswet (hierna: AOW) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet</para>
      <para>(hierna: AWW) ten aanzien van verzoekster gegeven premiebeslissingen</para>
      <para>per 1 januari 1986 te herzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens gedaagde zijn bij brief d.d. 17 april 1998 de ten aanzien van</para>
      <para>verzoekster gegeven herzieningsbesluiten d.d. 20 januari 1997 aan de</para>
      <para>Raad toegezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van een vanwege de Raad gedaan verzoek heeft</para>
      <para>voornoemde gemachtigde van verzoekster de Raad bij brief d.d. 10 juli</para>
      <para>1998 te kennen gegeven dat verzoekster weliswaar inhoudelijk gelijk</para>
      <para>heeft gekregen in haar oorspronkelijke vordering, doch dat zij</para>
      <para>niettemin belang heeft bij een vernietiging van de bij 's Raads</para>
      <para>uitspraak van 11 februari 1994 bevestigde uitspraak van de voormalige</para>
      <para>Raad van Beroep te Amsterdam d.d. 6 december 1991 in verband met het</para>
      <para>vorderen van schadevergoeding, betreffende onder meer de kosten van de</para>
      <para>eerdere gerechtelijke procedures.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 8 oktober</para>
      <para>1998, waar namens verzoekster is verschenen mr De Roy van Zuydewijn,</para>
      <para>voornoemd, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.</para>
      <para>van Scherpenzeel, werkzaam bij de Sociale Verzekeringsbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>II. MOTIVERING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dit geding is de vraag aan de orde of van de zijde van verzoekster</para>
      <para>gronden zijn aangevoerd, die kunnen leiden tot herziening van de onder</para>
      <para>rubriek I vermelde uitspraak van de Raad d.d. 11 februari 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij dient te worden gelet op het bepaalde in artikel 21 van de</para>
      <para>Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene</para>
      <para>wet bestuursrecht (hierna: Awb). Krachtens die voorschriften kan een</para>
      <para>onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden</para>
      <para>herzien op grond van feiten en omstandigheden die:</para>
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet</para>
      <para>bekend waren en redelijkerwijs niet bekend hadden kunnen zijn, en</para>
      <para>c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een ander uitspraak</para>
      <para>zouden hebben kunnen leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voornoemde herziening betreft een buitengewoon rechtsmiddel, dat er in</para>
      <para>beginsel toe strekt een rechterlijke uitspraak die berust op een</para>
      <para>naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren. In</para>
      <para>het restrictieve kader van artikel 8:88 van de Awb kunnen derhalve</para>
      <para>slechts aangelegenheden van feitelijke aard een rol spelen. Zulks</para>
      <para>betekent onder meer dat een vermeende onjuiste rechtsopvatting niet</para>
      <para>kan dienen als grond voor herziening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorliggende verzoek om herziening berust op een zodanige grond,</para>
      <para>nu verzoekster onder verwijzing naar een arrest van het Hof van</para>
      <para>Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft betoogd dat te haren</para>
      <para>aanzien een onjuiste toepassing is gegeven aan de AOW en de AWW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reeds omdat hier geen sprake is van een feit of omstandigheid in de</para>
      <para>betekenis van genoemd artikel 8:88 van de Awb, kan het onderhavige</para>
      <para>verzoek niet slagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster zal de proceskosten en eventuele andere schade langs</para>
      <para>andere weg vergoed moeten zien te krijgen. Het bijzondere rechtsmiddel</para>
      <para>van herziening kan daarvoor niet worden gebruikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte worden geen termen aanwezig geacht voor toepassing van</para>
      <para>artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Derhalve dient te worden beslist zoals hierna is vermeld.</para>
    <para />
    <para />
    <para>III. BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
    <para />
    <para>Recht doende:</para>
    <para />
    <para>Wijst het verzoek om herziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr B.J. van der Net, als voorzitter en door mr R.C.</para>
      <para>Schoemaker en mr H.C. Cusell als leden, in tegenwoordigheid van A.H.</para>
      <para>Berends als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 november</para>
      <para>1998.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(get.) B.J. van der Net.</para>
    <para />
    <para>(get.) A.H. Berends.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>HL</para>
      <para>1611</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>