<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:27:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZB7910</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">95/778 WSW-S</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:73&amp;g=1998-04-23">Algemene wet bestuursrecht 8:73</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:73&amp;g=1998-04-23">Algemene wet bestuursrecht 8:73</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1998, 440 met annotatie van H.Ph.J.A.M. Hennekens</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 1999, 39</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-21T15:49:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910 Centrale Raad van Beroep , 23-04-1998 / 95/778 WSW-S</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schadevergoeding, belastingschade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7910:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>95/778 WSW-S                                           O</para>
  <para />
  <para>U I T S P R A A K</para>
  <para />
  <para />
  <para>in het geding tussen:</para>
  <para />
  <para>A., wonende te B., appellant,</para>
  <para />
  <para>en</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>het College van burgemeester en wethouders van de gemeente</para>
    <para>Groningen, gedaagde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij uitspraak van 18 juli 1996 heeft de Raad in het geding</para>
    <para>tussen appellant en gedaagde, geregistreerd onder nummer</para>
    <para>95/778 WSW, het door appellant bestreden besluit van gedaagde</para>
    <para>van 15 februari 1994 en het daaraan ten grondslag liggende</para>
    <para>besluit van 21 juli 1993 vernietigd. Bij het eerstgenoemde</para>
    <para>besluit is ongegrond verklaard appellants bezwaar tegen</para>
    <para>laatstvermeld besluit waarbij het dienstverband van appellant</para>
    <para>in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) op grond</para>
    <para>van artikel 28, tweede lid, aanhef en onder a, van die wet</para>
    <para>ingaande 23 juli 1993 is beëindigd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Toepassing gevend aan artikel 8:73, tweede lid, van de</para>
    <para>Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de Raad bij zijn</para>
    <para>uitspraak voorts bepaald dat het onderzoek terzake van het</para>
    <para>door appellant gedane verzoek om toekenning van</para>
    <para>schadevergoeding wordt heropend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellant is in dat kader in de gelegenheid gesteld zijn</para>
    <para>verzoek nader te onderbouwen, van welke gelegenheid hij</para>
    <para>gebruik heeft gemaakt door opgave van schadeposten en een</para>
    <para>gedeeltelijke specificatie daarvan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>Namens gedaagde is daarop een korte reactie gegeven.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het geding is behandeld ter zitting van 29 januari 1998, waar</para>
    <para>appellant is verschenen bij zijn gemachtigde, mr J.F. de</para>
    <para>Ruijter de Wildt, advocaat en procureur te Groningen, en waar</para>
    <para>gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr A.C. Ragas</para>
    <para>en W. Haak, beiden werkzaam bij de gemeente Groningen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>II. MOTIVERING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad merkt vooreerst op dat ingevolge artikel 17 van de op</para>
    <para>1 januari 1998 in werking getreden Wet sociale werkvoorziening</para>
    <para>(wet van 11 september 1997, Stb. 466) op de behandeling van</para>
    <para>dit geding het recht van toepassing blijft zoals dat voor de</para>
    <para>genoemde datum van inwerkingtreding van die wet gold.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Appellant heeft verzocht om veroordeling tot vergoeding van</para>
    <para>schade die hij lijdt als gevolg van het vernietigde</para>
    <para>ontslagbesluit. Waar het achterstallige salaris inmiddels is</para>
    <para>betaald, stelt appellant de volgende posten:</para>
    <para>a.   schade wegens vertraging in de voldoening van zijn</para>
    <para>salaris;</para>
    <para>b.   de kosten van schadebeperkende maatregelen en de</para>
    <para>kosten van de vaststelling van de geleden fiscale</para>
    <para>schade;</para>
    <para>c.   de eventuele fiscale schade.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met betrekking tot post a. staat appellant toepassing  voor</para>
    <para>van het bepaalde in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek</para>
    <para>(BW), waarbij de berekening zijns inziens behoort plaats te</para>
    <para>vinden over het bruto salaris dat achterstallig was. Omdat</para>
    <para>appellant zich niet terzake kundig acht op fiscaal gebied</para>
    <para>voert hij in het kader van post b. nog te maken</para>
    <para>accountantskosten op in verband met het aanvragen bij de</para>
    <para>belastingdienst van middeling of uitsmering en in verband met</para>
    <para>het vaststellen van de fiscale schade.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gedaagde refereert zich aan het oordeel van de Raad met</para>
    <para>betrekking tot post b.; tegen de opgevoerde kostenposten a. en</para>
    <para>c. - met uitzondering van de hoogte daarvan - heeft hij geen</para>
    <para>bezwaar. Gedaagde is van opvatting dat bij de berekening van</para>
    <para>de wettelijke rente (post a.) uitgegaan moet worden van de</para>
    <para>bruto salarisbedragen per betalingstijdvak, na verrekening van</para>
    <para>de over hetzelfde tijdvak door appellant ontvangen bruto</para>
    <para>uitkering. Bij dat laatste gaat het (kennelijk) om aan</para>
    <para>appellant ten tijde hier van belang betaalde uitkeringen</para>
    <para>ingevolge de Werkloosheidswet (WW).</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het geschil over een veroordeling tot vergoeding van de onder</para>
    <para>a. opgevoerde kosten bestaande in vertragingsschade is beperkt</para>
    <para>tot de wijze waarop de wettelijke rente berekend moet worden.</para>
    <para>Gedaagde is van oordeel dat de rente niet berekend moet worden</para>
    <para>over het gehele bruto bedrag van de per betalingstijdvak</para>
    <para>nalatig gebleven salarisbetaling, maar over het bruto bedrag</para>
    <para>dat resteert na verrekening met die bruto salarisbetaling van</para>
    <para>een over het desbetreffende betalingstijdvak ontvangen</para>
    <para>uitkering. Gedaagde beroept zich op de "(hem) bekende</para>
    <para>jurisprudentie".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad kan gedaagde niet volgen. Hij acht de situatie die</para>
    <para>zich hier voordoet - in het tijdvak waarop jegens gedaagde</para>
    <para>aanspraak bestond op salaris uit een WSW-dienstbetrekking</para>
    <para>ontving appellant een WW-uitkering - afwijkend van de in de</para>
    <para>jurisprudentie aanvaarde, verrekening toelatende,</para>
    <para>berekeningswijze in de specifieke situatie waarin door de</para>
    <para>wetgever klaarblijkelijk een als samenhangend geheel te</para>
    <para>beschouwen stelsel in het leven is geroepen zoals bijvoorbeeld</para>
    <para>tot uitdrukking is gebracht in artikel 49 van de (voormalige)</para>
    <para>Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (zie het arrest van de Hoge</para>
    <para>Raad 22 september 1995, JB 1995, 275). De Raad verwijst nog</para>
    <para>naar hetgeen hij in dat verband heeft overwogen in zijn</para>
    <para>uitspraak van 10 juli 1997 (JB 1997, 198).</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het verzoek om vergoeding van vertragingsrente, berekend op</para>
    <para>een wijze als door appellant wordt voorgestaan, is derhalve</para>
    <para>voor toewijzing vatbaar.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met betrekking tot de onder c. vermelde post overweegt de Raad</para>
    <para>dat hij, in aanmerking nemend dat de heffing van loon- en</para>
    <para>inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen (hierna</para>
    <para>te noemen: belasting en premies) is geïntegreerd, het verzoek</para>
    <para>van appellant aldus verstaat dat deze vergoeding beoogt van</para>
    <para>het nadeel dat mogelijk ontstaat doordat hij bij de nabetaling</para>
    <para>van het salaris achteraf een hoger bedrag aan belasting en</para>
    <para>premies verschuldigd zal zijn dan het geval geweest zou zijn</para>
    <para>indien het bestreden ontslagbesluit niet zou zijn genomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Schade als hier wordt gevorderd, valt buiten de opgevoerde</para>
    <para>vertragingsschade waarop artikel 6:119 van het BW betrekking</para>
    <para>heeft (zie ook het arrest van de Hoge Raad van 8 december</para>
    <para>1995, JB 1996, 60) en kan derhalve in beginsel voor</para>
    <para>afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Raad acht het verzoek om vergoeding van deze schade in</para>
    <para>beginsel toewijsbaar met inachtneming van het navolgende.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De schade beloopt in beginsel het (positieve) verschil tussen</para>
    <para>1. de volgens de wettelijke bepalingen verschuldigde belasting</para>
    <para>en premies over de van belang zijnde jaren inclusief het jaar</para>
    <para>van de nabetaling, en 2. de belasting en premies, die over de</para>
    <para>voornoemde jaren verschuldigd zouden zijn geweest indien de</para>
    <para>salarisbetalingen die gedaagde verschuldigd was, en de heffing</para>
    <para>van belasting en premies over die betalingen, zouden hebben</para>
    <para>plaatsgevonden in de jaren waarop de nabetaling betrekking</para>
    <para>heeft.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Omdat de Raad de omvang van de (eventuele) schade die</para>
    <para>appellant heeft opgevoerd in zijn post b. nog niet (volledig)</para>
    <para>kan vaststellen, zal hij appellant, met toepassing van het</para>
    <para>tweede lid van artikel 8:73 van de Awb, in de gelegenheid</para>
    <para>stellen zich met een gespecificeerd verzoek te wenden tot de</para>
    <para>Raad, waarbij de Raad ervan uitgaat dat appellant zich</para>
    <para>dienaangaande eerst met gedaagde verstaat. De Raad tekent</para>
    <para>daarbij aan dat in dat verband (eventueel) te maken redelijke</para>
    <para>kosten ter vaststelling van die schade op de voet van artikel</para>
    <para>8:73 van de Awb voor vergoeding in aanmerking kunnen komen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet op het hiervoor overwogene acht de Raad termen aanwezig</para>
    <para>toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en gedaagde te</para>
    <para>veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellant</para>
    <para>ten bedrage van f. 710,- aan kosten van verleende</para>
    <para>rechtsbijstand.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>De Raad beslist derhalve als volgt:</para>
  <para />
  <para />
  <para>III. BESLISSING</para>
  <para />
  <para>De Centrale Raad van Beroep,</para>
  <para />
  <para>Recht doende:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Veroordeelt de gemeente Groningen tot vergoeding van</para>
    <para>vertragingsschade als onder II is overwogen;</para>
    <para>Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een</para>
    <para>bedrag groot f 710,-, te betalen door de gemeente Groningen</para>
    <para>aan de griffier van de Raad;</para>
    <para>Stelt appellant in de gelegenheid zich tot de Raad te wenden</para>
    <para>met een gespecificeerd verzoek om veroordeling tot vergoeding</para>
    <para>van belastingschade en in verband daarmee te maken kosten, en</para>
    <para>stelt de stukken daartoe in handen van de voorzitter.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter, en mr</para>
    <para>Ch. de Vrey en mr W.D.M. van Diepenbeek als leden, in</para>
    <para>tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier, en</para>
    <para>uitgesproken in het openbaar op 23 april 1998.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>(get.) H.A.A.G. Vermeulen.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>(get.) P.H. Schippers.</para>
    <para>HD</para>
    <para>14.04</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>